Doosjes vol herinneringen

15- Mijn relikwie is Han Solo. Hij is bevroren door metaal. In deel drie van Star Wars komt hij weer vrij. Ik heb hem toen ik ziek was gekregen. Van mijn oma. Hij brengt mij echt geluk.
Yordi Visser

Maaike Bijdeven vertelt: ‘Viktor Frederik, Astrid Ras en ik voeren projecten uit voor het basisonderwijs. Viktor doet het literaire gedeelte en Astrid en ik het beeldende deel. Vorig jaar zijn we gevraagd door het Catharijne Convent in Utrecht om een project te doen over relikwieën om basisschool kinderen dat museum in te krijgen.
We wilden daarvoor een eigen heiligenverhaal bedenken. Ik kwam net terug van Oerol. Terschelling was een mooie plaats om het verhaal zich af te laten spelen. Toen kwamen we al snel op Brandaris, en van daaruit hebben we alles uit onze duim gezogen.’

135- Ik heb dit gelukspoppetje van iemand gekregen uit mijn land. Zij was de vriendin van mijn moeder. Ik heb deze gekregen toen wij naar Nederland moesten vluchtten dit is het enige wat ik nog heb.
Saiideh Eskandari

‘Viktor gaat als eerste naar de scholen toe. Hij vertelt het verhaal van de heilige Brandaris en laat de kinderen een doosje zien waarin zijn voetafdruk in het zand staat. De leerlingen gaan daarna thuis een relikwie opzoeken en hun verhaal daarover schrijven. Daarna komen Astrid of ik met doosjes naar de klas toe.
Ik vertel de kinderen over mijn eigen relikwie: ik heb een bic-balpen zoals iedereen die heeft. Ik was als vijftienjarige verliefd op een jongen, die gaf mij die pen en die heb ik altijd bewaard. Ik leg uit dat als ik die pen zomaar open en bloot neer zou leggen, dat niemand zou begrijpen waarom hij bijzonder voor mij is. Ik heb een houten doosje met glas zo versierd dat mensen kunnen zien waar het mee te maken heeft: het is roze en rood, met hartjes en lippenstiftkusjes. Iedereen kan zien dat het met verliefdheid te maken heeft. De kinderen gaan daarna hun eigen doosjes versieren.’

103- Mijn eerste melktandje. Het is van mij zelf. Niemand mag eraan komen. Dan word ik boos.
Nicolette Haantjes

‘Sommige kinderen reageren pesterig op de dingen die hun klasgenoten meebrengen. Maar doordat ik met een doodgewone bicbalpen aankom, krijgen ze door dat het niet gaat om of iets mooi of duur is, maar om het verhaal. Ze stellen zich heel kwetsbaar op. Ze vinden het allemaal heel belangrijk dat er wel bewaking is tijdens de tentoonstelling. Ik had een kind, dat had een beertje bij zich dat hij altijd in zijn bed had liggen vanaf zijn geboorte. Die kon niet slapen zonder dat beertje. Hij heeft een tekening van het beertje in zijn doosje gedaan.’

69 - Ik heb hem gevonden in de prut. Ik heb ik van niemand gekregen in 1998.
Vincent Kooyman

‘De kinderen reageren heel goed op de geschiedenis van Sint Brandaris. Het is vooral een heel spannend verhaal. Pas later komen ze erachter dat hij heilig is geworden omdat hij iets goeds heeft gedaan.
Je merkt dat het bij de kinderen van het eiland nog veel meer leeft dan bij de kinderen uit Utrecht. Ze kennen Oerol ook allemaal en willen persé dat er iets moois komt te staan. Ze komen ook met veel dingen van het Oerol: voorwerpen die ze op het strand gevonden hebben, ontzettend veel schelpen. Er zijn ook heel veel doosjes die met strand te maken hebben, met schelpenzand erin of een zeegezicht.’ [JG]

De relikwieën zijn dagelijks te bezichtigen tussen 13.00 en 16.00 u. op de Volkshogeschool Schylgeralân in Hoorn. Viktor Frederik vertelt daar om 16.00 u. het verhaal van de heilige Brandaris.

Artikel uit de Morgenster, Oerol Festival, 1999