Handleiding voor net-aangekomenen: hoe vier je Oerol in één dag

De Friesland is net binnengelopen in de haven van West-Terschelling. In een stroom vrolijke festivalgangers word je meegezogen het eiland op. Om je heen fietsen feestvierders, vanaf het Groene Strand waaien flarden wereldmuziek je toe, er komt een vrouw langs in een roze bontjas met een afstandsbestuurbaar dito roze hondje, je ziet een Morgenster slingeren vol lovende recensies en kleurige foto’s en in de verte zie je een blauw bordje met het Oerollogo dat een voorstelling aan wijst.
Een passe-partout, kun je je nog herinneren van vorig jaar. Dat is de sleutel tot de festivalterreinen. Die moet je te pakken zien te krijgen. Tegenover de haven staat een winkeltje met Oerolmerchandising.
Een paar minuten later zit je op het terras van Het Wakend Oog. In de wc heb je je Oerol-T-Shirt aangetrokken. In je broekzak zit het passe-partout dat veel weg heeft van een telefoonkaart. Voor je ligt de programmakrant met tien stukken over locatietheater, veertien over beeldende kunst, negentien over schuurtjestheater, dertig over straatartiesten en zevenendertig over muziek. Je hebt nog één dag. Morgen is het slotfeest. Je wilt alles zien. Langzaam word je gek...

Redding
Dit is een handleiding voor al diegenen die vandaag pas op het eiland aankomen. (Sukkels! Leren jullie het dan nooit! Je moet tien dagen vakantie nemen om alles goed te kunnen zien!). Wat moet je bekijken? Hoe moet je het aanpakken?
Vooropgesteld dat je zelf in staat bent om de tijden op de dag naar gelieve om te gooien en je je door middel van een fiets van de ene naar de andere locatie kunt flitsen, is dit je redding.

Geschiedenissen
We beginnen op West. Want daar ben je nou eenmaal.
In Ons Huys vertelt René Groothoff het verhaal van Hans en Grietje. Je kent het sprookje, denk je. Maar als René begint te vertellen kom je in een linosnedenwereld terecht waar je dwaalt langs peperkoekenhuisjes en heksen in de hoop dat je er ongeschonden weer uitkomt.
Dick van den Toorn wordt op Douwes Zolder Benny Hill. Het is even schrikken als je ziet hoe deze koning van de ordinaire, platte humor een verbitterd akelig ventje is geworden dat schreeuwend om zijn moeder en de zuster aan zijn eind komt.
In Het Boathuus is Martha op zoek naar zichzelf en op de Tiger zitten in een bunker Duitse piloten al sinds de Tweede Wereldoorlog te wachten op aflossing. Terschelling maakte in die tijd dienst uit van de Atlantikwall, de buffer die het Duitse Rijk moest beschermen tegen invasies. Vreemd om daarbij stil te staan terwijl je langs vakantiehuisjes en zongebruinde bezwete bovenlijven fietst.

Leven en dood
Op weg naar de zoutzuilen van Rebolta word je op het Groene Strand bijna overreden door twee zandcrossmobielen op hun weg naar een enorme zandloper. In het barre maanlandschap van the Lunatics ondernemen Wee, Willie en Winkie krampachtige pogingen de wereld in slaap te brengen.
Bij Doodemanskisten bezoek je de muzen. Levensgrote poppen stellen zwijgend vragen die doordingen tot de verborgen plekken in je ziel. De film Süd-Grenze (Part One) versterkt de opgeroepen emoties. Doordrongen van de kracht van het leven en de schoonheid van de vergankelijkheid begin je aan de kunstroute.
Na de somber stemmende opgespannen lichaamsdelen van Mieke van Breda is Archipelago, de psychedelische wereld van kleurlicht en geluid, een verademing. Verend op de luchtbodem loop je langs slapende mensen en houd je jezelf voor dat jij je niet ook moet laten verleiden om in deze omgeving weg te dromen: de klok tikt door.
Door het koninkrijk van Staatsbosbeheer rijdend ben je de nesten van Geurt van Dijk net gepasseerd als een serveerster een duin afdaalt. Ze neemt je mee naar een strooien bed en dient je lucht toe die tot je verbazing nóg frisser is dan de zilte bries die over het eiland waait. In een vennetje staat een dakje dat de waarheid overkapt. Een vleugel vormt een gedenkteken voor de piloten die rond het eiland hun leven lieten. Naast het pad staan torens van houtblokken. Langzaamaan transformeert de omgeving. De natuur wordt het kunstwerk, de creaties een nieuwe biotoop.

Indrukken
Een jeep scheurt langs. De expeditie naar de Tasmaanse Buidelwolf is in volle gang. Je krijgt een buidelwolfvoetspoorgipsgietopsporingssetje (zoiets meende je althans te verstaan) in handen gedrukt met de vraag om, mocht je op je toch een bewijs van de aanwezigheid van zo’n afstamming van de Marsupialia stuiten, dat mee te nemen en in te leveren bij het kamp achter de bessenschuur.
Bij Paal 8 staat een zeilschip op het droge. De reis vangt aan en engelenvleugels dragen het vaartuig over mythische zeeën en door dimensievervormende atmosferen. Vanuit de lucht zie je hoe op het strand een enorm klokkenspel wordt afgespeeld door drie fjorden. Hoefslagwerk slaat tegen je trommelvliezen. In de verte wordt een slapend paard tot duin. En tegen de horizon verrijst uit het zand een Romeins theater.
Een kist staat naast een meertje. Erdoorheen kijkend verwordt het landschap tot foto. Je legt de lucht vast, het gras en een meeuw. Bij een midgetgolfbaan hangen kiekjes die aan het begin van de eeuw lijken te zijn genomen. Toch fietste je net nog langs een meisje dat je op de afdruk in een strandstoel herkent.
In een bomkrater eindigt de kunstroute. De gouden stamper van Roel Teeuwen stempelt zijn indruk in de vijzel van je netvlies.

Vervormingen
Het Huis van Bourgondië presenteert een surrealistische parade van dwazen en gekken in hun Reis naar de Maan. Vijf wegen leiden naar de geprojecteerde werkelijkheid van ZUR. De bunker bij de Volkshogeschool is gevuld met indrukken, relikwieën van kinderen vertellen verhalen die schommelen tussen luchtigheid en onbenoembaar verdriet. Touwtjes leiden je door een donker SILO-bos naar een door paaltjes vervormd terrein. En aan het eind van het eiland, waar je bijna in zee verdwijnt, zwaait Peer Gynt de scepter. Hij vlucht en keert terug, verdubbelt zich en sterft.
Bij Campo Santus van Linda Verkaaik kom je tot inkeer. Je bent op de helft. Nu nog terug. Het is tijd om bij te tanken. Als geroepen komt een kok met een tweepersoonsrestaurantje op wielen langsrijden. Alles warm, belooft hij. Met een toevallige passant schuif je aan. Het glaasje champagne maakt je net licht genoeg in je hoofd om de terugtocht als een uitdaging te zien. De mosselen op Thaise wijze bereid, geven je de kracht om je stalen ros weer te bestijgen.
Je draait je fiets tegen de wind in en klimt op de trappers.

Schurentocht
De Belgische humor van Wurre Wurre zit als een doosje over je hoofd als Bert van Baar het gevecht van de molenaar bezingt. Terwijl het kale meisje van Barrevoet eeuwig op haar geliefde wacht, zie je bij De Ans de zon opkomen, zoals dat alleen boven de Waddenzee kan.
Deze onderkant van het eiland herbergt veel muziek. Ernest & Wilco sjongen en dichten je toe. En na de paradijsvogelkolonne van de voorouders van Celsius die in een vaudevillevoorstelling voorbijtrekt, vervoeren de klanken van Troitsa je naar het voorbije verleden van Wit-Rusland.
Dwalend van schuurtje tot schuurtje ben je getuige van de vlucht van een crimineel gezelschap. Je graaft in je geheugen. Al op de wal ving je iets op over een illegale voorstelling op Oerol. Hendrick-Jan de Stuntman en zijn Free-Style Criminals zijn, misdadig als ze zijn, nu toch door het festival gelegaliseerd. Op de Boortorenplak achter het Koreabos smeden ze hun in- en uitbreekplannen.
Tussen de koeien probeert een jong stel met kind het hoofd boven water te houden. Eskimo’s verblijven op de Jaap Bosplak. Vriendschappen worden op de proef gesteld en liefde is als een sinaasappel: zoet met een bittere nasmaak.

De laatste loodjes
Nog twee groepen nemen je mee op een tocht door het bos. Begeleid door geluid en beweging verhuis je van het duinmeertje (werd daar niet een dode buidelwolf te water gelaten) naar de Nollekes. Witte wieven zingen op een duin, mensen piepen vanuit een put, je schoenen worden schoongemaakt met toiletreiniger. Een spoor van huishoudelijkafval leidt je naar de burgerwereld waar geraniums groot goed zijn.
Terug op het Groene Strand neemt net New People een aanvang als een kleurig schilderij van Icarus tegelijk met de dag in vlammen opgaat.

Zo moet het lukken.
Toch?
[JG]

Artikel uit de Morgenster, Oerol Festival, 1999