Headbangende Kaketoe
In een schaars verlichte schuur in Midsland stapt een man tussen de
roodfluwelen gordijnen naar voren. Sigarenrook kringelt om zijn hoofd. Zijn
gesofistikeerde gedaante lijkt afkomstig uit een oude detective-film.
In zijn duistere wereld is niets wat het lijkt: steekvlammen schieten uit
zijn portemonnee, een mes snijdt door zijn arm als door boter. Ontmoet Celsius:
de laatste magiër uit een dynastie van tovenaars, sjamanen en nomaden.
Sepia, La Chasse Sauvage, de wilde jacht, is een ongebruikelijke goochelvoorstelling.
Waar je gladjakkers à la Hans Klok verwacht, temidden van laserstralen,
dansende langbenige dames en glimmende decors met verschuivende panelen,
staan we nu in een geschilderd Rangoon. De kleine ruimte, de bedompte kleuren
en de broeierige atmosfeer doen denken aan het Franse cabaret uit de jaren
twintig.
De beladen sfeer wordt doorbroken als de knettergekke Craig Eubanks tussen
de acts door in een lofzang op zijn grote mond bij mensen op schoot gaat
zitten en vrouwen uitscheldt voor hoer. Naast de bevallige assistente in
glitterjurk staat hij als het vleesgeworden anti-model met uitgelopen lippenstift
en een badmuts op zijn kop. Hij regelt de muziek die uitvalt en rent op
onverwachte momenten als een op hol geslagen muppet over het podium.
Vrouwen worden doorgezaagd, Celsius is een boeienkoning, het houten schuurtje
gaat net niet in vlammen op. De voorstelling is een parade van karikaturen:
Celsius voorouders, de Tasmaanse Buidelwolf, een alien in een kistje.
Een grote witte kaketoe steelt de show als hij, bewegend als Mister Oizos
Eric van Flatbeat, zit te headbangen op de arm van een dame.
Het is vaudeville: onbegrijpelijke trucs, zang tegen de noot aan, gleufhoeden,
Queen-opera, vogelroep en rook. Veel rook, die de bezoekers met verbijstering
omhult. [JG]