10 jaar Derevo
op Oerol
Ik heb een nieuwe lieveling, en aan het eind van het festival waarschijnlijk duizenden mensen met mij: een paars monstertje. Een wezentje met grijpgrage handjes, dat zielsveel van sigaretten houdt en graag twee verhaaltjes wil horen. Een beestje dat een droom van een eerste verjaardag viert en soms zo eenzaam is dat je hart ervan scheurt. Dit schepsel komt uit een wereld die verder reikt dan woorden. De wereld van Derevo.
Trouwe Oerolbezoekers kunnen het zich vast nog herinneren. De aanblik
van de Derevianen tijdens de fietstocht van 1989 was eigenzinnig, niet te
bevatten, maar van een ongekende schoonheid. Het Oerolpubliek sloot Derevo
in zijn hart, en de Russen waren gewonnen voor het festival.
Het heeft nog heel wat voeten in de aarde gehad om de theatergroep naar
Nederland te krijgen. De koude oorlog woedde nog volop en toen alles rond
leek te zijn kreeg organisator Joop Mulder toch nog middenin de nacht een
telefoontje. De douane op Schiphol: 'Er staan hier tien Russen met verschrikkelijk
veel troep. Ze hebben geen paspoorten of papieren en spreken geen woord
Engels. We hebben begrepen dat ze op weg zijn naar Terschelling. Wat moeten
we ermee?'
Toen de Derevianen eindelijk uit het asielzoekerscentrum waren geplukt en
waren overgebracht naar het eiland, maakten de eerste eilanders kennis met
de wereldvreemde Russen. Piet van De Rustende Jager maakte een maaltijd
voor ze: de koffiemelk werd zo opgedronken, de satésaus genuttigd
als pindasoep. Vreemd eten hebben die Nederlanders, dachten de leden van
Derevo, maar wel lekker.
Het gezelschap, waarvan een foto op de Oerolposter van dit jaar prijkt,
is niet meer weg te denken van het festival. Van kleinere acts, groeiden
hun performances uit tot avondvullende voorstellingen.
In 1991 maakte Derevo, op aandringen van Joop Mulder, hun eerste locatieproject
bij het duinmeertje van Hee. Ze gingen op een unieke manier de omgeving
te lijf en bleken daar met hun pezige vogeligheid uitstekend in te passen.
De productie die het resultaat van hun worsteling met de natuur was, betekende
hun doorbraak in Europa.
En vorig jaar was er Once. Terwijl het Oerolpubliek dacht dat het Derevo
onder de knie had, werd opeens een nieuwe dimensie aan hun wereld toegevoegd.
De Derevianen draaiden in een spiraal van onbereikbare liefde en brachten
een zoete pijn teweeg bij de kijkers. De wanhoop van een man die niet van
zijn stuk regenpijp kan afkomen: wandelstok, kleerhanger, opiumpijp, tot
alles kan het dienen, maar weg wil het niet. Onovertreffelijk, zo leek het.
Maar nu is Derevo terug met Südgrenze.
De Russische theatergroep is inmiddels veelgevraagd op festivals over de
hele wereld. Vorig jaar ontvingen ze de hoogste onderscheiding voor theatermakers
op het festival van Edinburgh. Toch blijft Derevo terugkomen naar Terschelling.
Juist in dit jubileumjaar is het belangrijk voor Lena en Anton, de artistiek
leiders van de groep, op Oerol te zijn. En het publiek kan er alleen maar
van genieten.
Südgrenze in het bostheater is een magisch gebeuren vol onmenselijke
beweging en droombeelden. Het publiek was tijdens de première ademloos.
Slechts af en toe was een diepe zucht hoorbaar, gevolgd door een fluistering:
'Wat is dit prachtig'. De staande ovatie die de spelers na afloop verwarmde
hield minutenlang aan. Er bestaat nog geen manier waarop je je waardering
voor zoiets bijzonders moet uiten. Speciaal voor Derevo zou iets nieuws
uitgevonden moeten worden: het Oerolapplaus of zo. [JG]