Je knalt tegen de muur op

Manette Meulenkamp maakte Schûn in een schuurtje: 'Een paar jaar geleden speelde ik met Shusaku Takeuchi in I Den. Ik had twee dagen vrij. Henk Keizer, de toenmalig zakelijk leider, kende mij van mijn opleiding. Hij had mijn afstudeervoorstelling Morphosis gezien en vond dat geschikt voor Oerol. Ik heb toen in het openluchtzwembad De Dôbe gespeeld.
Vorig jaar kwam ik naar Oerol om te kijken. Dat vond ik maar niets, ik wilde iets dóén. Thuis heb ik een brief naar Joop geschreven dat ik iets voor Oerol wilde maken. Hij vond het goed.
Ik wilde de voorstelling eerst maken met mensen die ik kende, maar die konden allemaal niet. Ik moest toch van ze vragen zes weken onbetaald met me te werken. Dat is heel lastig, want ik vond ook dat ze goed moesten zijn. Ik wilde niet zomaar twee personen meesleuren, ze moeten ook nog wat in huis hebben. Janneke en Saskia heb ik via een auditie gevonden.
We hadden vier weken de tijd, tot het begin van het festival, om de voorstelling te maken. Het uitgangspunt werd gevormd door drie vrouwen die in een huis wonen. Zij leven alledrie in dezelfde ruimte maar zijn zich niet van elkaar bewust. Misschien is dat zo omdat ze in verschillende tijden wonen. De verhalen van die vrouwen vinden een verband met elkaar.
Ik was op zoek naar een schuurtje met allerlei deuren en raampjes waar de horizon gerelateerd kan worden aan de verschillende personages. Zodat als mijn personage uit het raam zou kijken, er een bos in de fik staat. Terwijl er als een andere speelster een deur opent, een totaal andere horizon te zien is, omdat haar realiteit anders is. We zijn niet zover gekomen om de buitenkant te manipuleren. Daar was de schuur waar we terechtkwamen ook niet echt geschikt voor. Joop had wel een schuur op zicht met heel veel luikjes en deurtjes, maar dat ging niet door. Je moet toch net mensen vinden die vier weken lang mensen achter hun huis willen hebben.
Ik hou van veel bewegen, van lekker rennen en zo. Maar deze ruimte is vrij klein, dus je komt er wel achter dat bepaalde dingen niet mogelijk zijn. Dan knal je tegen de muur op. Je kunt een kleine ruimte natuurlijk helemaal in beslag nemen, maar je lichaam blijft ten opzichte van de ruimte een stuk groter. We gebruiken ook de staldeuren, die gaan op een gegeven moment open. We hopen dat de zon dan schijnt en er een enorme bundel licht naar binnen valt, waardoor de bekrompenheid van de schuur waar de drie vrouwen verstrikt zijn geraakt in hun leventje, verandert in kleuren, geluiden en licht.
Het is enorm spannend of dat elke voorstelling kan: als het te hard waait mogen de schuurdeuren niet open, omdat er dan teveel kracht op komt te staan. Toch hangt daar de hele voorstelling vanaf, want het draait om contrast. We maken voor de zekerheid een video die toont hoe het is met de deuren open, maar het zou een enorme concessie zijn die te gebruiken. Toch kun je moeilijk met windkracht 8 die deuren open doen.' [JG]

Artikel uit de Morgenster, Oerol Festival, 2000