Gelach schalt door de ruimte

Hij weet ieder jaar weer de harten te veroveren van het Oerolpubliek: Hendrick-Jan, voorheen stuntman en crimineel, nu UFO-zoeker. Jos en Marc van Wees vormen het hart van Hendrick-Jan. Hun dwaze optreden en onweerstaanbare mimiek brengen de lach weer terug op Oerol dat soms wel heel serieuze vormen aanneemt. Hendrick-Jan de Stuntman is pure lol. Verrukkelijk.

De chaos op Luchthaven Hee is compleet. Er is een UFO boven het terrein gesignaleerd zoals duidelijk te zien is op de absoluut niet getruceerde foto die Marc het publiek toont. Honderden mensen hebben zich verzameld om dit Ongeïdentificeerde Vliegende Object te verwelkomen.
Waarom noemen we een UFO eigenlijk geen OVO? Is onze taal niet mooi genoeg? Wie weet spreken die marsmannetjes wel Nederlands en zijn ze altijd weggebleven omdat iedereen in lelijk geknauwd Amerikaans met ze probeert te communiceren. Misschien is de boodschap die Hendrick-Jan de kosmos in stuurt wel veel aanlokkelijker dan de doordacht samengestelde ruimteboodschappen die eerder het luchtruim kozen. Welke buitenaardse zit nou niet te wachten op een foto van de koningin, een kaart van Terschelling en een cd van André Hazes? Het is dus slechts een kwestie van afwachten. Zal er een UFO landen op Hee voor er ooit een vliegtuig wiel aan de grond heeft gezet?

Luchtigheid tussen de ernst

Oerol is doordacht locatiespektakel, zoals Kronos Cortège. Het is een intellectuele aanklacht tegen bezadigdheid en berusting, denk aan Téâtro del Silencio. Het bestaat uit zwijgend veelzeggend bewegingstheater als Victory Boogie Woogie of een machinerie van grote gedachten à la PLANETariumSILO. Maar bovenal is Oerol humor: een grap die je buik doet borrelen, een gulle lach, onverwachte wendingen en onweerstaanbare mimiek. De belichaming van deze humor is, als geen ander, Hendrick-Jan de Stuntman.

De gebroeders van Wees hebben een compleet circus aan personen en apparaten om zich heen verzameld om de vliegende schotels te kunnen ontvangen. Jacob van de snackbar, die zijn kroketten aan de straatstenen niet kwijt kan, zal zijn waren misschien aan aliens kunnen slijten. De huisband van Hendrick-Jan, de Neptunes, vormt een aanlokkelijke welkomstfanfare en maakt bovendien van de UFO-speurtocht een swingend feest. En dan heb je Sergey, de Russische atoom-kernfysica-ufo-geleerde of zoiets, die na de val van de Muur voor een spotprijsje op de kop kon worden getikt. En er zijn er nog een paar, maar je raakt de tel kwijt, want ze rijden af en aan in de meest bizarre apparaten. Ze lokken meer ramptoeristen van UFO's, blussen branden en sjezen rond in hun machines waarvan er één Daniella heet, wat nieuwsgierig maakt naar de namen van de rest van de creaties.
Wist u trouwens dat de maximumsnelheid van een UFO 45 kilometer per uur is.
Toch kunnen de buitenaardse wezens alleen maar tegenvallen als ze Nederland ooit bereiken. Volgens mij is het veel leuker voor hen om hier terecht te komen, dan voor ons om hen te ontmoeten. Want zij komen middenin een festival terecht, waar je de humor op straat vindt. En zij zijn alleen maar groen. En we begrijpen ze toch niet. [JG]

Artikel uit de Morgenster, Oerol Festival, 2000