Misschien is niemand wel gelukkig

'Ik stond met een spatel in mijn hand toen ze kwamen zeggen dat je dood was...'
Driftig eten bereidend vertelt Willeke over die onheilsdag, toen haar vader onder een vrachtwagen liep.
Enige ogenblikken later wordt het nieuws herroepen. De Elvis-imitator leeft nog. Althans... ónder de gordel. Daarboven is het niet veel soeps.

Het is een treurig gezelschap dat een keuken van enorme Tupperware-bakken bewoont. Daaf is de Elvisplant met onvoorspelbare erecties. Margreet is zijn vrouw, lerares Nederlands, al gedraagt ze zich niet zo volgens haar dochter Willeke. Die ziet met lede ogen toe hoe haar moeder achter bakker Evert aanzit. Maar ja, zo stelt Margreet, leraressen doen ook aan seks, je hebt nou eenmaal niet gekozen voor je briljante geest.
Het Huis aan de Werf is verantwoordelijk voor dit verknipte gezin. Anorexisch drankorgel Margreet en haar boulimische dochter dingen beiden naar de gunsten van Evert die hen telkens met een nieuw gebakje komt verrassen (specialiteit: Moskovicz-gebak). Willeke vindt dat haar moeder verplichtingen heeft aan haar vader, maar Margreet denkt er het hare van. Er steekt toch geen enkel kwaad in af en toe met Evert naar bed te gaan, zij heeft toch ook haar behoeftes. Bovendien stelt ze: 'Ik ga hem heus niet pijpen, behalve dan misschien als we naar Goede Tijden Slechte Tijden kijken.'
Jules Deelder is verantwoordelijk voor de vertaling van het stuk van de Britse Lee Hall dat successen oogstte in Schotland. De dialogen worden als vlijmscherpe messen over het toneel geslingerd en je kunt alleen maar hopen dat er niemand gewond raakt. Te snel voor het echie, maar dat draagt bij tot de hilariteit en maakt van de dodelijk zware tragiek een melodrama.
Willeke heeft het het zwaarst te verduren. Zij houdt van haar vader, kookt voor hem, voor haar moeder en vooral voor zichzelf om haar verdriet te vergeten. Ze heeft één hoop: misschien is niemand wel gelukkig. En als je zo kijkt, naar Dick van den Toorn in babydoll als hitsige moeder op zoek naar bevestiging, en luistert naar Elvis die soms tot leven komt en zijn melancholische nummers brengt, ziet hoe Evert probeert te overleven als een boerenkool etend koekiemonster en bedenkt hoe het de huisschildpad vergaat, dan begin je dat zelf ook te geloven.
Is niet iedereen op zoek naar een eenvoudig leven, of, zoals Margreet zo poëtisch verwoordt, naar drie dingen: een borrel, televisie kijken en normaal doen? Dat lijken toch geen onvervulbare wensen. Maar in het Huis van de Werf is het onmogelijk. Elk woord, elke beweging leidt tot de onvermijdelijke climax. Theater van de lach meets Greenaway.
Waar droefenis heerst zal ik hoop brengen, zegt imitatie-Elvis. Hij heeft een hoop te doen. [JG]

Artikel uit de Morgenster, Oerol Festival, 2000