In 1995 vond in Beijing de vierde Wereldvrouwenconferentie plaats
onder auspiciën van de Verenigde Naties. Daar vestigde Virginia Vargas
-- de coördinator van de Latijns-Amerikaanse en Caribische niet-gouvernementele
organisaties (NGO's) -- haar naam voorgoed.
'Tijdens die Beijing-conferentie,' herinnert Virginia zich, 'was er maar
anderhalve dag voor NGO's beschikbaar. En ze zeiden allemaal exact hetzelfde:
"Ik ben zus en zo, ik vertegenwoordig die en die, en we willen dit
en dat." In de nacht voordat ik moest spreken, zaten we te denken:
we móéten iets anders doen. Wat kunnen we doen om op te vallen?
Eén van de vrouwen met wie we zaten te brainstormen, zei: "Hé,
als je nou eens op het podium gaat staan en je zegt helemaal niets?"
"Hoe dan?" vroeg ik.' Virginia trekt haar schouders op en heft
haar handen in een gebaar van absoluut onbegrip, zoals ze dat die nacht
in Beijing ook deed.
'Op dat idee zijn we doorgegaan en zo begonnen we de boel te organiseren.
Het bleek een gouden idee. In Beijing, zonder een woord Chinees te spreken,
regelden we een grote lap stof en verfspullen, en de hele nacht waren we
aan het verven. Die nacht schilderde ik niet alleen, maar oefende ik ook
keer op keer hoe ik het spandoek in mijn zak moest stoppen en hoe ik het
er op de juiste manier uit moest halen. Want als ik het niet op de goede
manier tevoorschijn zou halen, zou ik het ondersteboven of achterstevoren
houden.' Ze wappert met haar handen in de lucht alsof ze een banier alle
kanten opdraait. 'Dan zou de hele boodschap in het honderd lopen.
Die ochtend was ik heel erg zenuwachtig, doodnerveus. Toen het moment daar
was, liep ik het podium op en sprak mijn eerste zinnen:
Mevrouw de Conferentiepresident, afgevaardigde van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, afgevaardigden van de Chinese regering, leden van de regeringsdelegaties en de raden van de VN, vertegenwoordigers van de niet-gouvernementele organisaties. We hebben de afgelopen tien jaar zo veel speeches gehoord dat mijn verhaal een onnodige herhaling lijkt. In dit concert van woorden is alles al gezegd. Bijna alles. Behalve hoe we economische gelijkheid bewerkstelligen. Behalve welke technieken en middelen we kunnen gebruiken om onze voornemens uit te voeren.
Daarna hield ik mijn mond. Ik telde in mezelf: één,
twee, drie
Ik zweeg -- en blééf zwijgen, wel een minuut
lang.
De vrouwen in de zaal begonnen te roepen: "Hé! Wat is er met
je aan de hand?" Dat soort dingen.
Toen haalde ik het spandoek tevoorschijn. 'TRANSPARENCY -- NEW RESOURCES
-- ECONOMIC JUSTICE' stond voor iedereen te lezen. Transparantie -- nieuwe
middelen -- economische gelijkheid. En er zwol een enorm applaus aan. Het
was helemaal
' Virginia schudt haar hoofd opnieuw bij de herinnering.
'Wauw,' zucht ze, 'wat ik op dat moment voelde is misschien wel hetzelfde
wat Pavarotti voelt na een goed concert. Het publiek ging uit zijn dak.'
Virginia slaakt een juichkreet, zwaait met haar armen en schudt met haar
wilde krullen. 'Dat was mijn gevoel op dat moment. Het was absoluut geweldig.
Wat ik deed maakte wereldwijd indruk en dat realiseerde ik me op het moment
dat ik daar stond. Daarom was ik zo ontroerd door het applaus. Ik wist namelijk
dat het niet alleen van de vrouwen kwam die daar aanwezig waren, maar van
vrouwen uit alle uithoeken van de wereld. En ook de delegaties werden wild
en begonnen te klappen.
Het was echt onvoorstelbaar. Die dag was belangrijk voor Latijns-Amerika.
Het was het moment waarop we begonnen te strijden. Waarop we voor eens en
altijd duidelijk maakten dat we ons niet bij de resoluties van de Verenigde
Naties neerlegden.'
Het is een warme lentemiddag, negen jaar na Beijing, als zich in het
Gustav Stresemann Institut in Bonn, Duitsland, tientallen vrouwengroeperingen
verzamelen om de balans op te maken van hun feministische strijd. Er worden
lezingen en seminars gehouden en er kan worden meegedaan aan workshops.
Als er in dit lange weekend íéts duidelijk wordt, dan is het
wel de verdeeldheid tussen de verschillende partijen. Een eenvoudig schijnende
vraag als 'wáár strijden we voor' blijkt onmogelijk eenduidig
te beantwoorden. Iedere groepering verdedigt haar eigen doel: het verbeteren
van de status van bijstandsmoeders in Duitsland, het voorbereiden van activiteiten
rond de herdenking van de Beijing+10, het verbeteren van de positie van
vrouwen in het bedrijfsleven. De gesprekken tussen de groepen onderling
nemen de vorm aan van onverstoorbaar gehouden monologen. Interactie lijkt
ver te zoeken.
De organisatoren van de conferentie hebben een aantal sprekers uitgenodigd:
internationale grootheden uit de wereld van de andersglobalisten. Op de
momenten dat deze vrouwen uit de doeken doen wat er mis is in hun regio,
welke gevolgen dat heeft in hun land, in hun werelddeel en in de rest van
de wereld, dan is de zaal muisstil. Opeens worden de perspectieven helder.
Actiepunten worden opgesteld. Even zijn de groeperingen verenigd in één
gedachte: eerst een betere wereld, dan pas aandacht voor de details.
Ontluikend politiek besef
Een van de vrouwen die spreekt is Virginia Vargas. Een Peruaanse roodharige
furie waar de Latijns-Amerikaanse passie vanaf spat. Klein en stevig gebouwd
staat ze als een onverzettelijk bolwerk op de conferentie. Niemand kan om
haar heen.
'Het begon met een man,' vertelt Virginia -- of Gina, zoals ze zichzelf
noemt -- lachend als ze in de kantine van het conferentie-instituut in Bonn
aan de espresso zit. 'Ik kom uit Peru, maar ik trouwde met een Chileen en
ging in Chili wonen. In dat land deed ik mijn eerste politieke ervaring
op in de periode vóór en tijdens Allende.'
Salvador Allende werd in 1970 democratisch gekozen tot president van de
republiek Chili. De socialist begon radicale hervormingen door te voeren
om de negatieve effecten die de economische ontwikkelingen op zijn volk
hadden, terug te dringen. Om grip op de economie te krijgen, nationaliseerde
hij bijvoorbeeld de mijnen en de banken. Lang duurde zijn bewind niet. Gesteund
door de Amerikaanse regering pleegde generaal Pinochet in 1973 een staatsgreep.
Allende werd tijdens de machtsovername vermoord.
Gina stond al achter Salvador Allende vóór hij aan de macht
kwam: 'Ik was lid van de socialistische partij en werkte in een van de organisatieraden.
We waren verbonden aan de universiteit en aan een van de grootste syndicale
fabrieken van het land. Wij werkten dan ook veel met de vakbonden samen.
De ervaring die ik in de strijd opdeed, zorgde ervoor dat ik gevoelig werd
voor politieke kwesties. Ik ging me interesseren voor de manier waarop dingen
werden georganiseerd; voor de wijze waarop de uitgangspunten van politieke
partijen aan de man werden gebracht. In Peru had ik wel gestudeerd, maar
ik had er nooit over gepiekerd om een extra graad te halen: ik wilde alleen
maar activist zijn. Maar op dat moment in Chili realiseerde ik me dat het
belangrijk was om verder te studeren. Ik wilde de onderliggende beweegredenen
in de politieke wetenschap vanuit een sociologisch standpunt leren begrijpen;
daarom haalde ik mijn Mastersgraad in de sociologie met een specialisatie
in politiek. Zeven jaar was ik in Chili. Toen kwam de junta en Pinochet
gooide mij, net als vele anderen, het land uit.'
Ze steekt een sigaret op, trekt er krachtig aan en inhaleert diep. Ze zucht
voldaan als de nicotine een weg vindt in haar lichaam.
Einde van een droom
Niemand die op de hoogte is van de politieke geschiedenis van Chili, zal
verbaasd zijn dat Gina vanwege haar activiteiten voor de regering Allende
het land werd uitgezet. Maar Gina zelf zag de dramatische ontwikkeling niet
aankomen. 'We realiseerden ons absoluut niet wat er kon gebeuren,' vertelt
ze over de linkse groepering. 'We waren naïef en geloofden dat het
recht zou zegevieren. De regering van Allende was een democratisch gekozen
regering. Pinochet was degene die illegaal was toen hij de staatsgreep pleegde.'
Ze schudt haar hoofd bij de herinnering en lacht sarcastisch. 'In het begin
dachten we echt nog dat het mogelijk was om de politieke gebeurtenissen
te veranderen, om een betere draai aan het leven te geven. Dus nee, we hielden
er geen rekening mee dat er een risico was, dat we een prijs voor onze politieke
betrokkenheid zouden moeten betalen.
Maar die naïviteit duurde niet lang, kan ik je wel vertellen. Al snel
drong de harde werkelijkheid tot ons door en begrepen we dat het met ons
gedaan was. Álles wat je in die periode deed om de regering van Allende
te steunen, hoe klein ook, was al genoeg voor Pinochet om je op te pakken.
Alleen al lid zijn van een linksgeoriënteerde politieke partij was
voldoende. En je kon het helemaal vergeten als je meewerkte in het verzet
tegen de staatsgreep. Veel van ons werden gedood. Zelf werd ik niet direct
gearresteerd. Een maand na de coup vond er een inval in ons huis plaats:
de politie drong binnen om ons te arresteren en in de gevangenis te gooien.
In dezelfde periode was er ook in Peru, mijn vaderland, een junta aan de
macht, onder leiding van Velasco Alvarado.'
Juan Velasco Alvarado leidde de junta die president Bélaunde Terry
afzette toen deze het niet voor elkaar kreeg om de Peruaanse olievelden
die door de Verenigde Staten werden geëxploiteerd, te onteigenen. Alvarado
stelde een militaire regering in, hervormde de landbouw en nationaliseerde
verschillende industrieën.
'Net als in Chili was de nieuwe regering in Peru door een militaristische
coup aan de macht gekomen, maar Alvarado stond veel meer open voor nieuwe
ideeën dan Pinochet -- al ben ik altijd tegen zijn regering geweest
juist omdát hij via een staatsgreep zijn macht had gegrepen. Alvarado
geloofde in sociale gerechtigheid en veiligheid, zoals veel militairen in
die periode. Mijn vader was op dat moment een van de hoogte functionarissen.
Hij was een Contraloria van het land.'
De Contraloria Général is de bewaker van de regering: hij
houdt toezicht op alles wat er van staatswege besloten en uitgevoerd wordt.
Het moet voor Gina een prettig gevoel zijn geweest, een vader die een machtspositie
bekleedt. Het zal haar een basisgevoel van onschendbaarheid gegeven hebben.
'O nee, daar ging ik absoluut niet van uit!' Gina klinkt zeer beslist en
zwaait met haar sigaret zodat de vonken ervan af springen. 'Mijn vader wist
nauwelijks waar ik mee bezig was. Hij wist dat ik politiek betrokken was,
maar ik was getrouwd, dus hij dacht: nu is ze het probleem van haar echtgenoot.'
Ze lacht smakelijk. 'Na de staatsgreep van Pinochet schreef ik hem over
de gebeurtenissen en sprak met hem over de telefoon. Hij wist dat de politie
bij ons langs was gekomen en dat we gevaar liepen. Op dat moment besloot
hij te handelen. Dat had ik eerlijk gezegd niet verwacht. Ik heb nooit iets
gedaan vanuit de gedachte dat mijn vader toch wel achter me stond. Ik voerde
mijn acties en had het geluk dat mijn vader me steunde. Dat is toch een
heel verschil, denk ik.'
Ze knikt, neemt nog een laatste trek van haar sigaret en drukt hem driftig
uit op het schoteltje van haar koffiekop.
'In het begin was mijn vader verschrikkelijk kwaad. Hij zei: "Oi, daar
heb je Gina weer met haar gekke streken." Hij dacht dat ik me weer
eens wat op de hals had gehaald. Maar toen hij in Chili aankwam en zich
realiseerde wat er daar aan de hand was
Oef,' Gina zucht bij de gedachte
aan de toorn van haar vader, 'toen ging het hem niet meer alleen om mij.
Hij was er absoluut van overtuigd dat het gevecht dat wij op dat moment
leverden gerechtvaardigd was. Ik had tegen hem gezegd: "Ik kan niet
zomaar in mijn eentje naar Peru vertrekken en mijn vrienden in nood achterlaten.
Jij hebt de macht." En die gebruikte hij. Hij heeft het voor elkaar
gekregen vierhonderd mensen met zich mee het land uit te nemen.'
Rebelse dochter
Als dochter van een Peruaanse militair moet het een radicale beslissing
zijn geweest om activiste te worden. 'Het was geen "beslissing",'
werpt Gina tegen. 'Het leven heeft me in die situatie geplaatst, en ik omarmde
de mogelijkheid. Ik was tamelijk naïef en had socialistische sympathieën.
Ik kwam uit een militaire familie, een vrij "simpel" gezin als
het om politieke zaken ging. Mijn ouders wilden dat hun dochter zich als
een net meisje zou gedragen, niet als een wilde meid. Dus toen ik naar de
universiteit wilde gaan om sociologie te studeren, waren ze woedend. Zij
hadden voor ogen dat ik interieurontwerpster zou worden, een baan die in
die tijd in mijn land veel geschikter werd geacht voor vrouwen.
Ik heb mijn kont tegen de krib gegooid en uiteindelijk gaven ze toe. Ik
mocht studeren op één voorwaarde: dat ik tijdens mijn drie
maanden durende vooropleiding ook de beauty school van cosmeticagodin Helena
Rubinstein zou bezoeken om te leren hoe ik me als een dame moest gedragen.
Dus in die drie maanden studeerde ik me 's ochtends uit de naad om de beste
van de klas te zijn en leerde ik 's middags hoe ik me als voorbeeldige echtgenote
moest gedragen. Ik kreeg te horen hoe ik moest roken en hoe ik moest wandelen.
Ik moest rondlopen met boeken op mijn hoofd
' Gina legt een stapeltje
conferentiefolders op haar hoofd, staat op en loopt giechelend een rondje
om de tafel. De folders blijven keurig liggen. Ze schatert het uit als ze
weer gaat zitten.
'Maar toen ik mijn vooropleiding had voltooid, zei ik: "Dit. Nooit.
Meer!"' Ze slaat met haar vuist op tafel om haar woorden kracht bij
te zetten. '"Ik ga toch nooit doen wat jullie van me willen, dus jullie
kunnen maar beter aan me wennen zoals ik ben." Vanaf dat moment waren
mijn ouders echt veranderd en gingen ze me steunen. Maar het was wel een
gevecht. De eerste strijd die ik ooit leverde, was dus in mijn ouderlijk
huis om meer vrijheid voor mezelf te hebben.'
Tijd voor bezinning
We keren terug naar haar latere bestaan, toen het jonge gezin, na zeven
jaar in Chili te hebben geleefd, gedwongen het land verliet. 'Mijn bestaan
in Chili op te moeten geven, dat is een van de grootste verliezen die ik
in mijn leven te verwerken heb gekregen. Wat wij deden was zo interessant
en zo belangrijk. Ik was gelukkig, had mensen leren kennen die in de meest
uiteenlopende levensomstandigheden verkeerden. Ik bevond me tussen de arbeiders
en de boeren, het was een leven vol ervaringen. Ik leerde voortdurend bij,
wilde dit absoluut niet opgeven.
Maar het goede van de gebeurtenissen was' -- ze hoort wat ze zelf zegt en
lacht: 'Ik bedoel natuurlijk op een bepaalde manier "goed" --
dat ik werd uitgezet naar mijn eigen land. Ik kwam in Peru samen met mijn
echtgenoot, mijn dochter die in Chili geboren was, en met veel andere Chilenen
die ook hun land hadden moeten ontvluchten. We konden niet meer terugkeren
naar Chili, of we zouden vermoord worden. We bleven dus in Peru. Vanaf het
moment dat ik in mijn land terugkwam, bevond ik me in een staat van permanent
activisme voor de Chileense zaak. Ik werkte met Chilenen die het land binnenkwamen.'
Hoewel de coup in Chili door veel welgestelde Chilenen werd gesteund - zij
hadden veel van hun status en bezit onder het marxistische regime van Allende
verloren - was niemand in het land voorbereid op de groteske vormen die
het dictatorschap van Pinochet aan zou nemen. Bijna zevenduizend kunstenaars,
journalisten, wetenschappers, politiek activisten en andere subversief geachte
personen werden gearresteerd en gemarteld of gedood. Nog eens duizenden
Chilenen die vreesden voor hun vrijheid of hun leven vluchtten naar Peru,
Ecuador, Venezuela, Argentinië, Engeland, de Verenigde Staten en Frankrijk,
en organiseerden zich daar in hun strijd tegen de regering Pinochet en voor
het behoud van de Chileense cultuur, creativiteit en identiteit. 'Het veertiende
district' werd en wordt deze wereldwijde structuur van Chileense bannelingen
ook wel genoemd: Chili bestaat uit dertien districten, het veertiende valt
-- gedwongen -- buiten de landsgrenzen.
'In die tijd runden we een politieke partij in ballingschap,' beschrijft
Gina de situatie vanaf 1973, 'wat zich afspeelde in Peru, Ecuador, en al
die andere landen waar de bannelingen terechtgekomen waren. We bleven onze
standpunten verkondigen en ik was daar erg actief in. Maar op een gegeven
moment realiseerde ik me dat ik op deze manier niet langer door kon gaan,
dat ik veel meer tijd nodig had om te verwerken wat mij in mijn leven was
overkomen en tot me door te laten dringen wat er in de wereld aan het gebeuren
was.
Langzaam maar zeker trok ik me uit de partij terug. Ik begon om me heen
te kijken zonder te weten aan welke zaak ik me wilde verbinden. Maar één
ding was duidelijk: mijn activistische bestaan zou ik nooit opgeven. Dat
zit me in het bloed. Drie jaar nadat ik in Peru was teruggekomen ging ik
weer naar de universiteit: ik wilde overdenken wat we in die activistische
jaren nu precies geloofden, waar we voor vochten. Ik was een jaar of tweeëndertig.
Dat was het begin van de tweede fase van mijn bestaan.'
Vrouwenkwesties
Als politiek wetenschapper kwam ik te werken in een regeringsinstituut,
een culturele instelling: het Institute of Natural Culture van het ministerie
van onderwijs.' Het INC beschermt, conserveert en promoot het Peruaanse
cultuurgoed, zowel gebouwen als kennis en tradities. 'Ik deed onderzoek
naar politiek in grensgebieden. Ik vond het werk geweldig, ik hield van
wat ik deed. In Europa had een seminar plaatsgevonden waar een stuk of vijf
Peruaanse vrouwen naartoe waren geweest. Na dat seminar kwamen ze naar mij
toe en zeiden: "We hebben in Europa beloofd een vervolgseminar te organiseren,
nu in Peru. En we willen dat jij de leiding van de organisatie op je neemt."
Op dat moment dacht ik: wat zonde nou, ik ben met zo veel interessante dingen
bezig op het gebied van de Peruaanse cultuur, en nu moet ik mijn tijd verspillen
aan dingen als vrouwenkwesties.' Gina moet lachen en kijkt om zich heen
of iemand anders in de kantine haar gehoord heeft. 'Ik had aanvankelijk
absoluut geen interesse in vrouwenzaken,' zegt ze vertrouwelijk terwijl
ze zich vooroverbuigt.
'Maar goed
Ik kende mijn verantwoordelijkheden en begon met de organisatie.
Ik ging op zoek naar de vrouwen in Peru die zich met dat soort zaken bezighielden,
en dat waren er niet zo veel. Ik breidde mijn onderzoeksterrein uit in heel
Latijns-Amerika. Uiteindelijk duurde het seminar dat in 1978 werd gehouden,
drie maanden. Ik was inmiddels zowel theoretisch als praktisch betrokken
geraakt en na deze drie maanden realiseerde ik me dat mijn leven volslagen
veranderd was. Het was, wat ik nu noem, een geschenk van de godin.
De eerste verandering in mijn leven was dat ik voor het eerst begon te beseffen
dat vrouwenzaken belangrijk waren. De dingen die ik tijdens mijn werk voor
het seminar te horen kreeg -- de consequente schending van vrouwenrechten
-- schokten mijn bestaan. Ik had er nooit eerder bij stilgestaan hoe serieus
deze discriminatie was.
De tweede verandering vond plaats toen we het Centro Flora Tristán
begonnen op te richten: een centrum dat strijdt voor de rechten van de vrouw
en dat onderzoek doet naar de leefomstandigheden van vrouwen in ons land.
Flora Tristán, de vrouw waarnaar wij het centrum hebben genoemd,
leefde in de negentiende eeuw in Frankrijk. Ze had een Peruaanse vader en
een Franse moeder. Toen haar vader stierf, werd het huwelijk tussen haar
ouders niet erkend waardoor Flora werd bestempeld als een bastaardkind.
Flora was erg arm, had een verschrikkelijk huwelijk waarin ze stelselmatig
werd mishandeld en werkte in een fabriek. Daar begon ze te strijden voor
de rechten van de arbeiders en de rechten van de vrouw. Ze wilde scheiden
om aan haar wrede echtgenoot te ontkomen, maar in die tijd was in Frankrijk
echtscheiding niet mogelijk. Pas toen haar echtgenoot haar had proberen
dood te schieten, kreeg ze een scheiding toegekend.
Hoe dan ook, Flora was een voorbeeld voor ons: ze streed voor vrouwenrechten,
ze streed voor de rechten van de arbeiders en vocht in de klassenstrijd.
Wij vonden dat zij representeerde wat wij in Peru wilden bereiken en daarom
leenden wij haar naam, Flora Tristán, voor onze beweging.'
Geprezen en verguisd
'Ondanks mijn inzet voor het Centro Flora Tristán was ik nog steeds
geen overtuigd feministe. Ik was iemand die er theoretisch van overtuigd
was dat we gelijke rechten voor mannen en vrouwen konden bewerkstelligen
-- ik bezag het als een kwestie van mensenrechten, niet zozeer als een vrouwenzaak.
Vanaf het moment dat we onze organisatie begonnen op te starten, gingen
we de straat op om arbeiders te steunen, om onderwijzers te steunen, om
iedereen een hart onder de riem te steken die in de problemen zat. De pers
roemde ons als de Grote Feministen van het land die betrokken waren bij
de zaken van de meest uiteenlopende personen.
Daar kwam verandering in op de dag dat we opkwamen voor onze reproductieve
rechten en het recht op abortus.' In Peru is het tot op de dag van vandaag
in de grondwet niet toegestaan anticonceptiemiddelen te gebruiken voor geboortebeperking.
Abortus is een volstrekt taboeonderwerp. 'Net als anders gingen we de straat
op,' vertelt Gina over de demonstratie van Flora Tristán. 'Maar in
plaats van de gebruikelijke duizend vrouwen kwamen er maar vijftig opdagen.
En aan het eind van de tocht waren er nog maar twintig vrouwen over. De
sfeer in de straten was afschuwelijk. Mensen riepen: "Jullie horen
niet thuis in ons land! Jullie verkondigen opvattingen uit het Noorden:
imperialistische meningen die horen bij vrouwen uit andere landen. Jullie
veroorzaken armoede. Jullie zijn tegen het gezinsleven." Allemaal van
dat soort dingen, en dan nog in een heel wat sterkere bewoordingen.'
Met driftige bewegingen rolt Gina een nieuwe sigaret. 'Ik zou dit eigenlijk
niet moeten doen,' zegt ze. 'Maar het is erg lekker. Zullen we nog één
kop koffie nemen?' Ze wacht haar bestelling af en grijnst als ze met een
sigaret in haar ene hand een slok neemt van de verse espresso.
'Terwijl we de ene dag in de krant nog de "fantastische vrouwen"
werden genoemd, omschreven de media ons de dag na de demonstratie als
'
Ze zoekt naar de juiste woorden. 'Ik weet niet hoe ik het in het Engels
moet zeggen, maar letterlijk zeiden ze: "Feministes zijn bloemen zonder
water." Dus: vrouwen die geen man hebben die hun water wilde geven.
Die avond kwam ik kwaad en verslagen thuis en vertelde aan mijn toenmalige
vriend wat er gebeurd was. Ik was inmiddels weduwe, mijn eerste echtgenoot
uit Chili was gestorven en ik had een nieuwe relatie. Ik beschreef hem wat
er zich had afgespeeld. Hij antwoordde: "Waarom verspilt een vrouw
die zo intelligent is als jij haar tijd aan dit soort stomme zaken?"'
Gina hapt in verbijstering naar lucht en rolt met haar wijd opengesperde
ogen. 'Het was pas op dat moment dat ik me realiseerde dat ik niet alleen
streed voor de problemen van anderen, van arme vrouwen, maar dat het ook
mijn probleem was. Vanaf dat ogenblik werd ik overtuigd feminist. We begonnen
onze organisatie en creëerden als vrouwen onze eigen plek. Zo deed
het feminisme zijn intrede in Peru.'
Hechter door hechtenis
Wanneer een protestmars zo veel haat oproept dat het bijna tastbaar is in
de atmosfeer, moet dat behoorlijk beangstigend zijn. Was Gina nooit bang
in haar werk?
'Als ik er nu over nadenk had ik dat wel moeten zijn,' antwoordt Gina bedachtzaam.
'maar op het moment dat je er middenin zit
Ja, natuurlijk neem je
risico's, maar er is iets dat je voortdrijft: een politieke kracht die je
samen met andere deelt. Je bent altijd in gevaar omdat je de regels overtreedt,
maar tegelijkertijd is er een innerlijke kalmte die je de kracht geeft om
verder te komen. En de wetenschap dat ik niet alleen stond, maakte ook een
wereld van verschil. Samen vormen we een grote groep -- overigens met ruzies
en moeilijkheden, ik wil absoluut geen romantisch beeld van de feministische
beweging schetsen. Maar als we het samen eens worden, zijn we onverslaanbaar.
Naar sommige demonstraties gingen we met onze dochters. Er was bijvoorbeeld
een protestactie waarvan we dachten dat alles rustig zou verlopen. Maar
het ging anders: de politie kwam en arresteerde twee demonstranten. Op het
moment dat we daartegen in opstand kwamen, werden we allemaal opgepakt,
mét onze baby's en kinderen. Mijn dochter, die inmiddels tweeëndertig
is, maakt vaak grappen tegen me en zegt: "Het enige dat ik me uit mijn
eerste kinderjaren kan herinneren, zijn de momenten dat ik met jou in de
gevangenis zat." Zij was een jaar of acht en werd altijd snel vrijgelaten:
de kinderen lieten ze gaan. Maar voor haar waren dit soort momenten nogal
traumatisch. Als kind kon zij natuurlijk niet inschatten dat alles uiteindelijk
wel goed zou komen.
We werden veelvuldig in de gevangenis gegooid. In het begin, de eerste drie
of vier keer, zaten we maar een paar uur vast. Maar in andere situaties
-- bijvoorbeeld toen er een politieke noodsituatie in het land heerste --
was het probleem veel groter en moesten we langer blijven. Maar we hebben
nooit de nacht in het gevang door hoeven te brengen. We werden op het allerlaatste
moment vrijgelaten, opnieuw door toedoen van mijn vader. Op dat moment was
mijn vader al met pensioen, hij maakte geen deel meer uit van de regering.
Persoonlijk heb ik hem nooit gebeld, dat wilde ik niet. Maar ik demonstreerde
onder anderen met mijn zussen, die zich beiden ook hard maakten voor de
rechten van de vrouw. Een van die twee zal onze vader wel gebeld hebben
en hij kreeg ons vrij.
Al met al was gearresteerd worden in die dagen wel een heel gedoe, maar
het was niet zo erg als gevangenzitten tijdens Pinochet. Dan liep je de
kans te sterven. Hier werden je rechten wel geschonden, maar meer dan dat
kon je niet overkomen.'
Van landelijk naar wereldwijd
Centro Flora Tristán groeide uit tot de belangrijkste feministische
organisatie van Peru. Inmiddels hebben ze het voor elkaar gekregen dat er
in het openbaar beleid in Peru rekening wordt gehouden met de rechten van
de vrouw. De instantie controleert de regering en traint functionarissen
om het beleid op een goede manier te kunnen uitvoeren. Er zijn in het hele
land speciale politieposten opgericht waar vrouwen aangifte kunnen doen
van (huiselijk) geweld, en vrouwen hebben sterkere rechten gekregen op het
gebied van landseigendom. Binnen de Verenigde Naties bekleedt Centro Flora
Tristán een officiële adviserende functie.
'Vanuit Peru,' vertelt Gina, 'begon ik regionaal te werken. Het feministisch
besef in Latijns-Amerika groeide: er ontstonden groeperingen in Ecuador,
in Mexico, en zo breidde het zich uit.
Sinds 1980 organiseren we iedere twee of drie jaar de Encuentros Feministas,
feministische bijeenkomsten, op Latijns-Amerikaans en Caribisch niveau.
Ieder jaar is een ander land gastheer: Chili, Mexico, Brazilië, Peru,
El Salvador, Colombia. In 1981 vond de eerste vergadering plaats. Deze Encuentros
fungeren niet alleen als thermometer om de toestand op te nemen waarin we
ons bevinden, maar het zijn ook plaatsen om strategieën op te bouwen
voor de feministische strijd in de regio: vrouwen in heel Latijns-Amerika
komen dezelfde problemen tegen. Boven alles voeden deze Encuentros ons,
ze geven ons de energie om door te gaan.
Vanaf het moment dat ik regionaal ging werken, begon ik na te denken hoe
ik wereldwijd zou kunnen functioneren -- hoe ik een interactie kon aangaan
met vrouwen in andere regionen. De eerste samenwerking vond plaats met groeperingen
uit Europa en de Verenigde Staten. Door de hegemonie van Europa en de VS
was het makkelijker om contact met hen te onderhouden dan bijvoorbeeld met
groeperingen uit Azië of Afrika. Maar na enige jaren -- ik denk dat
de Beijing-conferentie daar een belangrijke rol in heeft gespeeld -- werkten
we wereldwijd samen met geestverwanten en gingen we verenigd de strijd aan.'
Opnieuw een controverse
Een van de uitkomsten van de Beijing-conferentie in 1995 was een Platform
for Action: een stappenplan dat de status van vrouwen in de wereld moet
verbeteren en dat er uiteindelijk voor moet zorgen dat vrouwen actief kunnen
meedraaien in alle facetten van het publieke en het particuliere bestaan,
op basis van volledige medezeggenschap in de economische, sociale, culturele
en politieke besluitvorming.
In 2002 vond de Beijing+5-conferentie plaats in het hoofdkwartier van de
Verenigde Naties in New York. Uiteraard was Gina weer van de partij. 'Op
dat moment realiseerden we ons dat wij al veel hadden gedaan voor het Actieplatform,
maar dat de regeringen nog bijna geen actie hadden ondernomen. We besloten
dus om tijdens Beijing+5 een sterk statement te verkondigen tegenover de
regeringen die het lieten afweten.
We hielden ze niet een belerend vingertje voor door op te sommen: jullie
hebben dit niet gedaan, dat niet gedaan. Nee, we kozen voor een poëtische
wijze van protest. We zeiden: "We hebben maar vijf minuten om te praten,
maar hoe kunnen we in vijf minuten opnoemen wat wij wel hebben gedaan en
wat jullie af hebben laten weten?"' Daarnaast begaf Gina zich in haar
speech op een breder terrein: dat van de globalisering. Ze vertelde dat
de democratie in de wereld groter lijkt te worden, maar dat door de neoliberale
economische globalisering de werkelijke macht van regeringen wordt ingeperkt
en dat de sociale en economische rechten van de bevolking daaronder te lijden
hebben. En daarbij leverde ze openlijk kritiek op de Verenigde Naties. 'Het
was kort en duidelijk,' omschrijft Gina haar statement. 'Slechts anderhalve
pagina lang.
Voordat we zouden spreken kwam een afvaardiging van de organisatie naar
ons toe, medewerkers van de Verenigde Naties. Ze vroegen: "Waar gaat
jullie speech over? Wij praten over gelijkheid, vrede en rechtvaardigheid.
We hopen dat wat jullie zeggen historisch correct is, zouden we de tekst
even mogen lezen?" De VN-medewerkers vroegen naar onze speech, dus
die gaven we. Bijna direct daarna kwamen ze bij ons terug en zeiden dat
dit niet kon: dat het respectloos was wat we hadden geschreven, enzovoort,
enzovoort. Op dat moment raakten we in paniek en schreven we een nieuwe
tekst -- veel terughoudender -- en legden die ter goedkeuring aan deze mensen
voor. Daar gingen ze mee akkoord.
Ik was opnieuw degene die de speech moest houden. En daar stond ik, een
paar minuten voor de vergadering plaats zou vinden, met het verhaal dat
verboden was én met de gematigde, geaccepteerde tekst. Op dat moment
dacht ik: wat heb ik te verliezen? Niets. Ze kunnen me hooguit uit het gebouw
van de Verenigde Naties zetten. Dus ik nam een dubbele whisky en besloot:
Oké, ik doe het!
Ik las de verboden tekst voor en het was net zo'n apotheose als in Beijing.
En wat denk je? De mensen die in de zaal aanwezig waren namens de VN --
anderen dan degenen van voorheen -- feliciteerden ons. Tot onze stomme verbazing.
De voorzitter van de bijeenkomst hoorde van het voorval en zei: "Een
respectloze tekst? Deze speech? Wat jullie is overkomen, getuigt enkel van
gebrek aan respect van de mensen die bij de VN werken. Zij denken dat ze
kunnen bepalen wat goed is of niet."
Later kwam ik erachter dat degenen die de tekst verboden hadden, de meest
radicale rechtsgeoriënteerde vleugel binnen de VN vormden. Zij wilden
niet dat we de tekst zouden voorlezen omdat die zo kritisch was over de
organisatie. Zij waren natuurlijk wel verschrikkelijk kwaad op ons, maar
het was gewoon een nieuw hoofdstuk in de permanente confrontatie met de
VN over democratische onderwerpen.'
Geen vriendjespolitiek
De autoriteiten die Gina bevecht, worden steeds machtiger. Krijgt ze nooit
het gevoel dat ze bedreigd wordt? 'Zoals ik al vertelde werd ik in Chili
bedreigd,' refereert Gina aan haar Pinochet-periode. 'Maar verder niet echt
Er zijn natuurlijk mensen binnen de Verenigde Naties die geen vertrouwen
in ons hebben. En we worden gewantrouwd door de rechtervleugel in onze regering,
waarmee we de confrontatie aangaan over vrouwenzaken en democratische onderwerpen.
Maar dat hoort bij het spel.
Voor mij is het 't belangrijkst dat vrouwen meer ruimte krijgen om hun eigen
keuzes te kunnen maken en dat ze over hun eigen leven kunnen beslissen.
Alle zaken die de vrijheid van vrouwen beperken, politiek, economisch, gerechtelijk
of cultureel, zijn krachtige beweegredenen voor mij omdat ik zelf ook voor
mijn vrijheid heb moeten strijden. Daarom ben ik zo kwaad op de autoriteiten.
Daarom strijd ik onophoudelijk tegen instituten die het protest van vrouwen
de kop in willen drukken.'
Onder alle felheid en passie waarmee ze spreekt zit een sterke positieve
basis -- geen woede, maar een krachtige energie. Een vermogen om gelukkig
te zijn. 'Ja, ik ben heel vaak gelukkig,' glimlacht Gina. 'Ik ben gelukkig
met mijn dochter. Ik ben gelukkig als ik verliefd ben, absoluut, dan stroom
ik over van geluk. Na voorvallen als tijdens de Beijing-conferentie, na
gevechten die we gewonnen hebben, ben ik zo blij en opgewonden dat ik er
's nachts zelfs niet van slaap, omdat de beelden van wat er gebeurd is keer
op keer door mijn hoofd spelen. Ja, ik kan met stelligheid zeggen dat ik
een gelukkig leven heb.'
Gina staat op, het is tijd voor een nieuwe workshop. Tijd om een lokaal
vol vrouwen nieuwe moed en energie te geven. Virginia Vargas is er klaar
voor, als altijd.
Virginia Vargas (1946) is politiek socioloog. In 1978 richtte zij het
Centro Flora Tristán op, dat zich inzet voor gelijke rechten voor
vrouwen in Peru. Ze is ook lid van de Internationale Raad van het World
Social Forum en geeft in Europa en Latijns-Amerika colleges als universitair
docent gender-studies. In 1995 ontving ze in Beijing een UNIFEM Award --
de prijs van het vrouwenfonds van de Verenigde Naties voor werk op het gebied
van de ontwikkeling en bevordering van vrouwenkwesties. Ze schreef artikelen
voor kranten en tijdschriften over de hele wereld. In boekvorm publiceerde
zij onder meer: The Contribution of Women's Rebellion (1989); How to Change
the World Without Loosing Ourselves (1992); en als co?editor The Triangle
of Empowerment , The Road to Beijing (1998).

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2004
Dit gesprek is gepubliceerd in Vrouwen die de wereld veranderen.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 633 0
![]()