In de zintuigenverwarrende mierenhoop Delhi ligt
een kleine oase. Op deze plek in het zuiden van de stad hoor je nauwelijks
het onophoudelijke getoeter van bussen, autoriksja's, scooters, auto's en
vrachtwagens. Hier word je niet overweldigd door de Delhi-cocktail van uitlaatgassen,
kokende frituurolie, overrijp fruit, urine en kruiden. Je struikelt niet
over koopwaren die door straathandelaren op tapijten zijn uitgestald. Bedelaars
trekken niet constant aan je kleding met hun vraag om baksheesh. Grote stalen
hekken sluiten de schone straten 's nachts af en geven de buurt een ondoordringbare
aanblik. In deze oase, Hauz Khas, bevindt zich de thuisbasis van Navdanya.
Navdanya, dat 'negen zaden' betekent, werd in 1991 door Vandana Shiva opgericht
als een afdeling van haar Research Foundation for Science, Technology and
Ecology (RFSTE). De globalisering, de opkomst van de genetische manipulatie,
de nieuwe patentwetten en de daaruit voortkomende monoculturen bedreigen
de ecologische balans in India en beroven honderdduizenden boeren van hun
levensvoorziening. Met Navdanya wil Shiva de biodiversiteit en de eeuwenoude
inheemse natuurkennis vastleggen en behouden.
Navdanya promoot niet alleen de organische landbouw: Shiva gaat ook het
gevecht aan met grootheden als de Indiase regering en de Amerikaanse bedrijven
Cargill en Monsanto. Deze bedrijven patenteren met goedkeuring van de overheid
Indiase zaden en inheemse kennis. 'Biopiraterij' noemt Shiva deze praktijken
-- en daarom vervolgt ze de multinationals tot in het Hooggerechtshof om
de opkomende ecologische crisis te bezweren.
Op het moment dat het gesprek met Vandana Shiva gepland staat, is ze
niet op kantoor. Vandana is bezig met veldwerk: ze praat op het platteland
met weduwen -- de echtgenotes van overleden boeren. De dood van deze boeren
is het directe gevolg van de door het Westen ingezette Groene Revolutie.
Deze zogenaamde 'humanitaire' verbetering van de landbouw in de derde wereld
had van het begin af aan wel degelijk een zakelijk voordeel op het oog.
Immers: westerse bedrijven leveren de zaden, de mest en de pesticiden die
voor de verbetering van de landbouw moeten zorgen. En dat doen ze niet gratis.
De door de westerse wereld aangeleverde kunstmest blijkt de kostbare landbouwgrond
uit te putten. De ingevoerde insectenverdelgingsmiddelen maken de insecten
juist resistent, waardoor oogsten volledig mislukken. En omdat de onderneming
voor het zakenleven natuurlijk wel winstgevend moet blijven, worden boeren
gedwongen om éénjarige planten en zaden aan te schaffen, ieder
jaar opnieuw, tot de kosten voor hun levensonderhoud niet langer zijn op
te brengen.
Steeds meer boeren zien een laatste uitweg in de pesticiden die een deel
van hun ondergang veroorzaken. Alleen niet door hun gewassen ermee te bespuiten,
maar door ze zelf in te nemen. Er grijpt een zelfmoordepidemie om zich heen
in India. Door wanhoop gedreven hebben niet minder dan twintigduizenden
boeren zelfmoord gepleegd om te ontkomen aan de neerwaartse spiraal van
machteloze uitputting, stijgende schulden en onvermijdelijke armoede. Even
zovele boeren zijn een hongerdood gestorven. En vijf miljoen hebben er hun
boerderijen moeten opdoeken. Het zijn getallen die het voorstellingsvermogen
te boven gaan.
Enkele dagen later kom ik voor een tweede poging tot een gesprek met
Vandana Shiva naar Navdanya. Langs een bewapende bewaker die iedereen zijn
naam en eventuele visumgegevens in het gastenboek laat schrijven, kom ik
de kleine kantoorruimte van Navdanya binnen. Het zoemt er van de bedrijvigheid.
Vier vrouwen en drie mannen zitten te schrijven of te telefoneren achter
bureaus waarop papieren hoog liggen opgestapeld. In een zijkamertje worden
groenten en kruiden geselecteerd en gewogen op een weegschaal van het Vrouwe
Justitia-type: bloemkool, koriander, knollen, munt, uien, tomaten. De wanden
van de ruimtes zijn beplakt met talloze krantenartikelen over de bezigheden
van Navdanya, interne memo's, werkroosters, affiches waarop de Amerikaanse
multinational Monsanto wordt aangeklaagd. Overal hangen doorzichtige zakjes
met soorten rijst, bonen, kruiden en zaden. En er zijn foto's opgeprikt:
Vandana Shiva op een akker, Vandana tussen de boeren, Vandana met Prins
Charles.
Aan een ronde tafel zitten op rieten stoelen drie Japanse studenten met
elkaar te praten. 'Wachten jullie op mij?' hoor ik een warme vrouwenstem
achter me zeggen. De studenten schieten uit hun stoel alsof ze voor een
officier moeten salueren. Ik draai me om en kijk in het brede open gezicht
van een kleine, stevige vrouw in een sari. Twee indringende bruine ogen
lijken een ogenblik in mijn ziel te kijken. Ik krijg even een stralende
lach toegeworpen -- en het volgende moment laveert Vandana Shiva om me heen
naar de studenten en schuift bij ze aan tafel.
Priya, de assistente van Vandana, komt naar me toe. 'Het spijt me, maar
Vandana's trein was vertraagd. Haar hele schema ligt in de war. Ze heeft
vandaag absoluut geen tijd en morgen vertrekt ze weer. Ik weet niet hoe
lang je nog in India blijft, maar ik stuur wel een mail als er nog een gaatje
in haar agenda is.'
Er zit niets anders op dan andermaal te wachten. Op een van de dagen
die ik vervolgens in Delhi doorbreng, bezoek ik PUSA, de agriculturele kweekvijver
van de overheid waar volop wordt geëxperimenteerd met genetische manipulatie
van gewassen. Een onderzoekster leidt mij vol trots over het terrein dat
nog het meeste weg heeft van een modeluniversiteitscampus.
Tijdens een van haar uiteenzettingen laat ik terloops Vandana Shiva's naam
vallen. Ik schrik van de heftige reactie die ik teweegbreng: Shiva moet
toch zeker niet serieus genomen worden, redeneert de onderzoekster, met
dat organisatietje van haar dat niet eens regeringsgebonden is? Die vrouw
strijdt tegen genetische manipulatie zonder dat ze de voordelen ervan in
wil zien en denkt dat 'gezond' voedsel zaligmakend is. De woorden worden
als een vloek uitgespuugd. Na deze uitval weet mijn gids niet hoe snel ze
me weer van de campus weg moet krijgen.
Voor iemand die zo onbetekenend is als de medewerkster van PUSA mij wil
doen geloven, roept Vandana Shiva een hoop haat op.
Twee weken later stap ik klokslag twaalf het kantoor opnieuw binnen.
Er hangt nu een gespannen sfeer. Achter in de kantoorruimte is Vandana Shiva
in een hevig debat verwikkeld. Haar stevige buik, in sari gehuld, duwt bijna
tegen de smetteloos witte kurta pajama van de iele man met wie ze in discussie
is. Haar woede is voelbaar, en ieder die het Hindi machtig is kan meegenieten
van haar toorn. De andere aanwezigen in de ruimte maken zich klein achter
hun bureaus. Er lijkt geen einde aan de ruzie te komen, en het duurt een
vol uur totdat de assistente Vandana's aandacht weet te trekken en haar
meeneemt naar de ronde tafel waaraan ik heb plaatsgenomen.
Even later is er van de verhitte woordenwisseling van zojuist geen spoor
meer te bekennen op het gezicht van de vrouw die tegenover me gaat zitten
en haar hand naar me uitsteekt. 'Ik ben Vandana Shiva,' zegt ze. 'Ik heb
begrepen dat je met me wilt praten.' Ik heb haar volle aandacht, terwijl
achter ons de man zijn tirade inmiddels tegen een van de kantooremployees
vervolgt.
'Niet langer dan een half uur,' sist de assistente me nog toe.
Ongewenst
Wanneer Vandana hoort over de PUSA-onderzoekster die zo heftig reageerde
op het noemen van haar naam, is ze even stil. Ze knikt bij de herkenning
van het harde oordeel. 'Ik hou me er niet mee bezig,' zegt ze na een poosje.
'Ik neem er notie van en ga verder met mijn leven. Vroeger was dat anders.
Als mensen me belachelijk maakten, zag ik dat als een wetenschappelijke
uitdaging. Ik wilde dan per se bewijzen dat wij gelijk hebben door aan te
tonen wat er allemaal mis is met de wonderen van de Groene Revolutie, van
de genetische manipulatie, enzovoort. Maar in de loop der tijd ben ik het
minder belangrijk gaan vinden om het ongelijk van de ander aan te tonen,
dan om zelf op de juiste manier te leven in de lijn van de keuzes die ik
heb gemaakt.
Ik ben nooit bang voor de overheid of voor multinationale autoriteiten.
De autoriteiten waar ik verantwoording aan afleg, zijn veel machtiger dan
zij. Mijn autoriteiten zijn: de natuur, de ecologische wetten en mijn geweten.
Ik ben mijn werk voor Navdanya niet vanuit onwetendheid en domheid begonnen.
Ik ben erin gestapt in het volledige besef hoe gemakkelijk de heersende
autoriteiten vergif en ziektes verspreiden om maar winst te kunnen behalen
uit de landbouw. Ik weet hoe groot het aandeel van de macht hierin is. Maar
ik ben ervan overtuigd dat het aandeel dat het leven hierin heeft, wat duurzaamheid
en ecologische alternatieven betreft, uiteindelijk veel hoger is.'
Een zoektocht naar kennis
Ooit was Vandana Shiva een gerespecteerd atoomfysicus en doctor in de natuurwetenschappen.
Tegenwoordig vecht ze tegen dezelfde instanties waar ze ooit haar leven
aan wijdde. Het lijkt erop dat ze in haar bestaan een ommezwaai van honderdtachtig
graden heeft gemaakt.
'Tijdens mijn leven heb ik veel veranderingen doorgemaakt,' beaamt Vandana.
'Ik koos voor een opleiding tot fysicus omdat ik niets liever wilde dan
een wetenschapper worden. Ik ben altijd geïnspireerd geweest door wetenschappers
als Einstein.' Ze begint te glunderen. 'Ik houd ontzettend van intellectuele
uitdagingen, daar raak ik helemaal opgewonden van. Bovendien was een wetenschappelijke
studie voor mij dé manier om de natuur te leren kennen.
Daar zat ik dan uiteindelijk, bij de belangrijkste wetenschappers in de
wereld, in de eerste experimentele snelkweekreactor van India. Ik had het
gevoel dat ik het vak helemaal onder de knie had. Maar mijn enthousiasme
werd verpletterd toen mijn zus me een paar essentiële vragen stelde:
"Wat voor een voorbereidingen tref je voordat je die reactor binnengaat?
Wat voor een bescherming gebruiken jullie? Je weet toch wel wat straling
met je doet?"'
De vragen werden niet vanuit naïviteit gesteld. Vandana's zus is zelf
arts en houdt zich onder meer bezig met onderzoek naar de invloeden van
buitenaf die een ongeboren kind kunnen beschadigen. Straling, zo weet ze,
is een van deze factoren, en kan leiden tot misvorming van de foetus. Vandana
heft haar handen in de lucht in een wanhoopsgebaar. Het lijkt alsof ze nog
steeds niet begrijpt dat ze destijds zo argeloos haar werk deed. 'Ik antwoordde
mijn zus: "Dat hebben ze ons nooit verteld. Ze onderwijzen ons wat
de fysica voor de toekomst kan betekenen, ze leren ons niks over fysica
en gezondheid. Ze leren ons niet wat er gebeurt als een levend organisme
aan straling wordt blootgesteld!"
Op dat moment realiseerde ik me dat ik, in het belang van de intellectuele
eerlijkheid, niet langer kon volstaan met eenzijdige kennis. Dat was niet
genoeg. Ik snakte naar holistische kennis, wilde de wetenschap als een totaalsysteem
begrijpen. Ik wilde niet langer vergelijkingen toepassen om technologieën
te ontwerpen waarvan we de gevaren niet kennen, of niet mógen kennen.
Ik stapte daarom over op de theoretische fysica en schreef mijn proefschrift
over de kwantumtheorie.'
Een drooggevallen rivier
'Terwijl zich dit allemaal in mijn intellectuele ontwikkeling afspeelde,
raakte ik betrokken bij de eerste grote natuurbeschermingsbeweging in India:
de Chipko-beweging. We hebben het over de jaren zeventig. De vrouwen uit
mijn streek kwamen met honderden, duizenden tegelijk naar voren. Ze omhelsden
de bomen en zeiden: "Jullie kunnen ze niet omhakken want dit zijn onze
levens."
Ik had me natuurlijk kunnen opsluiten in de academische wereld zonder aandacht
te besteden aan wat daarbuiten plaatsvond, maar er waren twee redenen waarom
ik gemakkelijk met de vrouwen van Chipko in contact kon komen. De eerste
reden was het feit dat mijn vader boswachter was. Ik was in deze contreien
grootgebracht, had hier geleefd, gewandeld en gereisd. Dit waren mijn bossen,
niet die van iemand anders. Dit waren bossen die ik als mijn moeder beschouwde,
in wier wieg ik was opgegroeid. Ik kende het gebied, wist uit persoonlijke
ervaring wat er allemaal plaatsvond. Ten tweede waren veel van de mensen
die de vrouwen van Chipko ondersteunden, gandhiaanse activisten. Veel van
deze activisten hadden in het verleden mijn ouders bezocht, omdat mijn moeder
een volgeling van Gandhi was. Ik had ze als kind al ontmoet.'
Vandana Shiva werd in 1952 geboren, vier jaar na de moord op Mahatma (Grote
Ziel) Gandhi. Tot op de dag van vandaag blijven talloze volgelingen van
de Vader van India op geweldloze wijze strijden tegen onrecht. Niet voor
niets staat zijn lachende gezicht nog altijd afgebeeld op de roepiebiljetten.
Het is logisch dat de gandhiaanse activisten zich de strijd om het behoud
van de natuur hebben aangetrokken.
Vandana groeide op aan de voet van de Himalaya. Doon Valley, ofwel Dehra
Dun, is een gebied vol bergen en bossen dat ineengesloten ligt tussen de
Himalaya in het noorden en het Shivalik-gebergte in het zuiden, tussen de
rivier Yamuna in het westen en de Ganges in het oosten.
'Toen de Chipko-beweging losbrak,' gaat Vandana verder, 'werd ik niet alleen
geïnspireerd door mijn persoonlijke band met de Himalaya-bossen, maar
ook door mijn persoonlijke ervaringen met de gevolgen van ontbossing.' Opeens
wordt Vandana's gezicht helemaal zacht. Haar ogen kijken niet langer naar
mij, maar langs me heen, terug in de tijd. 'Ik weet nog dat ik helemaal
overtuigd raakte toen ik in een rivier wilde gaan zwemmen, vlak voordat
ik naar Canada zou vertrekken om te promoveren. Ik had de behoefte om naar
een plaats toe te gaan waar ik me gelukkig voelde, dus ik ging naar een
van mijn favoriete rivieren. Die rivier was opgedroogd.'
Een moment later is ze weer terug in het Navdanya-kantoor. Haar ogen schitteren
nu feller dan ooit: 'Die ervaring en de politieke ontwikkelingen binnen
Chipko maakten mijn betrokkenheid onontkoombaar, zelfs tijdens mijn promotieperiode
in Canada. Iedere zomer kwam ik terug om als vrijwilliger voor de Chipko-beweging
te werken. Iedere zomer offerde ik mijn vakantie eraan op. En later, toen
ik begon te onderwijzen, nam ik mijn studenten mee om ze te laten zien wat
er gebeurde. Het werd een essentieel deel van mijn leven.'
Bergen omhelzen
'In 1981 werd ik door de Indiase minister van Milieu gevraagd om de gevolgen
van de mijnbouw in Dehra Dun te bestuderen. Ze hadden mijn hulp ingeroepen
als een expert die een aantal ecologische studies had geschreven, terwijl
ik bezig was met mijn andere werkzaamheden. Maar het ministerie wist niet
dat Dehra Dun mijn thuis was.
Natuurlijk greep ik de mogelijkheid met beide handen aan: op deze manier
kon ik een bijdrage leveren aan de vallei waar ik geboren was. Ik kon weer
in Dehra Dun wonen en ik zou bovendien in de buurt van de Chipko-beweging
zijn. Sterker nog, ik schakelde Chipko in voor de strijd tegen de mijnbouw.
De vroegere beweging was tegen de ontbossing gericht, maar nu haalde ik
de Chipko-activisten uit de bossen om de bergen te beschermen en werkte
ik opnieuw samen met vrouwen uit de omgeving. We maakten samen liederen.
Het was prachtig.' Vandana lacht en wiegt zachtjes heen en weer alsof de
melodieën van toen weer in haar hoofd klinken. 'Liederen die vroeger
over de bossen gingen, werden aangepast voor de bergen. Waar we vroeger
"We omhelzen onze bomen" zongen, luidde de tekst nu "We omhelzen
onze bergen".
Het resultaat van mijn studie werd de eerste milieuzaak die het tot het
Hooggerechtshof heeft gebracht. De vrouwen hielden spontane acties onder
het motto: De bergen omhelzen. De burgers werden aangespoord om zowel voorspraak
te doen als rechtszaken in te dienen. En mijn team had onderzoek gedaan
naar de gevolgen van de mijnbouw. De combinatie van die drie elementen mondde
uit in onze eerste grote overwinning: de mijnbouw werd gestopt.'
Van kweekreactor naar koeienschuur
'In 1982 besloot ik dat het niet voldoende was. Negen maanden per jaar doorbrengen
in een academische omgeving, terwijl ik datgene wat mijn ziel en passies
wérkelijk doet ontvlammen bewaarde voor drie maanden vakantie --
het maakte me ongelukkig. Ik voelde een dwingende behoefte om protestbewegingen
op mijn manier te steunen, met wat ik "geëngageerd actieonderzoek"
noem. Hierbij zijn actie en rede niet twee gescheiden eenheden, maar inspireert
de actie de rede. "Zo moet mijn leven zijn," zei ik.' De manier
waarop Vandana deze woorden nu, ruim twintig jaar later herhaalt -- als
een gulden levenswijsheid -- is ongetwijfeld net zo overtuigd als hoe ze
haar beslissing destijds aan haar collega's meldde.
'"Zo moet mijn leven zijn," zei ik. En ik vertrok.'
'Ik besprak mijn twijfels, plannen en problemen altijd thuis tijdens
de maaltijd. Mijn moeder reageerde grootmoedig. Ze zei dingen als: "Wanneer
je maar wilt. Laat je nooit leiden door de gedachte aan een salaris. Lever
nooit in je leven je vrijheid in voor een salaris." En ze sprak woorden
die bijna bijbels waren: "Als er voor iedere grasspriet en ieder boomblad
wordt gezorgd, waarom maak jij je dan zorgen op welke manier er voor jou
gezorgd zal worden?"
Ze gaf me haar koeienschuur. Ze zei: "Als jij een stichting wilt beginnen,
dan heb je er hier een plek voor. Maak je geen zorgen over geld, maak je
helemaal nergens zorgen over. Wij zijn je familie, en wij zijn er om je
te steunen." Dus ik begon de Research Foundation for Science, Technology
and Ecology vanuit de koeienschuur van mijn moeder.'
Vandana benadrukt de groei van de RFSTE door met een weids gebaar haar kantoorruimte
in Delhi te omvatten. Inmiddels is de eenmanszaak die in een stal begon,
uitgegroeid tot een onafhankelijke onderneming van mondiale betekenis.
Onloochenbare genen
De opstandigheid, recalcitrantie en antiautoritaire houding die Vandana
al zover hebben gebracht, heeft ze niet van een vreemde. Van kind af aan
is ze grootgebracht met het inzicht nooit te buigen voor onrecht. 'Mijn
moeder komt uit een activistenfamilie. Haar vader, mijn grootvader dus,
richtte de eerste school voor plattelandsmeisjes op. Hij wilde dat deze
als een highschool erkend zou worden. In die dagen, het was Gandhi's tijd,
gingen mensen in hongerstaking om het geweten van de maatschappij wakker
te schudden.
Mijn grootvader besloot zijn leven te geven om ervoor te zorgen dat meisjes
een opleiding konden krijgen. Vlak voordat de president reageerde, één
dag voordat de meisjesschool als een highschool werd erkend, stierf mijn
grootvader.
Nou vraag ik je: hoeveel mannen ter wereld zouden er -- in de vroege jaren
vijftig, in een patriarchale maatschappij -- hun leven geven opdat plattelandskinderen,
plattelandsmeisjes, een opleiding kunnen krijgen?
Mijn moeder werd hier natuurlijk door geïnspireerd en ze was erg onafhankelijk.
Ze was de beste feministe die ik in mijn leven heb gekend. Niet dat ze zichzelf
ooit zo noemde, maar er was niemand in de wereld die haar kon koeioneren.
Alles wat ze deed, deed ze met zo veel liefde en zachtmoedigheid, en tegelijkertijd
met zo veel kracht.
Mijn moeder was lid van de Onafhankelijkheidsbeweging, net als mijn vader.
Mijn vader werd meteen verliefd op haar. Hij zag haar en zei: "Dit
is het meisje met wie ik ga trouwen." Maar mijn moeder wilde helemaal
niet trouwen en hij moest jarenlang wachten. Toen stelde ze hem een voorwaarde.
Ze wilde dat hij het leger verliet en met haar in het bos ging wonen. Dus
werd hij boswachter. Samen gaven ze hun leven vorm als overtuigde activisten.
Ik denk trouwens dat de familieleden van mijn vader uiteindelijk ook activisten
waren. Hij had een zus en een tante die zich niet lieten intimideren door
de Britten. Zij vertelden ons verhalen over hoe ze de Britten aanklaagden
en hun vertelden wat ze ons land aandeden. Dat was de erfenis die mijn vaders
familie heeft nagelaten.'
Terwijl Vandana aan het vertellen is, verheft achter in het kantoor de nog
immer ruziënde man steeds luider zijn stem. De medewerkers proberen
hem sussend te kalmeren. Tevergeefs: hij probeert duidelijk Vandana's aandacht
te trekken. Maar Vandana zelf lijkt niets in de gaten te hebben. Ze praat
met me alsof we alleen zijn in het bos waar zij als kind opgroeide.
'Mijn vader heeft mij geleerd dat je kinderen niet op kunt voeden door ze
te bevelen. De enige goede manier om iets over te brengen, is door het goede
voorbeeld te geven. Jij moet zijn zoals je wilt dat je kind wordt. Mijn
ouders staken nooit preken af. Ze gaven ons de volledige vrijheid. Ik wilde
fysicus worden en verliet de ene na de andere school omdat ze er geen natuurkunde
onderwezen. Mijn ouders zeiden nooit: "Je blijft waar je bent."
We hebben nooit een "nee" van ze te horen gekregen. Wat we ook
wilden, hun antwoord was: "Prima, ga je gang."'
Academische scepsis
'Mijn familie stond dan wel achter mijn beslissingen, maar mijn academische
collega's hadden grote twijfels. Ze reageerden sceptisch, zoals je reageert
op een kind dat verwend is. Wie dacht ik wel niet dat ik was, om zomaar
alle voordelen van een universitaire carrière en alle aanzien die
dat met zich meebracht, op te geven?
Ik kwam een hoop cynisme tegen. Terwijl ik Navdanya van de grond probeerde
te krijgen, bekritiseerden zij ieder stap die ik zette: Hoezo, organisch?
Dat kon toch nooit werken. Dat zou ik nooit voor elkaar krijgen, ik zou
er alleen maar op achteruit gaan!
Maar weet je wat het is? Als je werkelijk toegewijd bent, als je doet wat
je doet omdat je op intellectueel en wetenschappelijk niveau wéét
dat dit de juiste beslissing is, als je geweten je vertelt dat het verkeerd
zou zijn als je anders zou handelen, dan zal je werk uiteindelijk opbloeien.
Het kost een hoop tijd, maar dat geeft niet.
Het is veelzeggend dat ik dertig jaar later een brief van een oud-collega
uit de snelkweekreactor ontving. "Ik weet niet of je me nog kent,"
schreef hij, "maar we werkten ooit samen. Zou je misschien langs kunnen
komen om een lezing over ecologie voor ons te houden?"'
Het vieren van kennis
'De hedendaagse maatschappij wordt vaak omschreven als een "kenniseconomie",'
Vandana spreekt het woord schertsend uit. 'Ik noem de maatschappij van vandaag
de dag juist een "economie van onwetendheid", omdat de bevolking
onwetend wordt gehouden.
Op het ogenblik is er een concentratie van wetenschap en technologie in
handen van een klein aantal kapitaalkrachtige monopolies. Maar in een kenniseconomie
hoort iedere deelnemer goed geïnformeerd te zijn: de vrouwen, de kinderen,
de boeren, ze zouden allemaal de juiste kennis moeten bezitten. Monsanto
laat advertenties uitgaan waarin staat: "Het wonder van onze genetisch
gemanipuleerde zaden is dat de boeren niets meer hoeven te begrijpen, ze
kunnen nu volslagen onwetend blijven."
Volgens mij dragen technologie en economie die domheid genereren, absoluut
niet bij aan het creëren van een kennismaatschappij. De mensen eten
Frito-Lay-chips en drinken flesjes cola waarin genetisch gemanipuleerde
planten zijn verwerkt, terwijl ze niet weten welke risico's dit soort voedsel
met zich meebrengt. Bovendien vergeten ze langzamerhand hoe ze wél
goede voeding moeten klaarmaken. Navdanya is daarom begonnen met het vieren
van de kennis die gepaard gaat met het maken van inheemse maaltijden.'
Vandana wijst op kleurige foto's aan de muren. Daarop is te zien hoe in
Dilli Haat, een kleine winkelgemeenschap in Delhi, bij de kraam met organische
artikelen van Navdanya een feestje wordt gebouwd. Er worden het mangodrankje
Pana, het naar komijn smakende Jaljeera, de verfrissende citroenlimonade
Ras en de yoghurtachtige Lassi geschonken. Kleurige rijstsalades, roti's,
soepen, koeken, taarten, chutneys en curry's worden opgediend. Alles is
van biologisch geteelde producten op traditionele inheemse wijze gemaakt.
Het ziet er lekker en gezellig uit -- en wie nog twijfelt of het organische
voedsel wel te eten is, hoeft maar naar Vandana Shiva zelf te kijken. Zij
ziet eruit alsof ze graag en vaak van deze overdaad geniet. 'Het vieren
van kennis is een heel belangrijk deel van de redding. Zo probeer ik de
viering van swadeshi, van zelfstandigheid, te verspreiden.'
Het is geen verrassing dat de dochter van een volgeling van Gandhi dit begrip
hoog in haar vaandel draagt. Swadeshi betekent zoveel als 'de kracht van
de voortdurende evolutie'. Deze leer gaat ervan uit dat alles wat een mens
nodig heeft om te bestaan, in zichzelf en zijn omgeving aanwezig is. Gandhi
propageerde swadeshi als de enige juiste levensvorm: zelfvoorziening in
harmonie met de natuur. 'Er is genoeg in de wereld om in ieders behoefte
te voorzien,' placht hij te zeggen. 'Maar niet genoeg voor de gulzigheid
van sommigen.' En dat is precies wat Vandana wil duidelijk maken: 'Ik laat
mensen vooral zien dat het geen straf is om in je eigen behoeften te voorzien.
Swadeshi is niet tweederangs: swadeshi is het beste dat er is!' Ze telt
af op haar vingers: 'Het is het beste omdat het de natuur het minste schaadt.
Omdat het de meest efficiënte manier is om kennis van ouder op kind
over te dragen. Omdat het in alle noodzakelijke middelen van het bestaan
voorziet. En omdat het de kennis en de vaardigheden van de bevolking laat
groeien.'
Veranderingen van binnenuit
'Omdat ik deels econoom ben en deels kwantumfysicus, zie ik de wereld niet
in bevroren blokken.' Vandana hakt in de lucht een denkbeeldig globe in
stukken. 'Oude negentiende-eeuwse natuurkundigen lieten ons biljartbalmodellen
van de wereld zien. Zij werkten wel met bevroren blokken. Maar de wereld
bestaat niet uit monolieten, dat bewijzen de natuur en de hedendaagse fysica.
Ook de regering is geen massief blok. De overheid is een structuur, een
instituut vol verschillende stromingen. Een deel van de regering maakt de
weg vrij voor de genetisch gemanipuleerde zaden van Monsanto -- en ik sleep
dit deel van de regering met niet-aflatende toewijding voor de rechter,
tot ik niet meer kan.' Vandana slaat met haar vuist op tafel om haar woorden
kracht bij te zetten. 'Maar gelukkig zijn er tegelijkertijd andere onderdelen
van de regering die ervoor willen zorgen dat onze biodiversiteit behouden
blijft -- kleine elementen binnen de overheid die erkennen dat organische
landbouw de weg van de vooruitgang is. Ik heb regeringsfunctionarissen ontmoet
die mijn boek over de Groene Revolutie ter hand nemen en zeggen: "Dit
is onze bijbel. Hiervan hebben we over agricultuur geleerd."'
Dat The Violence of the Green Revolution binnen de overheid, zij het in
kleine mate, wordt geaccepteerd, is al een overwinning op zich, vindt Vandana:
'Het belangrijkste is dat je met diezelfde regering die je aanvecht, kunt
samenwerken op de punten waar ze positieve actie willen ondernemen. Het
is heel natuurlijk om met mensen samen te werken, juist omdat het geen monolithische
instellingen zijn.
We kunnen niet worden losgekoppeld van de overheid waar we een onderdeel
van zijn. Deze mensen behoren ons te dienen. Het is de bedoeling dat ze
zich ín de maatschappij begeven, niet dat ze erbóven staan.
Het is onze taak om ervoor te zorgen dat politici weer de dienaren van het
volk worden, in plaats van autoriteiten die hun tijdelijke machtszetel als
troon zien.
Ik bestrijd de overheid op het gebied van genetische manipulatie, en vanuit
dezelfde principes werk ik met haar samen om organische landbouw te bevorderen.
Ik verander mijn principes niet. En dat is precies waar het om draait. Het
gaat niet om wie je benadert, maar om dat je iemand benadert -- je moet
mensen raken, deze wereld draait om relaties.
Ik geloof heilig in wat ik doe. Het is geen uiterlijk vertoon, ik doe dit
niet voor de buitenwereld. Maar wat ik doe heeft wél zijn inwerking
op de buitenwereld. Althans
ik hoop dat ik de wereld van de agricultuur
beïnvloed. Ik hoop dat ik een stempel achterlaat op de wereld van de
biodiversiteit, en dat ik voor betere kansen voor onze boeren zorg dan wat
ze te wachten staat in een door Cargill en Monsanto geregeerde wereld.'
Omgaan met ego's
Vandana Shiva is een sterke vrouw in een door mannen geregeerde maatschappij.
Ze gaat dwars tegen hun wetgeving en beslissingen in, altijd vol respect,
maar zonder zich door macht te laten overrompelen. Dat wordt haar niet altijd
in dank afgenomen. Ze giechelt als een meisje als dat ter sprake komt.
'Een vrouw als ik zal altijd een soort patriarchale onzekerheid veroorzaken,
puur omdat ik niet met me laat sollen. In een mannenmaatschappij is het
de bedoeling dat je als vrouw aanmoddert en je ellendig voelt, maar in plaats
daarvan stort ik niet in en geef ik ze nog een trap onder hun kont ook.
Ik blijf overeind staan en dat is erg bedreigend voor diegenen die de baas
willen spelen. Ik roep twee soorten reacties op. De boeren reageren geweldig,
net als de mensen met wie ik werk.' Ze kijkt liefdevol naar haar collega's
om zich heen. 'Iedereen die ziet wat we voor de toekomst kunnen betekenen,
gaat op een fantastische manier met ons om. Maar er zullen ook altijd ego's
zijn. En vooral mannen met ego's reageren erg slecht.'
Achter me staat het levende bewijs van haar stelling nog steeds te tieren.
Vandana probeert te lachen, maar het klinkt hard en bitter. 'Ze reageren
érg slecht.' Ze is even stil en herneemt zich dan: 'Er is een georganiseerde
patriarchale tendens, waarbij patriarchale wetenschap en patriarchaal kapitaal
samenwerken om ervoor te zorgen dat het werk dat wij hier doen, niet tot
bloei komt in de maatschappij. Ze proberen dat op allerlei manieren te voorkomen,
op de wijzen die een patriarchaat altijd weer hanteert: onbelangrijk maken,
belachelijk maken en uitsluiten.'
Geweldloos vechten
'Als het erop lijkt dat een bepaalde overheersende macht niet te vermijden
is, dan hebben de onderdrukten maar één middel om die macht
terug te winnen. Dat middel is wat Gandhi satyagraha noemde: "Het niet
meewerken. De strijd voor de waarheid."'
Gandhi heeft het woord satyagraha zelf uitgevonden. Hij stelde het samen
uit de Hindi-begrippen voor 'waarheid' en 'volharding'. Satyagraha is een
geweldloze vorm van verzet door te weigeren mee te werken aan door machthebbers
opgelegde regels en wetten. De ware satyagrahi, de aanhanger van deze leer,
gaat tot het uiterste in zijn geweldloze verzet: hij doorstaat angst en
martelingen zonder zichzelf te verdedigen, zelfs zonder harde taal te gebruiken,
ook al leidt dit tot zijn dood.
Dat Vandana Shiva zelf geen moeite heeft met harde woorden, en ook bepaald
niet de kalmheid zelve blijft als haar iets niet bevalt, is deze middag
wel duidelijk geworden. Maar geweldloosheid is voor haar toch een onherroepelijk
uitgangspunt. 'Ik denk dat satyagraha een van de belangrijkste en meest
inspirerende levenslessen is die Gandhi ons heeft gebracht. Satyagraha ligt
dan ook aan de basis van veel van de strategieën die ik bij Navdanya
heb ontwikkeld.'
Een van die strategieën is Vandana's doorlopende juridische strijd
tegen biopiraterij. In 1991 werden de ontwerpwetten van de Wereldhandelsorganisatie
over het patenteren van leven van kracht. De gevolgen van het verlenen van
patenten op levende organismen, zo schrijft Vandana in De feiten over biopiraterij,
zijn niet te overzien. Doordat bomen, planten, zaden en zelfs genen en het
DNA van mensen gepatenteerd kunnen worden, krijgen bedrijven een monopoliepositie.
De prijzen van producten worden opgedreven waardoor de meerderheid van de
bevolking niet meer aan de dagelijkse levensbehoeften en medicijnen kan
komen. Over producten die al eeuwenlang uit de natuur werden gewonnen, moeten
opeens royalty's worden betaald. Kennis die jarenlang voor alle wetenschappers
toegankelijk is geweest, wordt nu achtergehouden uit angst voor concurrentie.
Dit zijn maar een paar van de effecten van de nieuwe patentwetten.
'Toen ik dáár achter kwam,' zegt Vandana met vuur, 'begonnen
we direct met het afleggen van plechtige beloftes. We riepen een beweging
in het leven, The Living Democracy Movement. Leden van deze beweging en
de plaatselijke bevolking, de dorpelingen, legden de volgende belofte af:
"In deze dorpen zullen we nooit patenten erkennen. Laat de regering
maar veranderen wat zij wil, maar in deze dorpen laten we ons niet tot slaaf
maken van de bedrijven die onze natuurbronnen stelen." Of het nu gaat
om bedrijven die ons water stelen en het vervolgens aan ons proberen terug
te verkopen, zoals Suez dat doet met het water van Delhi, of om ondernemingen
als Monsanto die onze zaden afpakken en er patent op aanvragen.'
De cijfers zijn onvoorstelbaar, de feiten onaanvaardbaar. Suez SA, een Franse
multinational, pompt dagelijks 635 miljoen liter drinkwater op. Het bedrijf
pakt dit water af van de inwoners van Delhi om het vervolgens in een fles
te stoppen en op de markt te brengen. Ook bedrijven als Coca-Cola India
stelen het kostbare drinkwater van dorpelingen. Bovendien putten hun genetisch
gemanipuleerde planten de vruchtbare grond uit. De Amerikaanse grootmachten
Monsanto en Cargill ontnemen door hun biopiraterij-praktijken de inheemse
Indiërs hun eerste levensbehoeften. En de regering ziet alles oogluikend
toe, moedigt het in sommige gevallen zelfs aan. Het leven van de plaatselijke
bevolking heeft kennelijk geen waarde als er harde valuta tegenover worden
gesteld.
'Onderdrukking kan blijven bestaan zolang de bevolking het accepteert,'
weet Vandana. 'Je moet de overheerser isoleren, in plaats van hem zich machtig
te laten voelen. Ik denk dat alles protestbewegingen ter wereld een houding
van satyagraha zouden moeten aannemen. En ik zeg dat niet als een politieke
oplossing die goed bruikbaar is omdat het bij Gandhi werkte. Ik zeg het
omdat het in mijn persoonlijke leven altijd de enige manier is geweest die
een goede uitwerking had. Iedere keer opnieuw is het enige dat ik heb gedaan,
me terugtrekken met de houding van: als jij niet met me om kunt gaan op
basis van respect en gelijkheid op een vredelievende manier, dan heb ik
niets met jou te maken.'
Vrouwelijk denken
Het is opvallend dat er vooral veel vrouwen zijn die aan het verzet tegen
de overheid meedoen. Volgens Vandana is dat geen toeval. 'Als er iets is
dat de Indiase filosofie aan de wereld heeft meegegeven, is dat het non-dualisme.
Dat is de inhoud van Vedanta. Dat betekent Advaita. Al deze filosofieën
hebben als uitgangspunt dat je de wereld nooit in twee tegengestelden moet
opdelen.'
Vedanta is een Hindoe-filosofie die is gebaseerd op de heilige Upanishads.
Vedanta betekent letterlijk 'het einde van de Veda's'. In deze teksten gaat
het om het zoeken naar de ultieme waarheid. Omdat volgens deze leer onze
ware natuur goddelijk is, kun je de waarheid alleen ontdekken door jezelf
te leren kennen. Advaita is de oudste beweging binnen die Verandafilosofie
en is Sanskriet voor 'non-dualisme'.
'Vrouwen,' zo legt Vandana uit, 'hebben altijd geweten dat de wereld niet
uit "of
of" bestaat. De wereld is niet zwart-wit. Er zijn
natuurlijk ook veel mannen die niet op een dualistische manier denken, maar
vrouwen hebben zich altijd in situaties bevonden waarin non-dualisme noodzakelijk
was om te overleven. Vrouwen moeten zich in allerlei werelden tegelijk handhaven.
Hoe meer je bevoorrecht bent, hoe kleiner de wereld is waar je je in bevindt.
Als je bijvoorbeeld aan het hoofd van een bedrijf staat, ben je de bedrijfsleider.
Maar als je een vrouwelijke arbeider bent, dan werk je in het bedrijf en
ga je naar huis om voor de kinderen te zorgen -- je bent van alles in één.
En als je van alles in één bent, dan heb je de gave van de
veelvormigheid: je bent tegelijkertijd moeder, echtgenote, arbeider, lerares.
Omdat vrouwen, die zich altijd in de onderste regionen van de maatschappij
hebben begeven, zich wel vast móéten klampen aan die veelvormigheid
om in hun leven te kunnen voorzien, hebben zij de mogelijkheid om anders
te denken ontwikkeld.
President Bush heeft ons misschien we het duidelijkste voorbeeld van zwart-witdenken
voorgehouden toen hij zei: "Je bent vóór ons, of je bent
tégen ons." Dat soort dualisme, die polarisatie is de grondslag
voor geweld. En dat is geen vrouwelijke denkwijze.'
Een artiestengevoel
Het bestaan waar Vandana Shiva voor heeft gekozen is hard. Ze voert voortdurend
strijd en een einde is nog lang niet in zicht. Toch blijft ze geïnspireerd
en put ze voldoende energie uit de kleine successen die ze behaalt om door
te kunnen gaan.
'Er zijn twee momenten waarop ik buitengewoon gelukkig ben,' zegt Vandana,
en ze lacht weer die lach die iedereen die in haar buurt zit opvrolijkt.
'Het eerste moment is wanneer degenen van wie ik houd zich prettig voelen
en blij zijn met wat ze doen en wat ze bezitten. En het tweede moment is
-- en ik denk dat hier een artiestengevoel van geluk om de hoek komt kijken
--: iedere keer dat ik iets afrond. Het hoeft maar iets kleins te zijn,
zoals een artikel of een boek, of de dag dat de eerste oogst op de boerderij
me toelacht.'
Vandana woont nog steeds op de boerderij van haar ouders in Dehra Dun. Ze
leeft daar samen met haar broer en zus, en met haar eenentwintig jaar oude
zoon. 'Ik was de afgelopen vier dagen op de boerderij. De mosterd tiert
in de velden en het lijnzaad staat in bloei. De velden zijn zo kleurrijk.
Alleen al om daar te zitten
' Ze glimlacht bij de gedachte. 'Om daar
te zitten tussen de planten waarvoor ik de laatste zestien jaar gevochten
heb om ze te behouden, dat geeft me een gevoel van vervulling. Wat ik ooit
begonnen ben, is in een stadium van zelfstandigheid terechtgekomen. Het
leidt nu een eigen leven. Als ik zie dat een levend systeem zichzelf zonder
hulp van buitenaf kan vernieuwen, dan ben ik ingelukkig. Ik geniet van het
moment dat ik over wat dan ook, of het nu mijn collega's zijn of een werkstuk,
voel dat het zonder mij verder kan -- het moment dat ik niet meer nodig
ben.'
Even blijft Vandana zwijgend zitten. Dan staat ze op en loopt zonder
nog iets te zeggen naar de man die nog steeds aan het ruziën is met
een medewerker. Ze stapt ertussen en begint weer uit te varen alsof ons
gesprek nooit heeft plaatsgevonden. Deze pacifiste gaat het conflict niet
uit de weg.
Vandana Shiva (Dehra Dun, 1952) is fysicus, atoomdeskundige, filosoof,
milieuactivist en schrijver. In 1982 richtte zij de Research Foundation
for Science, Technology and Ecology op. Voor haar inspanningen voor het
behoud van de Indiase biodiversiteit kreeg zij de Right Livelihood Award,
ook wel bekend als de Alternatieve Nobelprijs, en de Global 500 Award van
de Verenigde Naties. Zij publiceerde onder meer The Violence of the Green
Revolution: Third World Agriculture, Ecology and Politics (1991); Biopiracy:
The Plunder of Nature and Knowledge (1997); Stolen Harvest: The Hijacking
of the Global Food Supply (2000); Water Wars: Privatization, Pollution and
Profit (2002); en Protect or Plunder?: Understanding Intellectual Property
Rights (2001), dat in 2004 in vertaling is verschenen onder de titel De
feiten over biopiraterij.

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2004
Dit gesprek is gepubliceerd in Vrouwen die de wereld veranderen.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 633 0
![]()