We. Don't. Care!
Een gesprek met Susan George
- Frankrijk / VS -

uit: Jesse Goossens, Vrouwen die de wereld veranderen

 

Als je één woord wilt horen dat in het middelpunt staat van wat ik doe, dan is dat macht. Mijn werk gaat altijd over macht: hoe macht wordt uitgevoerd, hoe de rijken en machtigen krijgen wat ze willen. Dat is wat ik doe. Ik werk volgens het principe van studie, onderzoek, schrijven en spreken. Ga ik naar een demonstratie? Prima, dan ga ik naar een demonstratie. Of ik ontwortel genetisch gemanipuleerde gewassen op een akker samen met andere mensen. Maar dat doe ik niet de hele dag. Ik lees graag en veel, probeer de zaken voor mezelf op een rijtje te zetten en er helder over te schrijven.


Op het moment dat het gesprek plaatsvindt, zit Susan George midden in de drukte rond het verschijnen van haar nieuwe boek Another World Is Possible If… Hierin zet ze op heldere wijze de geschiedenis van de globalisering uiteen, beschrijft ze de positieve en negatieve bijeffecten en draagt ze oplossingen aan om welvaart op een rechtvaardiger wijze te vergaren en te verdelen. Opvallend is de mentaliteit van waaruit ze het boek heeft geschreven. Ze omschrijft het aan de hand van een citaat van een Italiaanse politiek theoreticus en activist die leefde aan het begin van de twintigste eeuw, Antonio Gramsci: 'Optimism of the will, pessimism of the mind.'
'Ja,' bevestigt Susan George. 'Dat is Gramsci: optimistisch van wil, pessimistisch van gemoed. Het is een goed levensmotto. De realiteit neem steeds gruwelijker vormen aan, dus die moet je bestuderen. Je móét weten wat er aan de hand is. Je mag geen illusies koesteren en je bent ook niet in de positie om te voorspellen welke gebeurtenissen de gang van zaken kunnen veranderen, wat een ommekeer in gang kan zetten.
Ik wil een duidelijke scheiding maken tussen illusies en hoop. Als je geen illusies koestert, dan heb je volgens mij een basis die het mogelijk maakt om hoop te hebben. Maar als je in een fantasiewereld leeft en er gebeurt iets verschrikkelijks, dan word je overvallen en is je meest waarschijnlijke reactie: "Ik ga in de Himalaya wonen om mijn eigen leventje te kunnen leiden." Dat levert geen resultaat op.
Maar wie geen illusies koestert, raakt ook niet ontgoocheld. Persoonlijk raak ik bijna nergens door ontgoocheld. Daar is natuurlijk wel een lang proces aan voorafgegaan. Ik ga ervan uit dat afschuwelijke mensen afschuwelijke dingen doen. En over het algemeen voldoen ze aan die verwachting.' Ze grijnst bij deze woorden.
'Mijn mening is dat je alert moet zijn, zodat je uiteindelijk deel kunt uitmaken van die ene gebeurtenis die een verandering in gang zet, de gebeurtenis die…', ze zoekt naar het juiste woord en de Française in haar neemt de overhand, '… l'événement que déclenche. De gebeurtenis die iets ontketent.'

Met een uitgestreken gezicht
De lach die deze harde woorden begeleidt heeft iets relativerends, maar ook iets schrijnends. Het is dezelfde humor die terug te vinden is in haar belangrijkste werk The Lugano Report (1999).
The Lugano Report is een fictief verslag. Een werkgroep van tien specialisten krijgt de opdracht een drieledig onderzoek uit te voeren: ze moeten de bedreigingen van het vrijhandelskapitalistische systeem in kaart brengen, de huidige staat van de wereldeconomie in het licht van deze bedreigingen beschrijven en maatregelen voorstellen waardoor de neoliberale globalisering in de toekomst hoogtij kan vieren. De tien experts vergaderen regelmatig in het Zwitserse Lugano. Hun uiteindelijke conclusies staan in The Lugano Report, dat de ondertitel draagt: On Preserving Capitalism in the Twenty-first Century.
Susan is bijna verontwaardigd als het woord 'humor' valt in verband met dit boek: 'Humor? Dat weet ik niet hoor. Mijn onderwerpen zijn over het algemeen nogal grimmig. Ik probeer niet te clichématig te schrijven, maar humoristisch? Ik heb daar eigenlijk nooit over nagedacht. Ik zou er niet veel voorbeelden van terug kunnen vinden in mijn boeken over honger en dood: de gevolgen zijn over het algemeen nogal afschuwelijk.'
Toch is er een duidelijke relativerende ironie in het boek aanwezig die je als lezer wrang doet grijnzen.
'O ja,' beaamt Susan volmondig. 'Ironie is zeker aanwezig. The Lugano Report is een soort satire. Het rapport bestaat volledig uit ware feiten. Alleen de inleiding is bedacht: de presentatie van de feiten als een rapport, waaraan een brief van de opdrachtgever voorafgaat, gevolgd door een brief van de experts die het rapport geschreven hebben. Dát is verzonnen, verder bestaat het rapport uit louter feiten.
De toonzetting is ironisch -- sommige mensen noemen het humoristisch of grappig -- maar tegelijkertijd is het tragisch. Pierre Bourdieu begreep dat erg goed toen hij een commentaar schreef voor het omslag.'
'In dit boek,' schreef Bourdieu, 'dat tegelijkertijd grappig en tragisch is, onthult Susan George de macht van de neoliberale voorzienigheid en de absurditeit van het economische systeem dat ons te wachten staat.'
'Ik presenteer de meest ironische feiten met een uitgestreken gezicht,' zegt Susan en terwijl ze onbewogen lijkt onder haar woorden, is de humor in haar ogen te vinden. 'De personages, de experts die ik heb bedacht, komen tot perfecte, verschrikkelijke conclusies. Dus jazeker, dat is ironie, van begin tot eind.
Tegelijkertijd was dit de literaire vorm waarin ik datgene waarvan ik dénk dat het op het ogenblik werkelijk aan het gebeuren is, het verst door kon voeren. Het is een verklaring voor wat er op het ogenblik al in gang is gezet, bekeken door een lens, of beter gezegd: met behulp van een kunstgreep. Deze vorm stond me toe om zover te gaan als ik vermoed waar mensen toe in staat zijn.'

Levenswerk
Hoewel de eerste editie van The Lugano Report al vijf jaar geleden verscheen en Susan George inmiddels al meer heeft gepubliceerd, blijft ze naar het rapport verwijzen als naar het belangrijkste wat ze ooit gedaan heeft. 'Het is het belangrijkste om juist de reden die ik net beschreef. Omdat dit het boek is dat me toestond tot het uiterste te gaan in de analyse en aan de lezer te laten zien: "Kijk, dit is waar ze toe in staat zijn. Wees er klaar voor."
Ik denk dat als degenen die het voor het zeggen hebben in de zakenwereld ons rechtstreeks terug zouden kunnen voeren naar de negentiende eeuw, ze dat zonder aarzeling zouden doen. Ze proberen alle rechten die mensen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en uitkeringen in de twintigste eeuw hebben verworven, tot op de grond af te breken. Ze willen mensen terugvoeren naar wat ze "een soepeler beleid" noemen, waarmee ze in werkelijkheid bedoelen: een lagere levensstandaard en lagere lonen, een groeiend bedrijfskapitaal, geen zekerheid voor de bevolking, kortom: het Amerikaanse model. Ze geven geen moer om de armen en de zwakkeren. Die mensen zijn out, ze horen er niet meer bij.'

Ins en Outs
'Ik denk dat de maatschappij in de loop van honderden jaren is gerangschikt volgens verschillende principes. Het eerste principe, dat het langste heeft bestaan en nog steeds au fond aanwezig is, is het principe van hiërarchie. In een sociaal systeem weet je wat je plek is, je staat hier of daar.' Met haar handen hakt ze omheiningen in de lucht om aan te geven dat mensen zijn onder te brengen in verschillende op elkaar gestapelde hokjes. 'Je weet waar je staat, en je weet wie er boven en onder je staan. Daarnaast weet je dat degenen die onder je staan jou gunsten moeten verlenen, en dat jijzelf gunsten moet verlenen aan degenen die boven je staan, enzovoort. Iedereen kent in dit systeem zijn plek.
In de loop der tijd werd het eerste principe getemperd. De afgelopen tweehonderd jaar leven we in het tweede organiserende principe, dat het gevecht inhoudt om wie welk stuk van de taart krijgt. Welke sociale groeperingen gaan andere overheersen? Soms wonnen de arbeiders, soms de boeren, soms de ouderen. Deze belangengroepen hebben altijd onderling om de taartpunten gestreden - en de welvaartsstaat trad als scheidsrechter op.
Nu zijn we in een derde organiserend principe gekomen, en dat is nog maar recent, namelijk dat van insluiten en buitensluiten. Als je de kapitalistische economie niet dient, als producent of als consument, dan is het jammer voor jou, maar dan ben je niet bruikbaar. Je staat er buiten, you're out. En je hebt nergens recht op.
Natuurlijk kunnen mensen in verschillende stadia van hun leven tot de ene of de andere categorie behoren, maar als je eenmaal bent buitengesloten, is het verschrikkelijk moeilijk om weer in de economie terug te komen. Daarom is de scheiding die ik in The Lugano Report aanbreng tussen de Ins en de Outs zo belangrijk.'

Feitelijke fictie
Het is nogal wat om een boek als The Lugano Report te schrijven. Dag en nacht bezig zijn met het onderwerp, je voortdurend verplaatsen in de geesten van de handelslieden die welvaart boven humaniteit stellen. Susan George slaat haar ogen ten hemel: 'Oh, het is een uitputtingsslag geweest!' Ze schudt haar hoofd alsof ze zich nauwelijks meer voor de geest kan halen hoe ze het voor elkaar heeft gekregen. 'Het is zo moeilijk! Je komt 's nachts naar beneden, terwijl je jezelf haat, terwijl je iederéén haat. Je haat de mensen die zulke rapporten schrijven, je haat de armen omdat ze zo dom en arm zijn. Je haat jezelf omdat je in staat bent zo te denken. Het boek is zo ontzettend logisch. Dat is wat er zo beangstigend aan is, en dat betekent ook dat ik geslaagd ben in mijn opzet.
Er zijn een heleboel mensen die het boek haten, die het hebben bekritiseerd. Die zijn er zelfs nog steeds. Zo werd kortgeleden mijn nieuwe boek in een Franse krant gerecenseerd: ze schreven twee regels over de nieuwe publicatie en bekritiseerden daarna The Lugano Report. Ze zijn er nog steeds niet overheen. Critici kunnen niet tegen mijn werkwijze, tegen de truc die ik toepas: de misleiding. Toch heb ik er in de Franse editie geen twijfel over laten bestaan dat het míjn boek is. Mijn naam staat als auteur op het omslag. Ik heb het van begin tot eind geschreven. Maar er zijn mensen die kritiek hebben op de vorm en zeggen: "Dit is oneerlijk. Je kunt geen fictie over dit soort onderwerpen schrijven."
Ondanks deze tegenwerpingen heeft niemand ooit kunnen beweren dat er iets haperde aan de logica, of dat de aannames verkeerd waren. Hoezeer het boek ook werd en wordt gehaat, er is nog nooit iemand geweest die dáár kritiek op heeft geleverd. Dat betekent toch dat het behoorlijk waterdicht is, zelfs voor diegenen die het niet uit kunnen staan.'

Alles wat u zegt kan tegen u gebruikt worden
De beangstigend logische conclusie die in The Lugano Report wordt getrokken, is dat de wereld te vol is. Er zijn te veel mensen om van de economische bloei te kunnen profiteren. De oplossing? Het overschot aan overbodige mensen op deze aarde te laten sterven. De wijze waarop de noodzakelijke massasterfte kan worden gerealiseerd, wordt beschreven aan de hand van de Apocalyptische Ruiters: Verovering, Oorlog, Hongersnood en Pest.
Was Susan George nooit bang dat iemand het boek op een verkeerde wijze zou gebruiken? Iemand zou het rapport op kunnen pakken en kunnen zeggen: 'De logica is overduidelijk: er zijn inderdaad te veel mensen op deze wereld. Dit is wat er dient te gebeuren.'
'Oh nee,' Susan schudt haar hoofd en is stellig: 'Absoluut niet. Daar ben ik nooit bang voor geweest. Ik zou er misschien wel bang voor zijn geweest als het boek op een andere manier was uitgegeven. Er was een Franse uitgever die het wilde publiceren onder de voorwaarde dat er geen auteursnaam op zou staan -- zonder naschrift, alsof het een echt rapport was. Ik weigerde dat, want ik wist dat dát gevaarlijk zou zijn. Dat geldt niet voor de vorm waarin het nu bestaat. Ik heb in het naschrift speciaal ruimte gewijd aan mijn bedoelingen met het boek: dat de gevolgtrekkingen uit het rapport niet noodzakelijkerwijs hoeven plaats te vinden, dat er andere manieren zijn om met de aangekaarte problemen om te gaan. Ik breng de mensen niet op slechte ideeën. Als ze zoiets zouden willen doen, dan hebben ze die ideeën al. En bovendien lezen zulke mensen dit boek sowieso niet.'
Een boek dat zo in de belangstelling staat, waar zo uitgebreid over gedebatteerd is, zou niet in handen terechtkomen van diegenen die werkelijk meedogenloos het vrijhandelskapitalisme willen doorvoeren? Het is nauwelijks voor te stellen.
Susan blijft bij haar mening: 'Dat denk ik echt. Mensen in de bankwereld hebben mijn boek over de Wereldbank wel gelezen, maar meer ook niet. Ik mag dan wel bekend zijn binnen de activistenbeweging, daarbuiten kennen niet veel mensen mij. Mijn universiteit in Amerika weet niet eens wie ik ben. Al staan mijn boeken in hun bibliotheek, ze hebben geen idee wie ik ben.'
Toch beweert Susan tegelijkertijd dat de inlichtingendiensten dossiers aanleggen over prominente personen binnen de Global Justice Movement. Dus diegenen weten wel degelijk wie Susan George is.
'Jazeker.' Ze laat duidelijk merken dat dáár geen twijfel over bestaat. 'Die mensen kennen me. Maar in de wereld van het bedrijfsleven heeft de gemiddelde zakenman geen idee wie ik ben. Bovendien, waar moet ik bang voor zijn? Ik heb geen misdaden begaan, alleen wat genetisch gemanipuleerde gewassen op een akker vernietigd,' ze lacht. 'Ik heb, voorzover ik weet, nooit criminele activiteiten gepleegd. Als ik in China leefde, of in Tunesië, dan zou mijn leven anders zijn. Ik ben helemaal niet moedig.'
Maar heeft ze dan nog nooit de druk gevoeld van mensen die het niet eens zijn met wat ze doet en wat ze schrijft?
Susan is lang stil. Dan kijkt ze naar het tafelblad en antwoordt: 'Weet je, ik heb heel veel geluk gehad. Toen ik begon met naar buiten treden, had ik geen baan. Er kon eigenlijk niets tegen me gebruikt worden. Mijn kinderen zijn ook nooit bedreigd of zoiets verschrikkelijks. Als iemand naar me toe was gekomen en had gezegd: "Ik weet waar je kinderen wonen, en je kleinkinderen, en er staat ze iets naars te gebeuren," dan had ik me moeten bedenken, dan zou ik…' Ze aarzelt. 'Maar zoiets is nog nooit voorgevallen.'
Maar wat zou ze in zo'n geval doen?
Susan kijkt alsof het gesprek zich nu op verboden terrein begeeft. Toch antwoordt ze: 'Dan zou ik goed moeten gaan nadenken. Ik zou zoiets om te beginnen direct bij de juiste autoriteiten melden. Maar ik weet het niet… Zoiets is nog nooit gebeurd. Ik heb hierover gelukkig nooit een positie hoeven innemen.'

We. Don't. Care!
'Laat ik je een anekdote vertellen. Ik had een jonge student, een Canadese jongen die via Maude Barlow met me in contact was gekomen. Het was een uiterst intelligente en belezen jongeman van drieëntwintig jaar. Hij maakte zo'n periode door die je kunt hebben als je drieëntwintig bent: een tijd waarin je je van alles af gaat vragen. Als onderdeel van zijn verwarring en zijn zoektocht naar wat hij wilde gaan doen met zijn leven, ging hij een jaar naar de New York University Business School. Een van de colleges aldaar werd gegeven door Niall Ferguson -- iemand die door The Independent "onbetwist de intelligentste jonge historicus in Groot-Brittannië" is genoemd. Als specialist op het gebied van de economische en politieke geschiedenis wordt hij gerekend tot de meest invloedrijke mensen van deze tijd. Dezelfde Ferguson heeft onlangs een boek uitgebracht: Empire: The Rise and Demise of the British World Order and the Lessons for Global Power. Hij is zeer neoliberaal.
Hoe dan ook, Niall Ferguson gaf dit handelscollege en de jonge Canadees maakte af en toe een opmerking.' Susan steekt haar hand op alsof ze in de schoolbanken zit en imiteert de jonge student: '"Maar meneer… Als men zoiets doet, zou dat de armen dan niet benadelen?" Of: "Meneer, is dat niet schadelijk voor het milieu?" Op een gegeven moment komt Ferguson naar hem toe.' Susan staat op van achter de tafel, loopt eromheen en buigt zich naar voren als een docent die een leerling wil imponeren. 'Hij zegt: "Meneer Johnson. Mag ik u eraan herinneren dat dit een Business School is. We. Don't. Care!"'
Susan spreekt de woorden kil en onverbiddelijk uit. Dan valt ze uit haar rol en grijnst triomfantelijk. 'Een goed verhaal, toch? Ik denk dat Niall Ferguson de waarheid vertelt. We don't care. Het kan ons niet schelen.' Ze slaat haar handen af alsof een klus is geklaard. 'Afgelopen, uit!'

Het begin van de betrokkenheid
'De Vietnamoorlog was mijn grote omslagpunt. Door deze oorlog werd mijn Amerikaanse hart gebroken. Ik was tot dan toe een behoorlijk vaderlandslievende Amerikaan. Ik vond Kennedy geweldig. Maar dit was zo overduidelijk verkeerd!' Met een klap zet ze haar theekopje op het schoteltje. 'Het was oogverblindend duidelijk. Die oorlog was een hopeloze onderneming, een onrechtvaardige onderneming. Het was alles wat mijn land níét zou moeten vertegenwoordigen. Ik zag wat er gebeurde en schreef een brief naar Noam Chomsky met de vraag hoe ik bij zou kunnen dragen.'
Chomsky, oorspronkelijk een gerenommeerd taalkundige, was een van de bekendste anti-Vietnamactivisten. Inmiddels is hij overal ter wereld bekend als fervent woordvoerder van de andersglobalisten. 'Chomsky vertelde me dat er een groep Amerikaanse activisten in Parijs was. Daar ging ik naar toe en ik sloot me bij hen aan. De Vietnamoorlog was bijna voorbij toen de staatsgreep tegen Allende plaatsvond. Op dat moment begon ik voor de Chileense bannelingen te werken.'
Door haar activiteiten raakte Susan betrokken bij het Institute for Policy Studies. Het IPS is de oudste linksgeoriënteerde denktank van de Verenigde Staten, die zich inzet voor democratie, rechtvaardigheid, mensenrechten en diversiteit. 'Het IPS vroeg mij of ik wilde helpen om een rapport uit te brengen over honger, voor de Wereldvoedselconferentie. Ik wist vrijwel niets van het onderwerp en werd ook niet als expert beschouwd. Maar ik organiseerde alles: ik zorgde ervoor dat het rapport in goed Engels werd geschreven, liet het drukken, enzovoort. Op die manier raakte ik geïnteresseerd in honger. Ik ging naar de conferentie in Rome om het rapport te presenteren. Als me daar één ding duidelijk werd, was het dat wat er daar plaatsvond helemaal niets bijdroeg aan het oplossen van het hongerprobleem.
Toen begon ik zelf te schrijven. Penguin nam How the Other Half Dies aan. Dat was in 1976. Om mezelf maar uit mijn nieuwe boek te citeren: "Iedereen zou het recht moeten hebben op één enorme kans. En dit was de mijne." Van daaruit ben ik verdergegaan. Ik rolde eigenlijk van het een in het ander. Ik merkte dat ik het aardig goed kon, geëngageerd schrijven, en ik deed het.'

La Française Americaine
Susan George woont inmiddels al bijna vijftig jaar in Frankrijk. Ze is er getrouwd en kreeg er haar kinderen. Toch duurde het zo'n veertig jaar voordat ze zich liet naturaliseren. Als je denkt aan haar houding tegenover haar vaderland, de Verenigde Staten, dan zou je verwachten dat ze die keuze al eerder had gemaakt.
'Toen ik trouwde, kon ik automatisch de Franse nationaliteit krijgen. Maar mijn ouders, en met name mijn vader, waren zeer van streek door het hele gebeuren: dat ik met een Fransman trouwde, die nog katholiek was bovendien, enzovoort. Mijn vader zou het niet aangekund hebben als ik mijn Amerikaanse nationaliteit zou verliezen doordat ik de Franse nationaliteit zou aanvragen. Hij weigerde dat gewoon te aanvaarden. Hij was een buitengewoon koppige man, en als hij zich koppig opstelde… dan viel het doek. Uiteindelijk heb ik hem beloofd dat ik, als ik trouwde, niet de Franse nationaliteit zou aannemen.
In de tijd van de Vietnamoorlog werd er een wet in de Verenigde Staten ingesteld die inhield dat je, als je een buitenlandse nationaliteit aanvroeg, door dat simpele feit je Amerikaanse nationaliteit kon verliezen. Ze hadden deze regelgeving bedacht opdat een dienstweigeraar of een deserteur niet zou kunnen uitwijken naar Canada of Frankrijk en zich kon laten naturaliseren zonder de Amerikaanse nationaliteit te verliezen. Pure wraak dus.
Omdat ik in deze periode politiek actief was en de Fransen op buitengewoon goede voet verkeerden met de Amerikanen, wilde ik de Franse nationaliteit niet aanvragen. Het zou heel goed hebben gekund dat de Fransen mijn aanvraag zouden weigeren en dat de Amerikanen tegelijkertijd zouden zeggen: "Aha: jij wilde de Franse nationaliteit aanvragen, we hebben het bewijs zwart op wit, dus je bent niet langer een Amerikaanse burger." Ik zou uiteindelijk stateloos kunnen eindigen. En ik kan je zeggen: in zo'n situatie wil niemand belanden.
Ik heb gewacht tot die regelgeving werd afgeschaft en heb uiteindelijk toch de Franse nationaliteit aangevraagd. Toen ik steeds meer bij Franse zaken betrokken raakte, vond ik dat ik ook in Frankrijk politieke vrijheid van handelen moest hebben. Het is goed om te kunnen stemmen en volledig te kunnen meedraaien in het nationale leven. Ik wilde officieel de Franse vrouw zijn die ik in mijn levensstijl al op veel manieren was. Tegenwoordig heb ik beide nationaliteiten.'

Mentaliteitsverschil
Het dilemma van de Franse of de Amerikaanse nationaliteit doet vermoeden dat een nationaliteit dieper gaat dan alleen een papiertje dat bevestigt bij welk land je hoort. Daar is Susan George het mee eens: 'Ik voel me Frans.' Maar op de vraag wat dan het verschil is tussen je Frans of je Amerikaans voelen, kijkt ze eerst een poosje voor zich uit en begint dan te lachen. 'Dat weet ik niet. Dat zijn vragen die ik mezelf niet stel.'
Ze denkt even na. 'Als het gaat om verkiezingen, vind ik eigenlijk dat iedereen zou moeten kunnen stemmen tijdens de Amerikaanse verkiezingen. De gevolgen daarvan zijn voor iedereen voelbaar. Maar als het gaat om gevoelens… Ik reageer als een Franse vrouw.
Ik denk dat het Amerikaanse volk -- niet mijn vrienden of de Amerikanen die ik ken, maar het doorsnee Amerikaanse volk -- gewoon zo…', ze zucht, '… zo dóm is, zo onnozel. Als ik daar was blijven wonen, was ik waarschijnlijk alcoholica geworden of had ik zelfmoord gepleegd.' Ze lacht om haar eigen woorden. 'Er zou in ieder geval iets verschrikkelijks zijn gebeurd. Ik ben hier gewoon veel beter af. Dit is de cultuur waarin ik voorbestemd was om te leven. Men is hier intelligenter… Ik zeg absoluut niet dat iedereen in Amerika achterlijk is. De Verenigde Staten vormen het hart van het kapitalisme. De mensen aan de top zijn absoluut niet dom. Ze weten precies wat ze willen; ze weten exact waar ze mee bezig zijn. De mensen die betrokken zijn bij het Project for the New American Century, bevinden zich allemaal in machtsposities.'
Het PNAC werd in 1997 opgericht en wijdt zich, in de eigen woorden, aan 'een aantal fundamentele kwesties: dat Amerikaans leiderschap goed is voor zowel Amerika als de rest van de wereld; dat zulk leiderschap militaire kracht, diplomatieke inzet en verplichtingen aan morele gedragscodes vereist; en dat te weinig hedendaagse politieke leiders zich hard maken voor wereldleiderschap'. Veel aanhangers van het PNAC zitten nu in de regering van George W. Bush, zoals vice-president Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld.
'Deze mensen zijn protofascisten,' zegt Susan kil, 'als het niet ronduit fascisten zijn. Ze weten precies wat ze willen en ze zijn razend slim. De basis van de Amerikanen echter, met name in het enorme gebied tussen de twee kusten van de Verenigde Staten, wordt gevormd door zo'n tachtig miljoen christenfundamentalisten die in een droomwereld leven: die verwachten dat Jezus terug op aarde zal komen. Daar leven ze ook naar. Ze kunnen heel aardig zijn voor hun naasten, heel lief voor hun kinderen en hun honden niet slaan. Ik ben ervan overtuigd dat het menselijk gezien heel aardige mensen zijn, maar ze zijn gewoon met hun hoofd ergens anders.'

Betaalde kennis
Houd het volk dom. Het is een eeuwenoude regeringsvorm. Wat niet weet, wat niet deert, lijkt het devies van de Amerikaanse regering. Maar Susan George reageert verontwaardigd op deze suggestie.
'Nee, het is niet zo dat de regering het volk "dom houdt". Maar de media zijn voor tachtig tot negentig procent in handen van zes grote mediabedrijven. Daardoor krijgen Amerikanen een regelmatig dieet aan informatie. Noam Chomsky is heel helder in zijn boek Manufacturing Consent: de regering controleert de media niet op de manier waarop de Russen dat bijvoorbeeld deden, maar ze pakt het veel effectiever aan. Dit is het hart van het wereldkapitalisme. Ze verkopen nieuws of muziek op de manier waarop ze kaas aan de man brengen. Kijk naar Silvio Berlusconi: die heeft in Italië hetzelfde gedaan. Er is een internationale tendens om de weg van de minste weerstand te kiezen. Het volgen van vooroordelen is gewoon makkelijker dan werkelijk moeten nadenken en een eigen mening vormen.'
Toch kunnen de meningen hierover verschillen. Het is een feit dat de meerderheid van het Amerikaanse volk geen toegang heeft tot informatie over wat er wérkelijk aan de hand is in de wereld. Dat komt door wat het volk voorgeschoteld krijgt door de media.
'Dat is absoluut waar,' beaamt Susan volmondig. 'CNN heeft die keuze tijdens deze Irakoorlog gemaakt. Ze hadden twee teams, totaal gescheiden. Eén team maakte reportages voor het Amerikaanse volk, het andere voor Europa en de rest van de wereld. Want de verslaggevers wéten dat de troep die ze de Amerikanen voorschotelen -- hoera voor de Amerikanen, alles gaat goed, er vallen geen slachtoffers, kinderen worden niet geraakt -- niet door de rest van de wereld zal worden geaccepteerd. Daarom is er een tweede team dat voor de rest van de wereld verslag doet.
Vergeet niet dat er al heel lang campagne wordt gevoerd in de Verenigde Staten door privé-stichtingen die de afgelopen dertig jaar voor deze ideologie hebben betaald. Alleen al in de laatste twintig jaar hebben deze stichtingen een miljard dollar uitgegeven aan onderzoeksbureaus, leerstoelen aan de universiteiten, publicaties en boeken.
Stel je voor dat ik rechtsgeoriënteerd zou zijn, in plaats van links. Ik zou dan met dezelfde werkzaamheden die ik nu doe 120.000 dollar per jaar verdienen van een of andere stichting. Ik zou lid zijn van een onderzoekscentrum dat door een stichting gefinancierd werd. Als er een boek van mij zou verschijnen over onderwerpen als "zwarten zijn dom" en "Latino's zullen nooit integreren", zoals Samuel Huntington die schrijft, dan zouden ze duizenden exemplaren afnemen om te distribueren, waardoor het op de bestsellerlijsten zou terechtkomen. Ze zouden een media-adviseur voor me inhuren die ervoor zou zorgen dat ik in de juiste televisie- en radioprogramma's verschijn. Ik zou zeker zijn van mijn succes. Zo doen ze dat.
De ideologie wordt gekocht en afgerekend. Dat doet de regering niet! Dat zijn Olin, Bradley, Mellon Scaife, Richardson, families met oud of nieuw kapitalistisch geld dat in de vorm van een stichting is gegoten, waardoor economen en rechtenstudenten worden gesponsord. De stichtingen richten zich nu op het rechtssysteem. Ze stellen beurzen in en nodigen rechters en jonge advocaten uit. Ze geven zogenaamde seminars voor rechters op buitengewoon aangename locaties, zodat je na een ochtendje werken kunt gaan skiën of naar het strand kunt gaan. Ze spannen hen voor hun karretje. Daar zijn ze in gespecialiseerd. En ze hebben gelijk!
Links weet niet hoe het zoiets moet aanpakken. Links houdt van "projecten". Links wil een project in het getto opzetten bijvoorbeeld. Dat kan het wel willen, maar het ideologische klimaat is daarvoor volstrekt verkeerd, dus zo'n project is bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Rechts heeft immers al jaren betaald voor een ideologisch klimaat dat voorschrijft dat je de bevolking van de getto's niets verschuldigd bent, dat die mensen allemaal dom en lui zijn. Het systeem is complex, maar het werkt buitengewoon succesvol.'

Een geldbeluste natie
Iedere keer opnieuw blijkt de kern van de globaliseringsproblematiek in de Verenigde Staten te liggen. Uit verhalen van activisten spreekt dat Amerikaanse multinationals harteloze geldwolven en machtsbeluste handelaars zijn. Het hele concept van neoliberale globalisering is vanuit de VS gelanceerd. Hoe kan dat toch?
Susan George laat er geen twijfel over bestaan: 'Omdat de Verenigde Staten het meest ondernemingsgezinde, ultrarechtse, individualistische land vormen. Omdat de grondwet zo is opgezet dat je je geld belastingvrij in een stichting kunt onderbrengen, van waaruit je het kunt uitgeven aan onderwijs -- een begrip dat je op alle mogelijke manieren kunt interpreteren. Voor politieke campagnes bestaan geen bindende financieringswetten, dus de rijken zijn de enigen die verkiezingen kunnen winnen. Daar komt het op neer. Er zijn natuurlijk wel uitzonderingen, maar zo zit het over het algemeen in elkaar.
Kijk maar naar de presidentsverkiezingen: John Kerry is getrouwd met een van de grootste vermogens van de Verenigde Staten. En de Bushes hebben zich al verschillende generaties lang met het vergaren van geld beziggehouden. Er is niet veel verschil, behalve dat de mensen waarmee Kerry zich omringt anders zullen zijn. Onder Kerry zul je niet dezelfde bezetting hebben in het Pentagon of in het ministerie van Buitenlandse Zaken als onder Bush. Met een man als Kerry krijg je niet de fascisten aan de macht. De Bushes hebben hun beleid in korte tijd heel ver doorgevoerd. Het allerbelangrijkste is nu om van George W. Bush af te komen. Absoluut.'

A Terrible Trio
Zwaartepunten in Susan Georges activisme hebben de afgelopen jaren gelegen bij The Terrible Twins, zoals ze de Wereldbank en het Intermonetair Fonds heeft gedoopt, en bij de Wereldhandelsorganisatie. 'Ik heb deze thema's niet uitgekozen,' zegt ze. 'Ze hebben zich als het ware aan me opgedrongen. Ik begon, zoals ik al vertelde, met honger. Tien jaar na de eerste Wereldvoedselconferentie hielden we onze eigen bijeenkomst. Daar kwamen al onze vrienden uit het Zuiden: uit India, uit Latijns-Amerika en uit Afrika. Zij vertelden dat de belangrijkste oorzaak van honger op dat ogenblik iets nieuws was: de enorme schuldenlast van de derde wereld. En dat ik daaraan zou moeten werken. Dus dat deed ik.
Natuurlijk ontdekte ik, toen ik me eenmaal op schuld ging richten, de werkelijke rol die de Wereldbank en het IMF hierin speelden door het opleggen van structurele aanpassingsprogramma's.' Deze programma's bestaan uit regels die zijn opgesteld voor landen om leningen te kunnen afsluiten en om al opgebouwde schulden te kunnen afbetalen. De regels waaraan een lenend en/of afbetalend land moet voldoen, zijn onder meer: het opheffen van restricties aan import en export, het openstellen van de grenzen voor vrije handel, het doorvoeren van privatisering, het opheffen van gesubsidieerde programma's, het loslaten van arbeidsvoorwaarden en het devalueren van de eigen valuta ten opzichte van de dollar. Het zijn stuk voor stuk regels die economie laten prevaleren boven bijvoorbeeld gezondheidszorg, werkomstandigheden, educatie en ouderdomsvoorzieningen.
'Misschien is de grootste kracht van mijn boeken dat ik niet schrijf vanuit het standpunt: "Ik weet alles, en jullie weten niets." Ik probeer de lezer in mijn eigen leerervaring mee te nemen. Ik weet niets over schuld, ben geen econoom, maar ik ben wel in staat om sommige dingen, voorvallen en verbanden heel duidelijk te zien. De Wereldhandelsorganisatie is een heel belangrijk onderwerp. Dat is het instituut waarin ze alles onderbrengen wat ze niet op een andere manier voor elkaar konden krijgen. Het komt erop neer dat de handel álles op de markt wil brengen: niet alleen goederen maar ook kennis en diensten als onderwijs, gezondheidszorg. Ze willen alles afbakenen.
Dit is een project dat al eeuwen geleden in gang is gezet. Langzaam maar zeker worden alle gemeenschappelijke goederen om economische redenen overgenomen. Rijken nemen het land over en de arme boeren worden,' ze haalt haar hand als een mes over haar keel en maakt een verstikkend geluid, 'uitgebannen. Vervolgens wordt het water geprivatiseerd. De gemeenschappelijke bossen worden in bezit genomen. Beetje bij beetje verdwijnt alles wat nog op gemeenschappelijke wijze wordt beheerd.
Arbeid was normaal gesproken niet iets dat je kon kopen en verkopen. Daarvoor bestonden andere regelingen -- over het algemeen pure uitbuiterij -- maar je kocht mensen niet per uur. Die overname werd in tijdens de achttiende eeuw voltooid en in de industriële revolutie werd arbeid volledig aan banden gelegd. Nu trekken ze dat nog verder door en komen ze terecht bij genen, bij kennis, bij onderwijs. Alle winst die de mensen de laatste jaren nog kónden boeken -- verplicht onderwijs voor iedereen, de algemene gezondheidszorg, publieke omroepen en cultuur -- willen ze nu terugbrengen op de markt. En het instituut waarmee dat kan is de Wereldhandelsorganisatie. Daarom maak ik me sterk op dat gebied.'

Bewustmaken
Hoe kun je de macht van zo'n Wereldhandelsorganisatie terugdringen? Hoe kun je voorkomen dat de 'vermarktisering' van de maatschappij nog verder wordt doorgevoerd? En hoe kun je ervoor zorgen dat reeds genomen beslissingen worden teruggedraaid?
'Aaahhh…' Susan George zucht alsof hiermee het kernprobleem wordt aangesneden. 'We doen wat we kunnen. Het is een kwestie van mensen onderwijzen: de politiek wordt steeds complexer. Het afgelopen weekend heb ik een dag training gegeven zodat mensen aan buitenstaanders -- aan lokale gemeenschappen, gemeenteraden, enzovoort -- uit kunnen leggen wat de General Agreement on Trade in Services (GATS) precies inhoudt.'
De GATS bestaat uit een serie regels, opgesteld door de Wereldhandelsorganisatie, waardoor de handel in diensten -- van educatie tot toerisme en van watervoorziening tot gezondheidszorg -- op den duur aan het zakenleven zal worden overgedragen. Deze regels zullen alle landelijke wetgevingen overrulen. Sterker nog: als een land dat zich in eerste instantie aan de GATS heeft gecommitteerd, zich níét aan deze afspraken houdt, dan kan het strafmaatregelen krijgen opgelegd door de Wereldhandelsorganisatie. Eenmaal ingestapt, kan een land zich niet meer aan de GATS onttrekken.
'Als de GATS eenmaal in gang wordt gezet,' vervolgt Susan, 'weten we niet meer wanneer het ophoudt. In Frankrijk zijn wij nu een campagne begonnen. We hebben vrijzones ingesteld: territoires collectifs, gemeenschapsgronden, dorpen, regio's die buiten de GATS willen vallen. Er zijn er nu bijna vijfhonderd in Frankrijk.' Terwijl ze steeds enthousiaster vertelt, wordt haar Engels weer doorspekt met Frans: 'We hebben een état général, een overkoepelende vergadering belegd, van de zones die zichzelf buiten de GATS hebben verklaard. Die vergadering vindt plaats in november 2004. Dan gaat er een collectieve représentation, een vertegenwoordiging, naar de regering. En ik hoop dat we de Franse regering ervan kunnen overtuigen dat ze haar positie binnen Europa moet wijzigen.
We willen de regering zover krijgen dat ze haar houding verandert en eist: "Wij willen een moratorium op deze onderhandelingen. We gaan er niet meer over in discussie. We willen een internationaal debat en we willen dat gezondheidszorg, cultuur, onderwijs en andere publieke diensten hierbuiten worden gelaten." Ik zie geen andere manier om dit soort zaken voor elkaar te krijgen. Er is geen directe democratie op Europees niveau. De Europese Commissie zelf kunnen we niet bereiken, daar hebben we geen enkele hoop op, dus moeten we het via de lidstaten aanpakken. Het kan natuurlijk misgaan. Maar mocht dat zo zijn, dan krijgen we te maken met een groot aantal kwade mensen. Want onze lokale comités hebben hier ongelofelijk hard aan gewerkt. We zien wel wat er gebeurt. Het is nu of nooit.'

Rebellie
Eigenlijk pleit Susan George dus voor burgerlijke ongehoorzaamheden van de landen bínnen de Wereldhandelsorganisatie. 'Precies. Ze moeten zeggen: we hebben het mandaat van de commissaris bijgesteld. En ons mandaat is nu specifiek dat we wéígeren,' ze benadrukt het woord met volle kracht, 'om op de volgende gebieden te onderhandelen -- en dan volgt er een opsomming. Dat is het ultieme doel.
Als we het hele project op de klippen kunnen laten lopen, zou dat fantastisch zijn, maar zelf ben ik niet zo optimistisch. Het punt is dat er op internationaal niveau helemaal geen democratie lijkt te bestaan, terwijl er juist op dat niveau veel dingen gebeuren. Het Europese Parlement wordt weer helemaal rechtsgeaard. Je kunt het niet vastgrijpen, dus moet je het benaderen via de nationale regering, wat een verschrikkelijk indirect weg is, maar je hebt geen keus. Wat kun je anders?
Heb je bijvoorbeeld gehoord over de nieuwe richtlijnen die Bolkestein aan het opstellen is? Man, he's a bastard! Deze man heeft een wetgeving over diensten opgesteld, geldend voor heel Europa, waarbij hij uitgaat van het principe van "het land van oorsprong". Dat betekent dat als een Frans bedrijf zijn hoofdkantoor in Slovenië vestigt, dat iedere werknemer van dat bedrijf -- waar hij ook in Europa woont of werkt -- onder de sociale regelingen en arbeidsvoorwaarden van Slovenië valt. Het is een volstrekte ondermijning van de individuele landelijke wetgevingen over minimumloon, werkomstandigheden en andere primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. Het is onvoorstelbaar.
Ze zijn hier al maanden over aan het onderhandelen, en het is praktisch geheim gehouden. Ik las er toevallig iets over doordat iemand de notulen van de vergaderingen te pakken heeft gekregen. Het is werkelijk verbijsterend.'

Werk is werk
De echtgenoot van Susan George kende het transnationale bedrijfsleven van binnenuit. 'Hij was financieel directeur van een aantal niet buitengewoon grote bedrijven, maar wel transnationale in die zin dat ze branches in vier of vijf landen hadden. Hij wist dus hoe het systeem in elkaar stak. Hij heeft me altijd in mijn werkzaamheden gesteund zonder er echt bij betrokken te raken. Hij las bijvoorbeeld mijn Franse stukken mee. Tegen het einde van zijn leven werd hij radicaler.'
De financieel directeur en de activiste zullen behoorlijk zware discussies over het onderwerp hebben gevoerd.
'Dat hadden we ook,' beaamt Susan, 'maar op een bepaalde manier ook weer niet. We wisten van elkaar hoe we over bepaalde onderwerpen dachten, maar als je een huis en een tuin hebt die onderhouden moeten worden en drie kinderen en twee honden, dan zijn er ook veel andere onderwerpen om over te praten. Maar hij begreep het als ik ergens gepikeerd over was, en ik kon naar hem toe komen en praten over hoe stom die en die wel niet was, of hoezeer ik die en die haatte.
Mijn man is in 2002 overleden. Natuurlijk mis ik hem. Ik mis hem, maar we zijn zesenveertig jaar samen geweest. Ik mag niet klagen, want veel mensen hebben niet zo veel in hun leven gekregen.
Ik houd mijn privé-leven normaal gesproken strikt van mijn werk gescheiden -- hoewel de meeste van mijn vrienden natuurlijk over het algemeen in dezelfde mouvance zitten, hetzelfde gedachtegoed eropna houden. Maar als we bijvoorbeeld familielunches hebben op het land, dan praten we zelden over wat ik doe. We kunnen het wel over politiek hebben, over de verkiezingen, over Frankrijk of wat dan ook, maar we praten weinig over mijn werk.'
Is dat een bewuste keuze? Wil ze in haar gezin niet over haar werk praten?
'Nee, dat is het niet. Ik wil mijn mening niet opdringen, maar het is ook niet zo dat ik er niet over wil praten. Ik weet het niet…' Ze zwijgt, hervat zich na een poosje. 'Ik kan die vragen niet beantwoorden, want het zijn vragen die ik mezelf niet stel.'
En hoe staan haar kinderen tegenover haar werkzaamheden?
'Oh,' ze wuift met haar hand een imaginaire vlieg weg. 'Dat is Maman nou eenmaal… Zoals ik al zei, we praten er niet echt over. Ze staan wel achter me maar zijn niet erg politiek ingesteld. Je voedt kinderen niet op om politiek ingesteld te zijn. Ik weet het niet.'
Je kunt kinderen natuurlijk wel tijdens de opvoeding bewust maken van bepaalde zaken.
'Ik denk ook wel dat ze zich bewust zijn van wat er in de wereld gebeurt.' Susan klinkt licht geïrriteerd. 'Ze stemmen links. Ze zijn alleen niet betrokken, nemen geen stelling in, zijn geen lid van een ATTAC-groep of zo. Mijn zoon bijvoorbeeld heeft een drukbezet zakenleven. Hij zou het niet kunnen bolwerken. Hij komt iedere avond pas om negen uur thuis. Hoe dan ook, laten we het niet meer over de kinderen hebben.'

Uitgewerkt?
Over twee weken wordt Susan George zeventig. Een meer dan pensioengerechtigde leeftijd. Heeft ze nooit overwogen om te stoppen?
'Oh my god!' Dit is absoluut de belachelijkste vraag die Susan gesteld kan worden. 'Waarom zou ik met pensioen gaan? Ik krijg te veel uitnodigingen en een pensioen zou, denk ik, mijn dood betekenen. Dit is wat ik doe. Ik ben in tamelijk goede gezondheid, voorzover ik weet. Waarom zou ik iets anders doen? Waarom zou ik nu opeens zeggen: "Oké, de wereld is in orde. De wereld is prachtig. Alles waar ik voor gevochten heb is nu bereikt." Moet ik dat soms zeggen? Nee. Precies.' Ze zegt het woedend. 'De wereld is niet mooi. We hebben niet bereikt waar we voor vechten, integendeel.
Vergeet ook niet dat ik een weduwe ben. Ik wil wel alleen zijn af en toe, dat is belangrijk voor me, maar ik wil niet gedwongen worden om langer alleen te zijn dan ik verkies. Ik krijg een hoop terug door het contact met de mensen met wie ik samenwerk en die ik ontmoet.
Ik heb bijvoorbeeld afgelopen week drie dagen doorgebracht in Zweden. Daar waren heel interessante mensen die ik normaal gesproken nooit zou leren kennen. We hadden drie dagen om te brainstormen over een reeks vastgestelde onderwerpen, voor een rapport van de Dag Hammarskjold Foundation met de titel "What's Next?". Daar hou ik van. Ik ben blij dat ik erbij mag zijn en er is geen enkele reden waarom ik tegen de Dag Hammarskjold Foundation zou zeggen: "Nee, ik ben met pensioen."
Ik vind dat een heel rare vraag.' Ze kijkt nog steeds beledigd. 'Ik begrijp wel dat je het vraagt aan iemand van mijn leeftijd, maar voor mij la question ne se pose pas. Deze vraag is niet op mij van toepassing. Ik neem heus niet alles aan. Vroeger trok ik, als ik een uitnodiging van een vakbond kreeg, daar direct al mijn tijd voor uit. Ik zeg nu altijd tegen mensen in Frankrijk: "Als ATTAC niet aan uw activiteiten verbonden is, kan ik uw uitnodiging niet aannemen."
Ik krijg zo veel uitnodigingen van ATTAC-comités dat ik niet naar Straatsburg of Bordeaux ga om iets anders te doen. Dus óf ATTAC wordt erbij betrokken, óf ik kom niet. Dat soort limieten moet ik wel stellen, anders zou ik iedere dag van de week op pad zijn. Er zijn maanden zoals oktober-november en april-mei waarin ik voor iedere dag drie uitnodigingen krijg. Letterlijk. Dus het lijkt me duidelijk dat ik daar grenzen aan stel.
Ik stel inmiddels ook bepaalde eisen: ik maak geen lange vluchten in de economy class bijvoorbeeld. Als mensen willen dat ik kom, zullen ze ergens het geld vandaan moeten halen om me business class te laten vliegen als ik ver weg moet. Anders kan ik het fysiek niet meer aan. Ik stel dat soort eisen, zodat ik mezelf niet vermoord.
Ik houd het onder controle, maar wil zeker niet stoppen met wat ik doe. Er is zo veel werk dat nog gedaan moet worden. Ik heb geen martelaarsinstelling, wil mijn leven hier niet voor opofferen. Maar om je intellectuele activiteiten voort te zetten, dat is volgens mij een heel gewone wens van een heel gewone mens die nadenkt over de wereld.'


Susan George (Ohio, 1934) is schrijfster en politiek wetenschapper. Geboren in de Verenigde Staten woont en werkt ze al bijna een halve eeuw in Frankrijk. Ze is een van de directeuren van het Transnational Institute -- een wereldwijd genootschap van wetenschappers en activisten -- dat in Amsterdam is gevestigd. Tevens is ze medeoprichter en vice-president van de oorspronkelijk Franse organisatie ATTAC. De Association pour la Taxation des Transactions financières pour l'Aide aux Citoyens is inmiddels uitgegroeid tot een internationale beweging, opgezet om financiële markten en daaraan verbonden instituten op democratische wijze te kunnen controleren. Haar belangrijkste publicaties zijn: How the Other Half Dies: The Real Reasons for World Hunger (1976); The Debt Boomerang (1992); Faith and Credit: The World Bank's Secular (met Fabrizio Sabelli, 1994); The Lugano Report: On Preserving Capitalism in the 21st Century (1999); en Another World Is Possible If… (2004), dat in 2005 in vertaling verschijnt onder de titel Een andere wereld is mogelijk als…

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2004

Dit gesprek is gepubliceerd in Vrouwen die de wereld veranderen.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 633 0