Als mens in ere hersteld
Een gesprek met Radium Bhattacharya
- India -

uit: Jesse Goossens, Vrouwen die de wereld veranderen

 

Het belangrijkste van hiv/aids is dat het een ziekte is die via het bloed wordt overgedragen. In India maakten de mensen zich daar drukker over dan over de seksuele overdraagbaarheid. In India bestaat namelijk geen vrijwillig bloeddonorsysteem. Zestig procent van het ziekenhuisbloed is afkomstig van commerciële bloeddonoren, mensen die hun bloed verkopen om te kunnen bestaan.
Eind jaren tachtig las ik een klein artikel in een lokale krant. Er was een stadje in Surat, in het zuidelijk deel van Gujarat, waar een aantal bloeddonoren op hiv was getest. Van de 465 donoren bleken er 430 hiv-positief. Ruim 92 procent! Het ging mijn verstand te boven. Op dat moment wist ik dat er iets moest gebeuren.

Radium Bhattacharya zit in het kantoor in van de Gujarat Aids Awareness and Prevention Unit (GAP) in Ahmedabad. Ze is een kleine Indiase vrouw van vierenzestig jaar, al zou je haar die leeftijd nooit geven. Ze draagt een zwarte sari en op haar neus rust een lichte bril met een dun gouden montuur. Opvallend is de rust die ze uitstraalt. Ze is één met zichzelf en alles om haar heen: onopvallend en kalm, alsof er een rustige overtuiging in haar zit dat alles goed komt.
Ondanks het feit dat het zondag is, bevindt zich een viertal mensen op kantoor. 'Vanwege het interview,' zegt Radium. 'Ze willen me niet alleen laten werken.' De andere aanwezigen zijn Radiums echtgenoot, Parmanand Dalwadi, die zijn werk als fotograaf -- hij werkte ooit samen met Henri Cartier-Bresson -- vanuit hetzelfde kantoor regelt, Radiums assistente en een jonge mannelijke medewerker die ons voorziet van thee en koekjes. De jongeman groet ons op de gebruikelijke Hindoe-wijze: hij houdt zijn handen dichtbij zijn hart tegen elkaar gedrukt en knikt eerbiedig.
'Hij wil je de hand niet schudden,' zegt Radium. 'Hij heeft aids, net als veel van onze medewerkers, en hij vindt het onrein om je aan te raken.'
Kennelijk is de boodschap die de GAP via felgekleurde stickers verspreidt nog niet tot deze jongeman doorgedrongen. Op de neongele etiketten staat een kindertekening van een kind dat verdrietig in een bloemenveld staat en de armen naar de kijker uitspreidt: 'I have AIDS. Please hug me. I can't make you sick.'

Na de begroeting komen we te spreken over het opkomende fundamentalisme in de wereld, het (meestal rechts-)extremisme dat overal aan kracht wint. Radium is van mening dat de oorsprong van het nieuwe fundamentalisme ligt bij het terrorisme. Door het terrorisme worden mensen bang. Als mensen bang zijn vallen ze terug op geloof, op iets onzichtbaars, een hogere macht die respect afdwingt.
'Als we god zouden kunnen zien, zouden we hem niet meer respecteren,' zegt Radium. Zelf is zij aanhanger van het jainisme, een geweldloze pantheïstische godsdienst die uitgaat van het één zijn van alles wat leeft op aarde. De vijf geloften van een jaina zijn: nooit geweld gebruiken tegen mens of dier, niet liegen, niet stelen, kuis leven en niet inhalig zijn.
'Hoe banger de mensen worden, hoe sterker ze aan hun geloof hangen en hoe extremistischer de verschillende bewegingen worden,' vervolgt Radium. Het extremisme sluit alles buiten wat niet tot de eigen beweging behoort en werkt daardoor intolerantie, racisme en allerlei vormen van discriminatie in de hand. En boven alles leidt extremisme tot nieuwe vormen van terrorisme. Zo ontstaat er een gruwelijke vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken valt. Zeker als mensen als George W. Bush de angst voor terrorisme aanwakkeren om hun macht en heldenstatus te vergroten.
Radium wil weten hoe het in Nederland gaat. Ze heeft met schrik kennis genomen van de moord op Pim Fortuyn, iets dat ze in Nederland nooit voor mogelijk had gehouden. Ze kent ons land goed: in de jaren tachtig werkte ze jarenlang in Amsterdam, waar ze in het Wilhelminagasthuis woonde. Ze koestert nog steeds warme gevoelens voor het kleine koude landje, zevenduizend kilometer ten noordwesten van Ahmedabad.

De eerste confrontatie
'Ik ben fysioloog, maar ook moleculair bioloog,' vertelt Radium. 'Ik heb lang onderzoek gedaan op het gebied van kanker, onder meer in Nederland. In Amsterdam leerde ik een aantal mensen kennen die besmet waren met het hiv-virus en aan aids leden. Een van hen was een collega, een goede vriend van me. Deze man was ook kunstenaar, eigenlijk lag zijn hart meer bij de kunst dan bij de wetenschap. Hij was homoseksueel en woonde samen met zijn partner. Ik ging vaak bij hen op bezoek. Ze hadden een schitterend huis en hij zorgde altijd goed voor me.
Toen ik naar India terugkeerde om te trouwen, kreeg ik hier een baan. Op een ochtend ontving ik een kaart van de partner van deze vriend. Het was een kaart met een zwarte rand eromheen.' In de lucht tekent Radium de contouren van de rouwenvelop. 'Hij was overleden. Dat was de eerste keer dat ik iemand uit mijn leven verloor aan aids. Die gebeurtenis heeft me veranderd.'

Menselijke rampen
'Ik werkte voor een grote organisatie, de International Society for Research on Civilization Disease and on Environment, de ISRCDE. We deden onderzoek op het gebied van beschavingsziektes en leefomgevingen. Beschavingsziektes zijn ziekten die ontstaan als de levenswijze van mensen verandert. Als we daar dieper op ingaan, blijkt dat maar liefst vijfenzeventig procent van alle ziektes die je kunt bedenken, psychosomatisch begint. Daarna worden ze pas somatisch. Het begint in het hoofd en verspreidt zich vervolgens door het lichaam.
De levenswijze van mensen is ingrijpend veranderd door de modernisering, de globalisering, de toename van informatietechnologie, in feite door alles wat we "vooruitgang" noemen. We zien wel dat we erop vooruitgaan, maar we weten niet welke basis onder ons uit wordt geslagen, wat onder de voet wordt gelopen.
De ziektes die de IRSCDE bestudeert zijn antropogeen: ze worden veroorzaakt door de mensen zelf.' Radium telt af op haar vingers. 'Vervuiling? Veroorzaakt door de mens. De problemen met landbouwproducten? Onze schuld.' Ze spreidt haar armen in een hopeloos gebaar. 'We zijn zelf verantwoordelijk voor bijna alle ziektes. Slechts vijfentwintig procent wordt veroorzaakt door bacteriën, virussen of pathogenen, de rest is door onszelf gecreëerd. Ons doel is deze ziektes te bestuderen en de mensen bewust te maken van waar de grenzen in het leven liggen. Hoe ver kunnen we gaan in onze ontwikkeling van wetenschap en technologie voordat we zelf het slachtoffer worden? Daar moeten we ons bewust van worden en ons naar gaan gedragen.

Opnieuw mens
In 1988 kreeg ik te horen dat aids ook tot India was doorgedrongen. Sommigen van ons in de organisatie wilden erover praten, ideeën uitwisselen over wat er gebeurde en waarom. Hiv/aids is in zeker zin een beschavingsziekte, een ziekte die veroorzaakt wordt door onze levenswijze. Om daaraan te werken vormden we in 1989 een kleine organisatie bínnen de ISRCDE, de Gujarat Aids Awareness and Prevention Unit, de GAP, om mensen bewust te maken van de gevaren van aids en hen te leren hoe ze de ziekte kunnen voorkomen.
We begonnen met z'n drieën -- drie vrouwen -- en reisden af naar Surat, de plek waar meer dan negentig procent van de commerciële bloeddonoren besmet bleek te zijn. We wilden onderzoeken hoe dit had kunnen gebeuren. Wie waren deze mensen en waarom verkochten ze hun bloed? We ontdekten dat de bloeddonoren een gemarginaliseerde bevolkingsgroep vormden. Ze waren arm en leefden op straat. Vroeger was Gujarat het Manchester van India: er werd massaal textiel geproduceerd. Maar met de opkomst van de synthetische stoffen verdween de vraag naar katoen en werden de fabrieken gesloten. Deze mensen hadden allemaal hun baan verloren. Ze hadden geen opleiding en konden geen andere manier bedenken om aan geld voor eten en drinken te komen dan door hun bloed te verkopen.
Het duurde lang voordat we het vertrouwen van deze mensen wisten te winnen. We moesten heel wat leren: hoe we moesten communiceren, hoe we een brug konden slaan tussen onszelf en deze mensen. We leerden hun taal te spreken en hun uitdrukkingen te gebruiken. We toonden voortdurend respect om hen te laten voelen dat we niet waren gekomen om hen te veroordelen. We kwamen niet met een opgeheven vingertje vertellen dat zijzelf degenen waren die deze ziekte verspreidden.
Uiteindelijk verzamelden we twaalfhonderdvijftig mensen om ons heen: vrouwen, mannen en kinderen. Dit waren mensen die het gevoel "mens" te zijn waren kwijtgeraakt. Ze dachten dat ze niet meer waren dan honden of katten, omdat ze door de rest van de bevolking zo werden behandeld. Er werd bloed bij hen afgenomen en ze werden met tien of twintig roepies weer de straat op gegooid [tien roepies is ongeveer zeventien eurocent].
We begonnen hen duidelijk te maken hoe gevaarlijk hun levenswijze was en dat ze -- voor hun eigen veiligheid -- iets aan hun bestaan moesten veranderen. Door de manier waarop we met hen omgingen, kregen ze het gevoel terug dat ze mensen waren, net als wij. Hoewel ze eerder hun menswaardigheid hadden verloren, begonnen ze zich langzaam een nieuwe positie in de maatschappij te verwerven. Ze kregen weer het gevoel dat zij net zo goed het recht hadden om op plekken te komen en op banken te zitten als de rest van de wereld. Ze werden als mens in ere hersteld.
Door deze onderneming ontdekte ik ook mezelf, mijn eigen waarden in het leven. Ik stelde mezelf bloot aan allerlei nieuwe ervaringen en voor het eerst van mijn leven begreep ik wezenlijk wat het betekent om mens te zijn. Men zegt altijd hoe complex het menselijk wezen is. Ik ontdekte juist de eenvoud van het menselijk bestaan. We zijn zulke eenvoudige wezens: als jij je sympathiek opstelt, zul je ook sympathiek benaderd worden.
Ik maakte een intense verandering door. Dat was een ongelofelijk gevoel. Ik zal deze mensen van mijn leven nooit meer vergeten, omdat zij degenen zijn die mij veranderd hebben, terwijl ik er helemaal niet heen was gegaan om zelf te veranderen! Maar ik zag hun armoede, hun moeilijkheden, de manier waarop zij leefden, en ik zag hoe ze desondanks gelukkig wisten te zijn in hun manier van leven, hoe ze geluk uit het niets wisten te halen.
Dit leerproces is nu deel van onze organisatie. Iedereen die voor ons wil komen werken, moet eerst een tijdje bij deze mensen gaan wonen. "Werk met hen," is de eerste les die ik een nieuwe werknemer geef. "Als je met hen kunt samenwerken, red je het hier ook. Als je door hen wordt geaccepteerd, zal de organisatie je ook accepteren. Maar als zij je niet accepteren, kom je er bij ons ook niet in."'

In haar eentje
Rond haar vijftigste, eind jaren tachtig, toen hiv/aids een buitengewoon gestigmatiseerd onderwerp was, besloot deze Indiase internationaal gewaardeerde kankeronderzoekster haar verdere leven te gaan wijden aan onderzoek naar deze ziekte. Niet de meest voor de hand liggende beslissing. Er zullen voldoende mensen zijn geweest die haar voor gek verklaarden omdat ze een glorieuze carrière opgaf om met aids-patiënten te gaan werken.
Radium trekt diepe denkrimpels als haar wordt gevraagd naar deze beginperiode. Dan verheldert haar gezicht in een stralende lach. 'Natuurlijk,' zegt ze. 'Jeetje, ik moest wel heel diep in mijn geheugen graven. Ik was die tijd in mijn leven helemaal vergeten. Ik ben zo gelukkig met wat ik vandaag de dag doe, dat ik mijn verleden volstrekt achter me heb gelaten, dat hoort niet meer bij me. Maar het is waar. Dertig jaar lang leefde ik met mijn dieren in het laboratorium. Niemand viel me lastig. Ik ging 's ochtends naar mijn lab, werkte de hele dag en ging 's avonds weer naar huis.
Als ik tijdens wetenschappelijke congressen mijn studies presenteerde, werd ik toegejuicht. Op de hele wereld was maar een handjevol mensen bezig in het vakgebied waarin ik onderzoek deed, ik was een pionier in de chronobiologie. Ik leidde een roemrijk bestaan, maar vond persoonlijk dat het nogal een kluizenaarsleven was. Iets in me vertelde me dat dit niet de juiste manier van leven was. Je bestaat niet alleen maar voor jezelf.
Ik zei dus tegen mijn collega's dat ik heel tevreden was met wat ik tot dan toe had bereikt en dat het genoeg was. Ik was gelukkig met wat ik voor de mensheid had kunnen betekenen, maar had het idee dat er nu een belangrijkere rol voor me was weggelegd. Er was niemand die zich opwierp om het voortouw te nemen in het onderzoek naar hiv/aids, en eerlijk gezegd waren er maar heel weinig mensen die überhaupt iets over het onderwerp wisten. In die dagen had je ze op je vingers kunnen tellen. Iets in me zei dat als er niemand anders was die het deed, dat ik er dan zelf op af moest gaan. Natuurlijk kwamen er vragen uit de wetenschappelijke wereld, van mensen die dichtbij me stonden en van vrienden van mijn werk. Ze waren stomverbaasd. Maar vanuit de organisatie kreeg ik ook een hoop steun.'
Ze lacht en zegt met een schalkse blik: 'Laten we het er maar op houden dat ik een behoorlijke overtuigingskracht heb. Mensen respecteren me vanaf de eerste keer dat ze me zien. Als ik eenmaal vriendschap met iemand heb gesloten, is dat voor het leven. Mijn vrienden hebben altijd willen luisteren naar wat ik te zeggen heb. Ze voelen dat dit een zuiver streven is: het is niet zo dat ik iets wil bereiken, of dat ik op een of andere manier roem wil vergaren. Wat ik zeg is waar, zonder bijbedoelingen, en komt recht uit mijn hart.'

Niemand doet aan seks
Aids is niet het gemakkelijkste onderwerp om aan te snijden in een gesprek. Dat ondervond Radium direct toen ze met haar onderzoek begon. 'Ik ontdekte dat niemand het feit dat de ziekte tot India was doorgedrongen, wilde accepteren. Mensen verkeerden in een complete staat van ontkenning. Ze zagen aids als een ver-van-mijn-bed-show. Ze dachten dat dit soort problemen aan India voorbij zou gaan en beweerden: "Aids is iets westers. Wij hebben immers onze hoge moraal en onze traditionele cultuur. Deze dingen gebeuren niet bij ons." Ik kon me daar ontzettend over opwinden.' Hoewel Radium kalm blijft zitten, straalt ze een woedende energie uit als ze hieraan terugdenkt. 'Ik had al over de hele wereld gereisd en met eigen ogen kunnen zien dat, wat menselijk gedrag betreft, alle landen hetzelfde zijn. We houden allemaal van elkaar en laten dat allemaal op dezelfde manier aan elkaar merken. Het was bizar dat dat feit niet werd aanvaard. Iedereen weet dat het gebeurt: iedereen weet dat alle mensen, hetero- of homoseksueel, seks hebben. Maar om dat ook werkelijk algemeen geaccepteerd te krijgen, dat was de eerste grote hindernis die genomen moest worden.
In alle landen kwamen de hiv/aids-programma's pas na een lange fase van ontkenning op gang. Zelfs de regering van India wilde het simpele feit dat iedereen de liefde bedrijft, niet accepteren. En juist omdat de politiek zich er niet voor inzette en daardoor geen bewustwordingsproces kon worden gestart, kreeg het grote publiek ook niet de kans om zich ervan op de hoogte te stellen.
Het is nu eenmaal zo: hiv/aids is vanaf het begin synoniem geweest aan seks. En over seks praten wordt in de maatschappij gestigmatiseerd, niet alleen in India, maar overal ter wereld. Toen ik er voor het eerst in het openbaar over sprak, beweerden mensen dat ik te lang in het Westen had gewoond. Ze beweerden dat het praten over hiv en aids een geïmporteerd idee was. Die houding heeft vijf tot zes jaar overheerst.'

Vechten tegen vooroordelen
'In India werd in 1871 door de Britten een wet ingesteld, Artikel 377. Die wet is niet expliciet tegen homoseksualiteit geformuleerd, maar verbiedt seksuele handelingen die "tegen de natuurlijke orde" ingaan. Die tegennatuurlijke seks kan plaatsvinden tussen man en vrouw, tussen twee mannen, tussen twee vrouwen of tussen mens en dier. Het is verschrikkelijk belangrijk dat deze wet wordt afgeschaft, we zetten ons daar volledig voor in. Allerlei groeperingen nemen het voortouw en ik denk dat er al een hoop is veranderd. Maar als we eerlijk zijn, wat kan een wet uitrichten tegen twee mensen die in een kamer seks hebben? Daar heeft een wet eigenlijk niets over te zeggen. De meeste mensen weten niet eens dat er zoiets als Artikel 377 bestaat, maar ze kunnen "andere" vormen van seks niet accepteren omdat ze denken dat het niet te accepteren vált. Zelfs als Artikel 377 wordt afgeschaft is het probleem dus nog niet opgelost. In de geesten van de mensen zit de diepgewortelde overtuiging dat "andere" seks iets "verkeerds" is.
Ik denk dat niet alleen de wet, maar ook de mensen veranderd moeten worden. Het is een kwestie van mensenrechten: iedereen heeft het recht te leven op de wijze die hij of zij verkiest. Daarom moeten we onze stem laten horen. We moeten protesteren -- alleen protest zal een verandering op gang brengen.
Mijn moeder was ook activiste. Zij werkte met lepralijders, en dat is nog een stuk zwaarder dan hiv/aids. Tegenwoordig is lepra in India geaccepteerd. We zijn er al bijna overheen: het aantal nieuwe gevallen is bijna te verwaarlozen. Juist doordat de ziekte is geaccepteerd, kan deze in een vroeg stadium worden onderkend en genezen. Dat bewijst opnieuw dat het normaliseren van een ziekte het begin van de oplossing is. We weten inmiddels dat er steeds meer organisaties zijn die zich sterk maken voor homoseksuelen. Dat is een waarneembare verandering: mensen luisteren en hun eerste reactie is niet directe afwijzing. Het begin is er dus, maar het zal nog een hoop tijd kosten.'
Hoeveel Radium al heeft bereikt in de ruim vijftien jaar dat ze zich voor hiv/aids is gaan inzetten, is bijna onvoorstelbaar. Destijds vertrok ze met twee anderen naar Surat om pionierswerk te verrichten. Inmiddels is ze president van een heel netwerk van duizenden niet-gouvernementele organisaties (NGO's) die werken aan voorlichting en verzorging van patiënten. Langs de grote wegen in India staan voorlichtingsborden en in de straten van Ahmedabad rijden autobussen beplakt met campagnekreten van de GAP.

Motivatie
Door haar werkzaamheden ziet Radium regelmatig mensen verschrikkelijk lijden. 'Vroeger nam ik het leed dat ik meemaakte mee naar huis. Als je mijn werk doet heb je inlevingsvermogen nodig, maar je moet wel een manier vinden om ermee om te gaan. Als ik iedere dag alleen maar verdriet en lijden mee naar huis neem, vermoord ik mezelf. Dan vermoord ik mijn vermogen om gelukkig te zijn. Als ik met mensen werk, verlicht ik hun lijden even. Soms vergeten ze zelfs een moment hun fysieke pijn. Dat zijn de belangrijke momenten in het leven, en dat is wat je moet leren bij je te dragen: niet het lijden, maar de voldoening.
De tegenslagen die ik te verwerken krijg, zie ik nooit als persoonlijk tegen mij gerichte acties: ze horen bij het leven. Het vermogen om gelukkig te zijn, ligt helemaal bij jezelf. Zelfs als je in de grootste ellende leeft, kun je nog gelukkig zijn -- dat zie je aan de mensen die hier in India op straat leven. Ze denken niet na over de omstandigheden waaronder ze leven, maar ze denken aan het feit dát ze leven, en daarin vinden ze hun geluk. Zelf voel ik me gelukkig als ik met een tevreden mens praat. Als ik zie dat een ander gelukkig is, ben ik dat ook.
Ik heb niet een specifiek doel in mijn bestaan. Het werk op het gebied van hiv/aids heeft zo veel aspecten: je krijgt niet alleen te maken met de ziekte zelf, maar ook met het gender-probleem, met de status van vrouwen, met huiselijk geweld, met sociale ongelijkheid, met economische zaken, met cultuurgoed, met communicatieproblemen en talloze andere aspecten. Omdat ik de verspreiding van hiv/aids wil stoppen, moet ik op al die terreinen tegelijkertijd werken. De gebieden lopen ook in elkaar over als een soort mozaïek. Je hebt de keuze om een facet eruit te lichten, of om het hele mozaïek in te kleuren. Ik heb voor het laatste gekozen.
En als je naar dat hele mozaïek kijkt, dan zie je één overkoepelend aspect: de mens en zijn drang om te overleven. De passie voor het leven is mijn drijfveer. Het leven is zo waardevol. Iedereen heeft er recht op: een gezond, kwaliteitsvol, menswaardig bestaan.'

Baas over eigen lichaam
Een week voor ons gesprek in Ahmedabad was Radium in Delhi om met een grootse campagne het vrouwencondoom in India te lanceren. Radium lacht breed als ze vertelt hoe succesvol de campagne is.
'Het begon in 2001 toen we Mitchell Warren van de Female Condom Company en Megan Gottemoeller van de Global Campaign for Microbicides uitnodigden om voor een netwerk van NGO's in India te komen spreken.' Microbiciden is de verzamelnaam voor producten die, wanneer ze plaatselijk zijn opgebracht, de seksuele overdraagbaarheid van hiv en andere soa's voorkomen. Er is nog geen volledig veilige microbicide op de markt gebracht, maar als de huidige onderzoeken goed verlopen verwachten wetenschappers dat binnen zeven jaar een effectieve microbicide verkrijgbaar zal zijn.
'Het plan was,' vertelt Radium, 'dat via het NGO-netwerk de informatie zou worden verspreid. Tijdens de bijeenkomst was de inleidende vraag: "Wie van jullie heeft er wel eens gehoord van microbiciden en het vrouwencondoom?" Wil je me geloven,' zegt Radium, die nog verbijsterd is als ze eraan terugdenkt, 'als ik zeg dat er dríé handen omhoog gingen? De mijne, die van Megan Gottemoeler en die van Mitchell Warren. In dat hele auditorium, waar vertegenwoordigers zaten van zo'n tweehonderd NGO's, had niemand er ooit van gehoord. Moet je je voorstellen hoe sterk we de afgelopen jaren gelobbyd hebben, hoe hard we gewerkt hebben, dat we in februari 2004, in aanwezigheid van de staatssecretaris van Gezondheidszorg en de staatssecretaris van Gezinszaken, het vrouwencondoom in India konden lanceren!
Het is een nauwe samenwerking tussen de Amerikaanse Female Condom Company en het Indiase Hindustan Latex Limited. We verstrekken het condoom zo goedkoop mogelijk: 5 roepies per stuk [ca. 8,5 eurocent]. Maar we proberen nog zoveel mogelijk van die prijs af te halen. Het is toch belachelijk dat condooms voor mannen gratis worden verstrekt, maar vrouwencondooms niet. Het vrouwencondoom is een wapen in handen van vrouwen om zichzelf te kunnen beschermen tegen ongewenste zwangerschap, en tegen hiv/aids en andere soa's. Het is het enige dat je als vrouw kunt doen in een maatschappij waarin het mannelijke superioriteitsgevoel overheerst.'

Een mentaliteitsverandering
Het lijkt alsof Radium de problemen over zichzelf afroept door vrouwen van condooms te voorzien in de Indiase maatschappij waar, zoals ze zelf zegt, het mannelijke superioriteitsgevoel overheerst. Ze krijgt zeker te maken met een hoop weerstand van mannen?
'Nee.' Radium is een beetje verbaasd over de suggestie. 'De cultuur is in India heel anders dan elders op de wereld. Het gebeurt hier maar zelden dat een man een vrouw probeert te vertellen dat ze iets niet zou mogen doen. Dat komt hooguit een enkele keer voor. Het probleem ligt niet in een conflict tussen mannen en vrouwen, maar in onze traditionele levenswijze. Wij hebben een "zwijgcultuur". In onze samenleving is het niet gebruikelijk dat vrouwen over zichzelf praten. Als we problemen hebben, bijvoorbeeld met onze gezondheid, zullen we daar niet makkelijk mee naar buiten komen. We zorgen voor anderen, maar niet voor onszelf. We lijden in stilte en zoeken zelf een oplossing waar dat kan. Dat is een mentaliteit waar verandering in moet komen.
Het is niet iets dat we mannen kwalijk kunnen nemen. Het is iets dat we zelf hebben geaccepteerd: we knikten en beaamden dat wij het zwakkere geslacht waren. En we vonden het heerlijk als mannen ons netjes behandelden, deuren voor ons openhielden en ons als eerste in de auto lieten stappen. We waardeerden dat jarenlang. Nu pas realiseren we ons dat het anders kan en moet.
Het gebeurt bovendien ook dat vróúwen zich tegen vrouwen uitspreken. Dat was bijvoorbeeld het geval toen er sprake was van een vakbond voor prostituees. Mannen en vrouwen zijn de baas over hun eigen lichaam en mogen dat verkopen als ze willen: dat is hun eigen zaak, dus ze hebben ook recht op een vakbond. Maar veel vrouwenactivisten spraken zich hiertegen uit.
Eigenlijk is het niet eens zozeer het onderwerp dat ertoe doet, maar de manier waaróp je een onderwerp ter sprake brengt. Dat is in de Indiase cultuur van het grootste belang. In veel opzichten is India heel vooruitstrevend. Wij vrouwen hebben bijvoorbeeld ons stemrecht zonder strijd verkregen, tegelijkertijd met de mannen. Wij mogen al zesenvijftig jaar stemmen, het is vastgelegd in onze grondwet. In een land als Zwitserland kregen vrouwen pas jaren later stemrecht.
Als we de ontwikkelingen sinds de onafhankelijkheid bekijken en zien hoe vrouwen tegenwoordig in de maatschappij staan, dan moeten we accepteren dat dat niet de manier is waarop onze moeders en grootmoeders leefden. Nu was mijn eigen moeder toevallig een activiste, dus dat is weer een heel ander verhaal. Maar in het algemeen was het gezinsleven zo sterk, de familieband zo hecht, dat het gewoon niet in vrouwen opkwam om een ander bestaan te kiezen. In Nederland was het eigenlijk niet anders. De kinderen van mijn generatie hebben allemaal zeven of acht broers en zussen. Hun moeders zorgden voor de kinderen, gaven hen te eten en voedden hen op. De mannen gingen 's ochtends de deur uit om te werken en brachten het geld binnen. Dat rolpatroon domineerde in die tijd de hele wereld.
Maar nu is de verandering onvermijdelijk: vrouwen hebben toegang tot onderwijs en strijden voor banen en gelijke rechten. We zijn er nog niet helemaal, maar er is al een opmerkelijke verandering in de status van vrouwen in onze samenleving. Ik denk dat we de Indiase geschiedenis op het ogenblik op heel veel manieren veranderen.

Toch wil ik benadrukken dat we zouden moeten vechten voor gelijkwaardigheid, niet voor gelijkheid. Dat zijn twee verschillende zaken. Al klinkt de roep om gelijkheid, toch zullen we in de basis, biologisch gezien, altijd verschillen. We zijn mannen en vrouwen. Vrouwen hebben het instinct om te beschermen, om te moederen. Dat is iets dat mannen nu eenmaal meestal niet hebben. Je kunt het vergelijken met een kind dat na de geboorte direct weet waar het zijn moet om te drinken. Niemand vertelt dat kind wat het moet doen, het wordt geboren met die kennis. De instincten die vrouwen hebben, maken deel uit van de chemische eigenschappen van hun lichaam. Het is iets geweldigs en we zouden er trots op moeten zijn. Zelf zeg ik altijd dat als ik opnieuw terug zou komen op aarde, ik weer een vrouw zou willen zijn.
In de jaren zestig was er een radicale vrouwenemancipatiebeweging; ik had een hoop vrienden die zich daarbij aansloten. Maar zelf heb ik er nooit veel waardering voor kunnen opbrengen. Ik denk dat die vrouwen op het verkeerde paard hebben gewed: door een spijkerbroek te dragen en een sigaret uit je mondhoek te laten hangen, word je geen ander mens. We zijn vrouwen en kunnen onze genen niet veranderen. We kunnen de chemische samenstelling van wie we zijn niet veranderen. Hier spreek ik als biologe. Maar de chemie van onze lichamen kan wél de wereld veranderen. Vrouwen kunnen de wereld veranderen, daar is geen twijfel aan. Als we het willen, kunnen we het. Wij zijn degenen die het leven beschermen en het huis op orde houden.'

De wijsheid van een simpele ziel
Als het interview is afgelopen en we nog een kopje thee drinken, begint Radium opeens weer te vertellen. 'Toen ik een jaar of drieëntwintig was ging ik met mijn familie naar Varanasi.'
Varanasi is de heiligste plaats in India. De oude stad ligt aan de linkeroever van de Ganges. Jaarlijks wordt Varanasi bezocht door miljoenen Hindoe-pelgrims. Hindoes geloven in reïncarnatie en menen dat hun gedrag tijdens het leven, hun karma, hun lot na de dood bepaalt. Mensen met een slecht karma zijn gedoemd keer op keer op aarde terug te keren. Mensen met een goed karma keren in een volgend leven terug in een steeds betere situatie, totdat ze uiteindelijk bevrijd worden van deze wedergeboorte en moksa bereiken, een staat van verlossing. Een Hindoe kan versneld van deze cyclus verlost worden door zich bij de ghats -- de trappen die zijn gebouwd aan de oever van de Ganges om het baden voor de pelgrims te vergemakkelijken -- in Varanasi te laten cremeren: dan bereikt hij moksa in één keer.
'Nadat we de stad hadden bezocht,' vertelt Radium en haar gedachten zijn duidelijk bij die dag, ruim veertig jaar geleden, 'wilde ik een tocht maken over de Ganges. Dus we klommen in een van de rondvaartboten en voeren weg. Maar ik was erg bang om te zien hoe mensen verbrand zouden worden. Ik was zelfs zo angstig dat ik de bootsman keer op keer vertelde dat hij niet die kant op moest varen.
De bootsman begon te praten en zei: "Wat is er in de dood om bang voor te zijn? Wat is Dood? Je wordt geboren en je sterft. Dood is Niets: je kunt het niet zien en daarom ben je er bang voor." Hij maakte een vergelijking met Krishna, onze god. "Krishna," vertelde hij, "betekent 'zwart'. Dus daar zit een overeenkomst. Dood is God. Je kunt God niet zien en je kunt de dood niet zien. En jij bent bang voor wat je niet kunt zien…"
Die bootsman, een man die niet kon lezen of schrijven, leerde mij de belangrijkste levenswijsheid. Hij bleef maar praten en ik vergat waar we heen gingen. Ik zag de lichamen branden op de oever en voelde geen angst. Deze man hield me bezig en hielp me met zijn woorden. Ik zal dit moment nooit vergeten. Het was verbijsterend zoals deze ongeletterde man met me sprak over zo'n onderwerp. Als dit de filosofie is die in de geesten van arme mensen overheerst, dan zien zij geen lijden of ongeluk in het leven. Dat is waardoor ze kunnen overleven.'


Radium Bhattacharya (1939) is fysiologe en verrichte baanbrekend onderzoek op het gebied van moleculaire biologie in onder andere India, Frankrijk, Nederland en Duitsland. Op haar naam staan meer dan tweehonderdvijftig publicaties over wetenschappelijke onderwerpen. In 1988 richtte zij in Ahmedabad, India, de Gujarat Aids Awareness and Prevention Unit op, als onderdeel van de International Society for Research on Civilization Disease and on Environment. In 1994 werd zij president (en stichter) van het overkoepelende Indian Network of NGO's on Hiv/AIDS (INN).

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2004

Dit gesprek is gepubliceerd in Vrouwen die de wereld veranderen.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 633 0