Dit is dringend: mensen sterven!
Een gesprek met Noreena Hertz
- Groot-Brittannië -

uit: Jesse Goossens, Vrouwen die de wereld veranderen

 

Ik ben me er uitermate van bewust dat het volslagen toeval is dat ik ben geboren in een middenklasse-familie in Londen, een goede opleiding heb kunnen volgen en me geen zorgen hoef te maken over de vraag of ik wel zal overleven. Dat is puur toeval. Ik had ook geboren kunnen zijn in een dorp in Afrika.
Het is een vraag die voortdurend door mijn hoofd speelt: waarom zou ik recht hebben op alles wat ik bezit, alleen door waar ik geboren ben? Het heeft niets te maken met keuzes die ik zelf heb gemaakt of dingen die ik heb gedaan. De onrechtvaardigheid is gewoon te groot om er niets aan te doen. Ik kán er iets aan doen. Ik kan verschil maken. We kunnen de wereld veranderen en we kunnen er een rol in spelen. Zolang ik mezelf dat blijf realiseren kan ik doorgaan.

 

De ontmoeting met Noreena Hertz is op het laatste ogenblik een dag naar voren geschoven. Noreena, wier net verschenen boek I.O.U. een gepassioneerd pleidooi is voor schuldenkwijtschelding van de totale derde wereld, moet namelijk haar opkomst maken in een van de belangrijkste ontbijtshows van de BBC om Tony Blairs plannen te becommentariëren. Blair is voor een driedaags bezoek in Afrika en heeft een aantal opzienbarende beloftes gedaan: hij heeft bezworen de problematiek in Afrika boven aan de agenda te zetten van de G8-top -- de vergadering tussen de belangrijkste industriële naties die in juli 2005 in het Britse Gleneagles plaats zal vinden. 2005 moet het Jaar van Afrika worden, verkondigt Blair, waarin aandacht omgezet moet worden in directe actie.
De schrijfster van I.O.U. en van de bestseller die drie jaar geleden uitkwam, De stille overname: Globalisering en het einde van de democratie, wordt op het ogenblik geleefd. De aandacht voor haar boek is -- wereldwijd -- overweldigend. Halverwege het gesprek gaat haar mobiele telefoon. Ze drukt het gesprek direct weg en verontschuldigt zich met een meewarig lachje: 'Om op dit ogenblik in mijn leven bevriend met me te zijn, is onmogelijk.' De vermoeidheid tekent zich af op haar gezicht. Onder aan de trap van haar knusse Londense woning staat een doos vol lege potten van vitaminepreparaten. Al wekenlang heeft ze geen moment rust gehad -- de tol die een betrokken academica voor haar activisme moet betalen.

Een zeldzame buitenkans
'Economie raakte me eigenlijk niet echt toen ik nog studeerde,' vertelt de zevenendertigjarige doctor in de economie. 'Pas op het moment dat ik besefte dat economische beslissingen onlosmakelijk verbonden waren met politieke en geopolitieke overwegingen, begon ik economie echt een interessant onderwerp te vinden. Maar dat was pas ná mijn studie, toen ik begon te werken en ik alles wat ik tot dan toe geleerd had eindelijk aan de praktijk kon toetsen.
Nadat ik mijn doctoraal Business and Information had behaald aan Wharton, een van de belangrijkste economische faculteiten van Amerika, vroeg een docent of ik zin had om naar de Sovjet-Unie te gaan om een zomer in Leningrad te werken. Ik sprak namelijk Russisch. Dat kwam zo: ik zat vroeger op een academische meisjesschool en daar moesten we kiezen tussen Russisch als derde taal (we kregen al Frans en Duits) of huishoudkunde: koken en naaien. Opgevoed met een aartsfeministische inslag -- de boodschap van mijn moeder luidde vanaf de dag dat ik geboren was: je zult nooit de sokken van een man wassen -- beschouwde ik een keuze voor huishoudkunde als pure ketterij. Bovendien was ik goed in talen, dus ik koos Russisch, net als drie andere meisjes van de driehonderd leerlingen uit mijn jaar. Ik leerde die taal tussen mijn twaalfde en mijn veertiende.' Ze aarzelt even en barst dan in lachen uit: 'Ik heb later vriendjes gehad die waarschijnlijk liever hadden gehad dat ik huishoudkunde had gekozen.'
Noreena nam het aanbod aan, vertrok naar Leningrad en hielp haar docent met het opzetten van de eerste Russische effectenbeurs. Het was 1991 en de Sovjet-Unie trilde op haar grondvesten. Sovjetleider Michail Gorbatsjov werd in augustus afgezet door een comité van politici, legerleiders en KGB'ers. Door de inspanningen van onder meer Boris Jeltsin, de president van de Russische republiek, mislukte de staatsgreep en kwam Gorbatsjov weer aan de macht. Maar zijn gezag was tanende. Vier maanden later zou de Sovjet-Unie ophouden te bestaan en werd het GOS een feit: het Gemenebest van Onafhankelijke Staten. Boris Jeltsin was toen president van de machtigste overgebleven republiek: Rusland.
'Ik was er toen de coup plaatsvond,' vertelt Noreena enthousiast. 'Voor het zakenleven was ik een zeldzame buitenkans: ik had een opleiding gevolgd aan een topfaculteit, sprak Russisch en was in Rusland toen de omwenteling plaatsvond. Ik was erg geschikt om hoge functies te bekleden en om als adviseur te gaan werken voor de Russische regering tijdens hun economische hervormingen. Ja, ik ben altijd jong geweest,' giechelt ze en ze benadrukt het nog eens: 'Jong.'
Inderdaad. Noreena was pas drieëntwintig jaar toen ze in Rusland een topbaan van de Wereldbank aanvaardde. Maar dat heeft haar nooit dwarsgezeten.
'Nee, nee. Absoluut niet.' Noreena antwoordt ontkennend alsof de vraag zelfs nooit in haar hoofd is opgekomen. 'De situatie was meer… Oh my God.' Ze maakt een gebaar van totale overweldiging. 'Ik kwam in een compleet nieuwe situatie terecht. Het is nu eenmaal zo dat de zogenaamde "experts" op dit gebied dat al tientallen jaren zijn. Zij zijn inmiddels buitengewoon verveeld en hebben al jarenlang niet meer geprobeerd op nieuwe manieren na te denken. Toen ik in Rusland kwam was iedereen wanhopig op zoek naar frisse ideeën en nieuwe zienswijzen. Dus daar viel ik op mijn plaats.
Daarnaast was het geval Rusland niet alleen voor mij nieuw. Iederéén opereerde in een onbekende ruimte. Er zaten daar allemaal sovjetologen die zich al jaren bogen over het Sovjet-Unie-paradigma maar die, toen de veranderingen plaatsvonden, absoluut niet wisten waar ze aan toe waren. Daarnaast had je allerlei westerse economen die hun aandacht voor het eerst op Rusland richtten: zij hadden geen idee hoe het systeem vroeger in elkaar had gezeten en hadden nog nooit een hervorming op deze schaal meegemaakt. Ik had daarentegen altijd al gekozen voor onbekende en onontgonnen werkterreinen, dus ik voelde me nooit te laag gekwalificeerd om daarmee om te gaan.'

Wereldbank
Wie Noreena bekijkt -- klein, blond, breekbaar en jong ogend -- kan zich nauwelijks voorstellen dat zo'n meisje in de grote boze wereld serieus wordt genomen. In het beste geval zou ze worden gedoogd. Maar Noreena's ervaringen zijn anders.
'Als je naar een ontwikkelingsland komt met de spierkracht en de macht van de Wereldbank achter je,' legt ze uit, 'dan word je met open armen ontvangen. Je vertegenwoordigt het schip met geld dat binnen zou kunnen varen. Voor de Wereldbank werkte ik aan de privatisering van alle Russische staatsfabrieken. Maar ik begon me gaandeweg te realiseren dat als we ons westerse economische model in dat land zouden doorvoeren, tienduizenden arbeiders hun baan zouden verliezen zonder dat er een sociaal vangnet aanwezig was. En dat niet alleen: in het oude systeem zorgden de fabrieken voor scholen, ziekenhuizen, bejaardenhuizen en sanatoria. Ze voorzagen hele gemeenschappen. Dat zou allemaal verdwijnen.'
Het lijkt naïef dat Noreena tijdens haar studie economie nooit over de schaduwzijde van haar vakgebied heeft nagedacht. Haar moeder, Leah Hertz, feministisch activiste en politiek campagnevoerder, heeft haar bewust en maatschappelijk betrokken opgevoed. Hoe is het dan toch mogelijk dat ze deze negatieve effecten nooit eerder onder ogen heeft gezien?
Noreena is lang stil als haar deze vraag wordt voorgelegd. Ze zoekt zorgvuldig naar woorden als ze antwoord geeft: 'Het is niet zo dat ik niet over de schaduwkant nadacht. Natuurlijk wisten we van tevoren dat er tol betaald zou moeten worden voor de hervormingen die we brachten. Maar terwijl we in Rusland de voorbereidende werkzaamheden uitvoerden, werd het oogverblindend duidelijk dat de veranderingen die wij aan het promoten waren, dramatische gevolgen zouden hebben. En ik had de reactie van de mensen van de Wereldbank toen ik hun die werkelijkheid onder ogen bracht, nooit verwacht. Ze zeiden: "Waar jij over spreekt, dat heeft niets met economie te maken, maar alles met politiek. Het gaat er ons niet om wat goed is voor het Russische volk, maar om hoe we staatsbezit uit de handen van de communisten weten los te krijgen, zodat het communisme niet meer kan terugkeren." Met andere woorden: "Waar maak je je druk om -- dat is van secundair belang."
Als ik nu -- met de kennis die ik in ruim tien jaar na dato heb verworven -- terugkijk op die tijd, denk ik dat het inderdaad misschien naïef van me was om te geloven dat de Wereldbank er anders over zou denken. Maar op dat ogenblik kwam het als een schok. Ik ben opgevoed met een groot besef van sociale rechtvaardigheid. Thuis werd gesproken over mensenrechten, over de rechten van vluchtelingen. We voerden campagne.'
Een van de zaken waar de moeder van Noreena zich voor inzette was de 300 Group, een campagne om meer vrouwen in het parlement te krijgen. Daarvan was Leah Hertz, zelf parlementslid, voorzitter.
'Achteraf bekeken was mijn moeder eigenlijk heel conservatief: een feministische kapitalist,' zegt Noreena. 'Ze stierf toen ik twintig was, voordat de omwenteling in Rusland plaatsvond. In die tijd had Groot-Brittannië juist a winter of discontent, een periode van maatschappelijke ontevredenheid, achter de rug. Mijn moeders instelling had te maken met de tijdgeest van toen, midden jaren tachtig. Mijn hoop is dat ze, als ze had meegemaakt hoe deze militante versie van kapitalisme zou uitpakken, haar mening zou hebben bijgesteld.'
Noreena begint te lachen: 'Je ziet het nu duidelijk gebeuren: New Labour trekt op het ogenblik allerlei soorten conservatieven aan, dus ze had zich daar waarschijnlijk wel op haar gemak gevoeld.' Serieuzer vervolgt ze: 'Maar wat ik zag was een moeder die campagne voerde, een moeder die zich hard maakte voor vrouwenzaken. Ik zag een moeder die hele nachten doorwerkte om brieven te schrijven om dissidenten als Anatoli Sjaranski in de Sovjet-Unie vrij te krijgen. Ik zag een hoop activisme.
Toen mijn moeder stervende was, eind jaren tachtig, gebeurde er iets dat voor mijn ontwikkeling heel belangrijk is geweest. Wij reisden de wereld rond op zoek naar hoop, naar een middel tegen haar vorm van kanker. We eindigden in Mexico. Net over de grens bij Tijuana hadden ze allerlei plekken waar experimentele behandelingen werden aangeboden die je in de Verenigde Staten niet kon krijgen. Daar was een inheemse vrouw die de zieken bezocht. Zij kwam langs en speelde gitaar. Overal stierven mensen, maar als deze vrouw kwam en speelde, werd het vredig: dan overheerste iets wezenlijk goeds, zo puur. Dat maakte iedereen gelukkig. Op dat moment realiseerde ik me voor het eerst dat er iets in-en-in-goeds in de mens zit, iets dat het waard is om veiliggesteld en beschermd te worden. Daar wilde ik deel van zijn, me helemaal voor inzetten.'

Een ontnuchterend proefschrift
Halverwege de jaren negentig, toen de schellen eenmaal van haar ogen gevallen waren en ze de Wereldbank niet van binnenuit bleek te kunnen veranderen, besloot Noreena ontslag te nemen. Dat moet een fikse teleurstelling zijn geweest.
Noreena kijkt verbijsterd. 'Een teleurstelling voor wie? Voor mij?' Ze kan er niet over uit. 'Ik kan niet eens denken in termen als "teleurstelling". Dat is veel te zwak uitgedrukt. Ik vond het belachelijk dat het economisch gewin hun uitgangspunt was. Ik was woedend. Er waren al eerder mensen bij de Wereldbank vertrokken, mensen die net zo gedesillusioneerd waren geraakt als ikzelf: Joseph Stiglitz bijvoorbeeld, die vice-president en hoofdeconoom van het bedrijf was. Andere mensen waren mij dus voorgegaan.' Noreena raakt even in gedachten verzonken en veert dan weer op. 'Maar ik had eigenlijk gedacht dat als de mensen met wie ik sprak me wérkelijk begrepen hadden, als ze mijn zorgen hadden gedeeld, dat ze dan problemen met hun geweten zouden krijgen als ze bij de Wereldbank bleven werken.
Op dat moment besloot ik dat ik mijn proefschrift over dit onderwerp zou schrijven. Ik wilde zien wat er gaande was op de werkvloer, ik wilde de werkelijke effecten bestuderen van deze economische hervormingen. Als drieëntwintigjarige…', Noreena weegt ieder woord voordat ze het uitspreekt, '… had ik nog geen visie, denk ik. Ik wist nog niet welke rol ik zou kunnen aannemen om werkelijk veranderingen te kunnen bewerkstelligen. Het enige waar ik op dat moment sterke behoefte aan had, was op de voet volgen wat er gaande was. Ik moest het vastleggen: er moest een getuigenis komen van de gebeurtenissen.
Ik wist dat alle economen die over Rusland schreven, nooit een fabriek van binnen hadden gezien. Zij stonden niet met hun voeten in de aarde: ze brachten alleen af en toe een bliksembezoek aan Rusland. Er werden boeken uitgegeven die volstonden met de meest grove leugens over hoe fantastisch het in Rusland was. Dat was het niet. Op dat moment kon ik nog niet vermoeden dat mijn leven zo zou lopen als het nu gelopen is. Ik wist niet dat ik de mogelijkheid zou krijgen om datgene wat ik voor mijn ogen had zien gebeuren, te delen met een groot deel van de wereld. Ik wist alleen dát ik het moest doen, niet waarom. Ik móést het doen.
Vanaf het ogenblik dat ik voor mijn onderzoek toegang probeerde te krijgen tot Russische fabrieken, was iedereen heel aardig voor me. Ze dachten waarschijnlijk dat ik een jong meisje was dat onderzoek deed voor school' -- ze lacht hartelijk bij de herinnering. 'Ik kreeg toegang tot plekken waar ik anders waarschijnlijk niet terechtgekomen zou zijn. Iedereen was uiterst voorkomend, fabrieksdirecteuren offerden uren van hun tijd op. Ik weet zeker dat ze dachten dat ik aan een of ander schoolproject bezig was en daarom graag wilden helpen.'
Het resultaat was een ontnuchterend proefschrift, Russian Business Relationships in the Wake of Reform, waarop Noreena in Cambridge promoveerde.

Werken aan vrede
'Het onderzoek dat ik voor mijn proefschrift had gedaan, was heel anders dan wat de economische wereld gewend was. Ik had in het veld gewerkt, en dat was tamelijk ongekend. De Nederlandse regering was op dat moment een project aan het opzetten in het Midden-Oosten, onder leiding van Jan Pronk. Het project had als doel te onderzoeken welke rol de private sector kon spelen in het vredesproces. Iemand had gehoord hoe ik in Rusland mijn veldwerk had gedaan en onderzoek had verricht,' verklaart Noreena haar betrokkenheid. 'Ik werd benaderd of ik mee wilde werken. Ik zou leiding geven aan het onderzoeksteam dat bestond uit tien mensen in Palestina, tien in Israël, tien in Egypte en tien in Jordanië. We wilden de vooruitzichten van regionale economische bedrijven bestuderen, wat betekende dat ik moest samenwerken met economen uit de burgermaatschappij, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en afgezanten van regeringsministeries.'
Interessant in verband met het Midden-Oosten is dat Noreena zelf uit een vooraanstaande joodse familie komt. Haar overgrootvader Joseph Hertz was drieëndertig jaar lang Chief Rabbi of the British Empire. In die hoedanigheid wordt hij gezien als een van de mensen die de Balfour Declaration in 1917 veiligstelde: de officiële goedkeuring van de vestiging van een joodse staat door de Britse minister van Buitenlandse Zaken. Een citaat hieruit: 'Zijne Majesteits regering keurt de vestiging in Palestina van een nationaal thuis voor het joodse volk goed en zal zich tot het uiterste inspannen om de verwerving van dit object mogelijk te maken, waarbij duidelijk in acht wordt genomen dat niets ondernomen zal worden dat schade toebrengt aan de burgerlijke en godsdienstige rechten van bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina, of aan de rechten en politieke status die door joden in ieder ander land genoten worden.'
Noreena vervolgt: 'Het projectaanbod kwam toen ik net was gepromoveerd en een post in Cambridge aangeboden had gekregen. Ik vroeg aan Cambridge of ik een jaar vrij kon krijgen om dit project te kunnen uitvoeren en zij gaven tot mijn grote vreugde toestemming. Op het moment dat het project werd opgezet, waren de vooruitzichten voor het Midden-Oosten gunstig. Het Oslo-pact was net gesloten.' In september 1993 tekenden Yasser Arafat en Yitzhak Rabin de Oslo-overeenkomst die een tijdsschema en regels omvatte voor de invoering van autonomie op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, en waarin de voorwaarden waren vastgelegd voor de afrondende besprekingen tussen Israël en Palestina. 'Iedereen had het gevoel dat wat we gingen doen zou kunnen bijdragen aan een solide basis voor vrede,' beschrijft Noreena het algemene gevoel van euforie. Dan betrekt haar gezicht. 'Maar toen het project werkelijk van start ging in 1996, was Rabin net vermoord. Benjamin Netanyahu had de macht in Israël overgenomen. De politieke context was totaal anders dan die waarin we dachten terecht te komen.
Ik werkte dus uiteindelijk niet aan het grandioze project dat we voor ogen hadden. In plaats daarvan deed ik in Gaza en in Ramala onderzoek naar de vraag of daar ook levensvatbare industrieën waren die zelfvoorzienend zouden kunnen draaien. Ik werkte met bloemenkwekers uit Gaza en steenhouwers uit Ramala. Vervolgens overlegde ik met ministeries en academici om te kijken of het mogelijk was om in die gebieden een succesvolle industrie op te zetten, wat een erg moeilijke opgave is. Ik werkte ook aan een aantal Israëlisch-Arabische joint ventures die bijvoorbeeld ondergoed voor Georgio Armani konden produceren in Jordaanse fabrieken, met katoen uit Egypte, naar Israëlische ontwerpen.
Ook al verliep het project niet zoals we dachten, ik heb er wel twee waardevolle ervaringen door opgedaan. Eén daarvan was dat mijn werk me hoop gaf. Dat stond los van de effecten die het project uiteindelijk had. Toen we aan het project begonnen, gingen we een week naar Harvard: de teams uit de verschillende landen en ikzelf. In het begin bleef iedereen in zijn eigen hoekje zitten. Er was in die kamer een heleboel wantrouwen. Iedereen die daar aanwezig was -- Israëliër, Jordanees, Egyptenaar of Palestijn -- was iemand kwijtgeraakt door de oorlogen: een familielid of een vriend. De leider van het Israëlische team had een been verloren tijdens de gevechten. Het was zo verdrietig.
Het vredesproces in het Midden-Oosten is buitengewoon complex. Er zijn twee kanten aan iedere geschiedenis. Iedere partij gelooft in een ander verhaal over hoe ze in deze situatie beland zijn geraakt en hoe de toekomst eruit zou moeten zien. Het is al heel moeilijk om zulke tegengestelde standpunten op een intellectueel niveau te verzoenen, laat staan op een humanitair niveau. Maar nadat we een week samen hadden doorgebracht met seminars, projecten en bijeenkomsten, praatte iedereen op een veel menselijker wijze met elkaar. Dat gaf hoop.' Noreena's gezicht licht ervan op.
'Mijn andere ervaring leerde me de waarde in te zien van diplomatiek overleg dat achter de schermen plaatsvindt. Officieel waren er geen ontmoetingen tussen de Israëlische en Palestijnse ministers, maar het project stelde ons in staat om een lunch te organiseren en de eerste minister van Israël een plaats te geven naast de Palestijnse eerste minister. Zo'n lunch vond plaats buiten het bereik van de camera's. Niemand wist daarvan af, en zo konden ze openhartig praten.
Onderlinge betrokkenheid is belangrijk, daar ben ik van overtuigd. Dat betekent niet dat je je ideeën hoeft aan te passen of dat je minder radicaal moet optreden. Het betekent alleen dat het soms meer vruchten afwerpt als twee mensen rustig samen kunnen praten. Dat was een belangrijke les.'

De stille overname
'Na dat jaar in het Midden-Oosten keerde ik terug naar Cambridge en begon les te geven. Dat deed ik twee jaar lang. Inmiddels had ik mijn proefschrift over Rusland herschreven en uitgegeven bij een academische uitgeverij, dus ik had ervaring met het schrijven van een boek dat alleen academici lezen en dat zo'n tachtig dollar kost. Zoiets belachelijks.' Noreena grinnikt bij de gedachte. 'In universitaire kringen vond men het een heel goed boek: interessant en goed doortimmerd. De academici die het gelezen hadden, vonden het baanbrekend. Toch wist ik dat ik, als ik opnieuw iets zou schrijven, dat voor een groter, algemeen publiek wilde doen.
De stille overname kwam deels voort uit het werk dat ik in het Midden-Oosten had gedaan. Ik had daar bestudeerd welke rol de private sector kon spelen in het vredesproces, en ik wilde schrijven over de positieve daden die het zakenleven kon verrichten. Maar terwijl ik onderzoek deed, was het alsof mijn ogen opengingen. Ik werd me er in een noodtempo van bewust hoe het zakenleven sinds het midden van de jaren negentig ons leven begon te regeren. Toen realiseerde ik me dat dát het onderwerp moest worden van mijn volgende boek: hoe de groei van het zakenleven onze politiek en democratie beïnvloedt. Ik ging me richten op academisch onderzoek dat op een journalistieke manier ontsloten wordt, zodat het toegankelijk is voor een groot publiek.'
Deze aanpak bleek te werken. Direct na het verschijnen in 2001 sloeg De stille overname aan bij een enorm publiek. Op heldere wijze, beschreven aan de hand van nu eens smakelijke, dan weer schokkende anekdotes en gestaafd met talloze cijfers, laat Noreena zien hoe het zakenleven de macht overneemt van regeringen -- hoe multinationals de nieuwe wereldleiders worden en welke gevolgen dat heeft voor de mensheid.
'Ik denk dat het boek weerklank vond bij wat mensen op dat ogenblik voelden, een onbewust ongemakkelijk gevoel waar ze meer over wilden weten,' verklaart Noreena het succes. Toch had ze deze hausse niet voelen aankomen. 'Niet in het minst. Mijn vorige boek had misschien een paar duizend mensen bereikt: duizend exemplaren die tien jaar geleden waren verschenen. Ik had er totaal geen idee van op welke manier mijn leven hierdoor zou veranderen. Ik dacht wel: dit is belangrijk, ik moet dit boek schrijven. Net als ik eerder dacht: wat in Rusland gebeurt is belangrijk, ik moet daar getuigenis van afleggen. Maar ik wist niet wat er zou gebeuren als mensen het zouden lezen: of het ze zou aanspreken, of ze de ideeën zouden accepteren, overnemen of aanvechten. Wat gebeurde was geweldig: er werd over mijn ideeën gesproken en wat ik had geschreven werd een tijd lang deel van het publieke geweten. Ik had dat nooit verwacht.
Ik ben gelukkig met hoe De stille overname uitpakte, maar mijn denken heeft zich sindsdien veel verder ontwikkeld. Mijn nieuwste publicatie I.O.U. is een onontkoombaar boek, een betoog waar geen speld tussen te krijgen is. En al is het onderwerp misschien minder sensationeel dan dat van De stille overname, het is wel een zaak van leven of dood. De schuldenproblematiek heeft direct effect op miljoenen mensen.
Het is niet zo dat De stille overname minder belangrijk is dan I.O.U. De stille overname stelt een aantal belangrijke kwesties aan de kaak. Sinds het boek is verschenen, zien we dat tabaksfabrieken in de Verenigde Staten door de Amerikaanse overheid worden aangeklaagd. Er wordt meer gepraat over de sociale verantwoordelijkheid van grote bedrijven. We vragen investeerders om de bedrijven waarin ze investeren te screenen op hun sociale neveneffecten. We zien dat steeds grotere groepen mensen producten boycotten, enzovoort. De stille overname vervult een voortrekkersfunctie. Maar I.O.U. is levend, ademend, iedere dag aanwezig. Dertigduizend kinderen sterven iedere dag in Afrika aan ziekten die door armoede worden veroorzaakt. Daar kunnen wij een eind aan maken. Afrikaanse landen onder de Sahara betalen iedere dag zestien miljoen pond aan schuldaflossing. Bedenk eens wat ze met dat geld zouden kunnen doen?
Dit is dringend: iedere dag gaan mensen dood.'

De queeste
'Nadat mijn leven na De stille overname weer een beetje tot rust was gekomen, ontstond het idee voor I.O.U. In Davos ontmoette ik een man. Zijn naam is Theogène Rudasingwa. Hij groeide op in de vluchtelingenkampen in Rwanda. Hij heeft daar dertig jaar gewoond en is nu senior adviseur voor Paul Kagame, de president van Rwanda. Hij inspireerde mij om dit boek te schrijven.'
In I.O.U. staan de woorden van Theogène: 'We waren net aan de macht gekomen. Het was 1994, vlak na de genocide. Overal in de straten van Kigali lagen lijken. Het vorige regime had de schatkist geplunderd. In de ministeriële kantoren was geen niet- of typemachine meer te vinden. Dus we gingen in die eerste week naar de Wereldbank en zeiden dat we wanhopig hard hulp nodig hadden. En weet je wat de Wereldbank tegen ons zei? "Niet voordat jullie de drie miljoen dollar aan achterstallige rente over jullie uitstaande schuld hebben afbetaald."'
Noreena schudt verontwaardigd haar hoofd: 'De leningen die aan de derde wereld verstrekt werden, waren nooit te vergelijken met een lening van je eigen bank. Als jij geld nodig hebt, ga je naar je bank en je zegt dat je geld wilt lenen. De bankmanager vraagt waar je het voor nodig hebt, hoe je het denkt terug te betalen en wat voor activa je tot je beschikking hebt. Leningen aan derdewereldlanden daarentegen waren nooit een weloverwogen besluit: ze werden verstrekt uit geopolitieke belangen, uit bedrijfsbelangen, uit allerlei belangen, behalve de belangen van de ontwikkelingslanden zelf. Dat was buitensporig!
Die woede op het onrecht was zo ingekapseld in het verhaal dat Theogène me vertelde, dat ik direct wist: hier wil ik me op richten. Ik ga een nieuw boek schrijven en dat gaat over schuld. Dus dat deed ik. Ik heb me er achttien maanden volledig aan gewijd. Ik was volstrekt van het radarscherm verdwenen. Ik interviewde mensen en deed secundair onderzoek, heel veel onderzoek. Er staan veertig pagina's met voetnoten in mijn boek. Voor ieder hoofdstuk heb ik zo verschrikkelijk veel gelezen!' Noreena spert haar ogen wijdopen in ongeloof over de sisyfusarbeid die ze heeft verricht. Ze gebaart weids als ze verder praat: 'Mijn huis lag vol met papieren: academische verslagen, beleidsnota's. Voor ieder aspect in mijn boek had ik een krat vol informatie: een stapel over ziekte, een stapel over de Wereldbank, een doos over schuldprogramma's. Ik las en praatte met mensen.'

Het spel spelen
Sinds de verschijning van De stille overname is er niemand meer in de zakentop die niet weet wie Noreena Hertz is: een intelligente academica, met inside-kennis van de Wereldbank, die de neoliberale globalisering aan de kaak stelt. Het lijkt logisch dat Noreena vanaf dat moment door de economische wereld wordt doodgezwegen. Maar dat gebeurt niet: integendeel. Dezelfde mensen die zij als zielloze geldwolven beschrijft, drinken vrolijk een glaasje op haar boekpresentatie. Op het World Economic Forum wordt ze als gast uitgenodigd. Hoe komt het dat Noreena niet uit de gratie is gevallen bij de economische zakenbonzen?
Ze denkt lang na voordat ze de vraag beantwoordt. Ze laat haar blik door de kamer glijden, over haar schrijftafel die in een middeleeuws kasteel thuis lijkt te horen, de stilstaande marmeren klok en de art-deco-sculptuur boven de haard, over haar televisie en het krat met Soprano-video's dat ernaast staat. 'Ik vraag me eigenlijk niet eens af waarom ze me daar uitnodigen,' zegt ze uiteindelijk. 'Het kan me niet schelen of er iets achter steekt. Ik neem deze uitnodigingen aan omdat het voor mij verschrikkelijk belangrijk is om oog in oog te kunnen staan met mensen die ertoe doen. Om hun te vertellen wat er in de wereld aan het gebeuren is. Ik kan hun een andere wereldvisie voorhouden dan de visie waar ze normaal gesproken over horen en waar ze zelf over praten.
Natuurlijk bestaat mijn favoriete publiek uit activisten en mensen die al aan mijn kant in het debat staan. Zij zijn veel prettiger om voor te spreken en met hen heb je veel meer plezier. Maar ik denk dat het heel belangrijk is om op te staan tijdens het World Economic Forum en James Wolfensohn, de president van de Wereldbank, uit te dagen, of om Bill Gates een vraag te stellen en de directe confrontatie aan te gaan.' Ze slaat met haar ene hand in de andere om de aanval te illustreren. 'Om de mensen in die zaal eens een beetje door elkaar te schudden, zodat ze zich misschien zullen afvragen of de koers die ze varen wel de juiste is. Soms hoef je maar een paar mensen bij elk van deze bijeenkomsten te veranderen.
Natuurlijk heb je ook mensen die mij zien en denken: Oh, daar heb je dat meisje weer, en direct hun oren sluiten. Maar er zijn ook mensen in zo'n zaal, een soort zwevende kiezers, waarvan je weet dat je ze kunt overtuigen. Mensen met macht, toegang en geld. Dat is mijn doel: om deze mensen te pakken te krijgen en hen betrokken te maken. En dat gebeurt, iedere keer opnieuw, overal waar ik spreek. Ik ga ook heel strategisch te werk' -- ze kijkt schalks van onder haar wimpers. 'Als ik weet dat er in een zaal tweeduizend mensen bijeen zijn, dat op het podium mensen als Wolfenson en Gates zitten, en als ik weet dat er één of twee vragen uit het publiek worden toegestaan, dan zorg ik ervoor dat ik een van die vragen mag stellen. Ik zorg ervoor dat ik op de juiste plek zit en dat ik er bekoorlijk genoeg uitzie, zodat de man die de vragenstellers uitkiest die mooie, aantrekkelijke vrouw in het publiek opmerkt en zegt: "Waarom stel jij niet even een vraag, jongedame." En dan stel ik mijn dodelijke vraag.' Noreena schatert het uit, ontwapenend in haar openheid. 'Het kan me dus werkelijk niets schelen waarom ze me uitkiezen. Het is geweldig dat ik die ruimte krijg.
Het verkrijgen van toegang is eigenlijk nooit een probleem voor me geweest: vroeger niet omdat ik voor een belangrijk instituut werkte, en nu niet omdat ik een academicus van Cambridge ben. Dat opent allerlei deuren. In de loop der jaren zijn er al zo veel deuren opengegaan dat wanneer ik iemand wil spreken, of een vergadering wil beleggen, ik alleen maar de telefoon hoef te pakken, iemand kan bellen en kan vragen: "Zeg, ik wil die-en-die heel graag ontmoeten, kun jij me daarmee helpen?" Daardoor heb ik een ongelofelijk goede toegang op allerlei gebied. Ik heb ook altijd veel steun gekregen voor waar ik mee bezig ben. Dat heeft ook behoorlijk geholpen.'
De manier waarop Noreena haar leven beschrijft, lijkt vlekkeloos, zelfs glansrijk, maar dat is het niet altijd. 'Ik krijg ladingen kritiek over me heen,' zegt ze en uit haar woorden klinkt een gelaten vanzelfsprekendheid. 'Mijn ideeën zijn nu eenmaal radicaal en de oplossingen die ik aandraag en de gedachten die ik uitspreek, kunnen een hoop schade toebrengen aan belangen van anderen. Natuurlijk krijg ik negatieve publiciteit.
Kritiek kan constructief zijn. Iemand kan iets over mijn stellingen te berde brengen waarvan ik denk: mmm, misschien heeft deze persoon een punt, misschien heb ik hier toch niet goed genoeg over nagedacht. Soms kan kritiek echt nuttig zijn, omdat het me helpt mijn ideeën aan te scherpen. Daar word ik beter van. In die gevallen sta ik graag open voor kritiek.
Maar soms is het overduidelijk dat een criticus niet in staat is om me aan te vallen op het niveau van mijn gedachtegoed, en zich genoodzaakt ziet om zich te verlagen tot opmerkingen als: "Je wilt niet weten wat voor jurk ze draagt" of "Ze gebruikt de verkeerde kleur lipstick." Als dat het niveau van een kritiek is, dan denk ik er niet eens verder over na. Ik wuif zoiets weg: het is treurig dat ze niet eens een mening van mij aan de kaak durven stellen. Ze kunnen gewoon niets substantieels vinden om een debat aan te gaan, dus moeten ze hun toevlucht zoeken tot aanvallen onder de gordel.
Eigenlijk deert kritiek me niet.'

Geldof, Bono en Tutu
Opvallend is de populaire vorm waarin het boek over een loodzwaar onderwerp is uitgevoerd. Tegen een knalgele achtergrond vlamt de titel in neonkleurige letters op. Op de importeditie die in Nederland te krijgen is, staan citaten van de activistische popsterren Bob Geldof ('Iedereen zou dit boek moeten lezen') en Bono ('… dit toont aan dat de schuldencrisis niet alleen over geld, maar over mensen gaat').
Als Noreena wordt gevraagd naar de reden van deze citaatkeuze, loopt ze naar haar bureau en pakt er een gebonden editie vanaf. 'Heb jij een stofomslag om jouw exemplaar?' vraagt ze. En ze laat zien dat daar nog een grootheid op wordt aangehaald. Aartsbisschop Desmond Tutu zegt: 'I.O.U. is een nieuwe klaroenstoot […] waarvan de boodschap tot de hoogste machtskringen moet doordringen.'
Noreena gaat tevreden op haar bank zitten: 'Ik was verrukt toen Aartsbisschop Tutu me een brief van een volgeschreven pagina stuurde over hoe belangrijk hij I.O.U. vond, en hoezeer hij achter me stond. Bono en Geldof klinken goed, maar Tutu is degene die voor mij persoonlijk meer betekende.
Het is niets meer of minder dan een verkooptruc om deze citaten op het omslag te zetten. Natuurlijk wil ik dat mensen die al van meet af aan geïnteresseerd zijn mijn boek lezen, maar ik wil ook -- en misschien nog wel liever -- mensen bereiken die nog nooit zelfs maar hebben nagedacht over de schuld in de derde wereld. Dat zij denken: Oh, als dit is wat Bono interesseert, wil ik er meer van weten. Of: als Bob Geldof hier achter staat, ga ik het lezen. Ik zou er veel voor doen om mensen die zo'n boek normaal gesproken niet oppakken, over te halen.
En het blijft niet bij het louter uitgeven van het boek. Hier in Engeland hebben we in alle exemplaren briefkaarten gestopt die lezers naar Tony Blair kunnen sturen.' Ze laat een kaart zien waarop de 'Dear Prime Minister' wordt opgeroepen om tijdens de G8-top in 2005:

- snelle en volledige kwijtschelding van onaflosbare schulden van arme landen te steunen, op grond van eerlijke en transparante voorwaarden;
- schuldenverlichting los te koppelen van schadelijke economische voorwaarden;
- zeker te stellen dat de gelden die op deze manier beschikbaar komen, worden besteed aan diegenen die ze het meeste nodig hebben.

Noreena leeft helemaal op als ze over deze actie spreekt. 'En in Amerika en Canada,' vervolgt ze enthousiast, 'lanceren we tegelijkertijd met de uitgave van I.O.U. een elektronische mailcampagne. Het wordt echt heel groot. Ik vind het heerlijk om mijn geld voor activistische doeleinden te kunnen gebruiken.'
I.O.U. eindigt met een voorstel hoe de wereld beter, veiliger en rechtvaardiger kan worden dan zij nu is: 'door de onrechtvaardigheden van het verleden aan de orde te stellen, de hedendaagse werkelijkheid onder ogen te zien en de juiste koers voor de toekomst uit te stippelen'. Noreena schetst een 'blauwdruk', zoals ze dat zelf noemt, van hoe de eerste stappen op deze nieuwe weg gezet kunnen worden. 'Praat erover,' schrijft ze. 'Verfijn de blauwdruk. Breng verbeteringen aan. Maar negeer hem niet. Dat kun je je niet veroorloven.'
Hoe is ze zelf van plan verder te gaan als de eerste storm is geluwd?
'Zoals je aan mijn vreemde cv kunt zien,' zegt Noreena een beetje lacherig, 'heb ik geen eenduidige loopbaan. Ik heb geen carrière voor mezelf uitgestippeld, dus ik heb absoluut geen enkel idee hoe ik hiervandaan verder ga. Er liggen op dit ogenblik schitterende mogelijkheden om dingen te kunnen veranderen. Ik leef in Engeland in een tijd dat Groot-Brittannië het EU-voorzitterschap zal bekleden en de G8-top zal voorzitten. Bovendien heeft Tony Blair nu zo veel over Afrika geklaagd dat ik een grote kans heb om de onderwerpen waarover ik schrijf onder de aandacht te brengen. Ik zal me er volledig aan wijden om deze kwesties hier op de publieke agenda te houden en meer activisme rond deze onderwerpen te organiseren. Ik zal ook op een ministerieel niveau betrokkenheid creëren door een seminar over mijn stellingen bij te wonen.
Ik zal veel rondreizen: De stille overname komt in oktober uit in Zweden. Vanuit Zweden ga ik direct naar Nederland waar I.O.U. wordt gelanceerd. In januari verschijnt het in de Verenigde Staten. Ik zal dus veel plaatsen bezoeken, mensen toespreken en aandacht in de media vragen om deze kwesties aan de kaak te stellen. Hopelijk kan ik de mensen in de verschillende landen ertoe bewegen om zélf actie te ondernemen door schuld op de agenda te zetten, door hun politici te confronteren. Politici kunnen dingen veranderen, maar ze zullen die veranderingen alleen doorvoeren als ze ervan overtuigd zijn dat ze daar zelf belang bij hebben. Dat is wat wij gezamenlijk moeten doen: we moeten de druk hoog houden, zodat dingen uiteindelijk veranderen. Dat is van essentieel belang.'


Noreena Hertz (Londen, 1967) is filosofe, schrijfster en doctor in de economie. Begin jaren negentig werkte ze als afgevaardigde van de Wereldbank in Rusland. In 1996 vertrok ze naar het Midden-Oosten als hoofd van het Centre for Middle East Competitive Strategy, een onderzoekersteam voor economische vooruitgang in het Vredesproces. Na deze missie begon ze les te geven aan de universiteit van Cambridge waar ze was gepromoveerd. Van Noreena's hand verschenen De stille overname en I.O.U. oftewel I Owe You: Het gevaar van internationale schuldenlast. Noreena werd in 2004 benoemd tot Distinguished Fellow van het Centre for International Business and Management aan de universiteit van Cambridge.

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2004

Dit gesprek is gepubliceerd in Vrouwen die de wereld veranderen.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 633 0