Schurkenbende
Een gesprek met Maude Barlow
- Canada -

uit: Jesse Goossens, Vrouwen die de wereld veranderen

 

Onrechtvaardigheid heeft me altijd pijn gedaan. Het zat er van het begin af aan in. Als kind moest ik al huilen als ik zag hoe een gekleurd of zwart persoon op een slechte manier werd bejegend. Ik herinner me dat er bij de buren een grote ruzie was omdat ze geen appartement wilden verhuren aan een zwarte familie: ik huilde me die nacht in slaap, denkend aan hoe het moest zijn om op zo'n manier afgewezen te worden.
Iets in mij veroorzaakt een bijna chemische reactie op vormen van onrechtvaardigheid -- op domheid en wreedheid -- tegenover andere mensen. Ik word woedend op het onvermogen om in te zien hoe het moet zijn om je kinderen niet voldoende eten te kunnen geven, of schoon water. Ik heb altijd mee kunnen voelen met degene aan de verliezende kant. En ik heb altijd geprobeerd die passie en die natuurlijke reactie van woede en verdriet om te zetten in directe, doelbewuste daden.

Een ingebakken rechtvaardigheid
'Mijn grote voorbeeld is altijd mijn vader geweest,' vertelt Maude Barlow in haar hotelkamer in Stuttgart, waar ze over enkele uren moet spreken op een economische conferentie. 'Hij was in de Tweede Wereldoorlog commandant in het Canadese leger en raakte gewond in de Slag om Ortona, in Italië. Hij is een van de mensen die het naoorlogse Canada heeft opgebouwd tot een barmhartiger land, tot een land dat werkelijk geloofde in rechten voor alle mensen. Mijn vader was daar een van de architecten van.'
William (Bill) Thomas McGrath voerde sinds zijn terugkeer van het slagveld onvermoeibaar aflatend strijd voor sociale rechtvaardigheid in Canada. Zijn motto was: als er geld is om het volk de oorlog in te sturen, dan is er ook geld om datzelfde volk op te bouwen.
'Mijn vader was bovenal de leider van de beweging die een eind maakte aan de doodstraf en aan lijfstraffen in Canada,' vervolgt Maude. 'Wij hangen mensen niet op, of elektrocuteren ze zoals in de Verenigde Staten. Dat is iets waar ik erg trots op ben. Ik groeide op in het bewustzijn van onze fundamentele rechten. Ik kreeg met mijn havermout in de ochtend naar binnen gelepeld dat de jacht op geld absolute tijdverspilling is: je hebt genoeg geld nodig om je familie te kunnen onderhouden, maar om je leven lang alleen maar achter geld aan te jagen, dat is totaal verkeerd. Zowel mijn vader als mijn moeder vond dat je, als je het geluk hebt om in de eerste wereld te leven, de plicht hebt om de omstandigheden van degenen die die mogelijkheden níét hebben te verbeteren.'

Onverbeterlijke wereldverbeteraar
Die plicht neemt Maude Barlow al haar hele leven serieus. Wie haar staat van dienst bekijkt, ziet dat ze niet alleen demonstraties van andersglobalisten leidde, maar ook bijvoorbeeld vocht voor betere omstandigheden in de vrouwengevangenis Kingston Prison, dat ze de zakenman Conrad Black bestreed tijdens zijn overname van een groot deel van de Canadese kranten, dat ze deelnam aan een vredesmissie naar Irak voor aanvang van de eerste Golfoorlog en dat ze de aandacht van de wereld vestigde op de slechte arbeidsomstandigheden in de Mexicaanse maquiladores: sweatshop-achtige productiebedrijven waar meer dan een miljoen Mexicanen zich uit de naad werken om westerse producten te fabriceren voor de export. Het lijken volstrekt uiteenlopende onderwerpen, maar voor Maude is dat geenszins het geval.
'De rode draad die al mijn projecten verbindt, is sociale rechtvaardigheid: de rechten van mensen, of het nou vrouwen zijn of gekleurde mensen, bewoners van de derde wereld of arme mensen in de eerste wereld. Ik strijd voor de rechten van alle wereldburgers: het recht op waardigheid, op water, op goede banen, het recht op gezondheidszorg en op de opleiding van kinderen. Ik geloof dat dit fundamentele rechten zijn.
Ik kom oorspronkelijk uit de vrouwenbeweging. Op een bepaald moment in mijn leven was ik zelfs Hoofdadviseur Vrouwenzaken voor Pierre Trudeau, onze beroemdste premier van de afgelopen jaren. Destijds vochten vrouwen voor gelijke rechten in onze maatschappij en ik denk dat we op veel vlakken in die missie zijn geslaagd. Tegenwoordig zet ik mij meer in voor de economie -- voor economische gelijkheid in de globalisering.
Eind jaren zeventig kwam er een beweging op gang die werd geleid door belanghebbende figuren uit het bedrijfsleven. Zij wilden een eind maken aan wat ze 'een uitwas van democratie' noemden -- de rechten die onder andere door de vrouwenbeweging en de burgerrechtenbeweging waren bedongen. Wat deden zij? Ze verplaatsten alles naar de markt: de maatschappij komt ten dienste te staan van de markt, van handel en commerciële groei. De rest komt op een tweede of een derde plan. Vervolgens ontwierpen ze internationale vrijhandelsovereenkomsten die legaal dwangmaatregelen op kunnen leggen.
Wat hier zo slim aan is, is dat er geen wetten teniet gedaan hoeven te worden. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens hoeft niet afgeschaft te worden. De rechtenpakketten van individuele landen -- zoals de Amerikaanse Bill of Rights of onze Charter of Rights -- hoeven niet te worden ontmanteld. Ook kun je alle milieuplannen en sociale-rechtvaardigheidsovereenkomsten tekenen die je wilt. Maar omdat geen enkele bestaande overeenkomst bindende pressiemiddelen inhoudt, zijn ze niets waard. Deze strategie van het bedrijfsleven was briljant.
In mijn land nam deze zakenbeweging de vorm aan van de eerste vrijhandelsovereenkomst ter de wereld: de Canada -- US Free Trade Agreement (FTA). Ik stortte me met overgave in de strijd. Ik zag dat onze rechten werden ondermijnd. Het was zo duidelijk: staatsbedrijven werden geprivatiseerd, sociale programma's afgeschaft of subsidies ingetrokken, want de nieuwe ideologie schreef voor dat ze niet nodig waren. Margaret Thatcher zei altijd --' Maude trekt een zuinig mondje en spreekt in geaffecteerd Engels met de uit duizenden herkenbare bitse arrogantie --: '"Er is niet zoiets als een 'maatschappij', er zijn alleen maar individuen. Families hebben voor zichzelf te zorgen." Dát besef, die aanname ging recht in tegen alles waarvoor ik al die jaren had gewerkt. In Canada was juist een rechtsgeoriënteerde regering aangetreden onder premier Brian Mulroney van de Conservatieven. Het eerste dat hij deed toen hij in 1984 gekozen was, was naar de Verenigde Staten gaan en tegen de investeerders en zakenlieden zeggen: "Canada staat voor jullie open. Er is een nieuwe tijd aangebroken!" De FTA werd op 1 januari 1989 getekend. De NAFTA, The North American Free Trade Agreement (de FTA uitgebreid met Mexico), werd op 1 januari 1994 beklonken en de Wereldhandelsorganisatie werd het jaar erna opgericht. In datzelfde jaar werd begonnen met de onderhandelingen voor de General Agreement on Trade in Services (GATS).
Ja, Canada was een gewillige kweekvijver voor het Amerikaanse bedrijfsleven.'

Een schurkenbende
Het klinkt allemaal net iets té toevallig. De Verenigde Staten willen een vrijhandelsovereenkomst met Canada en juist op dat moment wint de verkiezingskandidaat die het verdragsvoorstel steunt. Is Mulroney soms in het zadel geholpen door de VS en het bedrijfsleven? Maude twijfelt er geen seconde aan. 'Absoluut! Wij hebben dat in die tijd allemaal gedocumenteerd. In feite ging mijn allereerste boek over dat onderwerp. Het heette Parcel of Rogues, naar het gedicht van Rabbi Burns.'
Robert Burns was een achttiende-eeuwse Schotse dichter die talloze liederen heeft geschreven die nog steeds geliefd zijn. Parcel of Rogues, dat zich vrij laat vertalen als 'Schurkenbende', schreef Burns om zijn gekwetste Schotse trots te uiten over de 'Articles of Union' -- het samensmelten van de Engelse en de Schotse parlementen tot het Verenigd Koninkrijk. 'De schurken waren in mijn geval de Canadezen die ons land uitverkochten,' verklaart Maude de titel van haar boek. Ze zet een brede borst op en declameert in onvervalst Schots, met een prachtige rollende 'r':

We were bought and sold for English gold,
Sic' a parcel o' rogues in a nation.

Ach, wat is het toch een prachtig gedicht,' verzucht Maude. 'In het boek Parcel of Rogues beschreef ik hoezeer deze "toevallige" samenloop van omstandigheden een zakenovereenkomst was aan beide zijden van de grens. Dat de verschillende partijen samenkwamen en miljoenen en miljoenen dollars in die verkiezingen hebben gestoken. Er zijn harde bewijzen dat de bedrijven die profiteerden van de vrijhandelsovereenkomst -- veel daarvan waren Amerikaans -- grote advertenties in de kranten betaalden, dag na dag na dag. Ook lieten ze glossy folders bij iedereen thuis bezorgen.
Er waren destijds drie grote partijen. De Liberalen en Nieuwe Democraten waren tegen de vrijhandelsovereenkomst, de Conservatieven waren vóór. De meerderheid van de Canadezen was ook tegen, maar ongelukkigerwijze hebben we onze stemmen over de twee tegenpartijen verdeeld in plaats van er één uit te kiezen. De Conservatieven wonnen zonder meerderheid van stemmen en ze kregen hun vrijhandelsovereenkomst. Er is dus geen enkele twijfel dat het bedrijfsleven de verkiezingen van 1984 heeft opgekocht. Op dat moment wist ik dat ik moest overstappen van de vrouwenbeweging naar de strijd tegen de economische globalisering. Ik zag hoe groot de gevolgen zouden zijn: dat wij Canadezen de grip op onze eigen cultuur zouden verliezen, de controle over onze energie en over ons water… En dat is allemaal gebeurd.'

Truffelhond
Het is opmerkelijk dat juist Maude deze dingen zag. De veranderingen vonden plaats onder de ogen van miljoenen mensen. Toch reageerde niemand. Wat maakt juist haar zo opmerkzaam? Als haar deze vraag gesteld wordt, kijkt Maude verwonderd. Het lijkt alsof ze zich er zelf niet helemaal van bewust is dat dát haar onderscheidt van anderen. Toch moet ze het uiteindelijk wel beamen.
'De directeur van de Council of Canadians noemt mij een truffelhond. Hij zegt: "Jouw grootste talent is dat je een kwestie kunt ruiken voordat iemand anders dat kan." Ik rúík het gewoon als er iets aan de hand is. Dat was bijvoorbeeld ook het geval bij de waterprivatisering. Ik ben waarschijnlijk de eerste persoon in de wereld die een politieke analyse heeft geschreven over de opkomende watercrisis. Voordat het boek Blue Gold (vertaald als Blauw goud) verscheen, schreef ik in 1999 al een rapport met dezelfde titel. Aan de hand van de waterprijzen maakte ik duidelijk: drinkwater wordt Blauw Goud, het bedrijfsleven zal het willen hebben.'
De truffelhond had het goed geroken. Inmiddels is het haar belangrijkste strijd: het recht op schoon water voor iedereen. Een recht dat nog steeds niet als fundamenteel mensenrecht wordt gezien. In steeds groteren getale kopen bedrijven waterbronnen op, waar tot op dat moment duizenden mensen van leefden. Datzelfde water verkopen ze vervolgens, gebotteld of via een waterleiding, aan deze gedupeerden terug, tegen prijzen die de meesten van hen niet op kunnen brengen.
'Blue Gold is het eerste stuk dat ik ooit ergens over de waterkwestie heb gelezen,' zegt Maude over haar eigen rapport. 'Het is dus interessant dat je vraagt: waarom ik…?' Opnieuw houdt ze haar hoofd schuin en kijkt alsof ze in haar herinneringen naar het antwoord zoekt. 'Misschien,' zegt ze, eerst aarzelend en daarna zekerder, 'misschien is het mijn wantrouwen jegens de macht dat me om me heen doet kijken en waardoor ik vragen begin te stellen. Ik denk dat rechts in code spreekt. Als ze bijvoorbeeld zoals Thatcher praten over "de individuele vrijheid om te kiezen", dan bedoelen ze in werkelijkheid: "We zullen geen sociale projecten meer opzetten. Je hebt het recht om te kiezen voor armoede. Je bent vrij om het zonder gezondheidszorg te stellen."
Er zijn mensen die tegen me zeggen: Jij gelooft in samenzweringstheorieën. Die mensen vertel ik een mop:

Er staan twee koeien in een wei. De ene koe leest een pamflet en de andere zegt: 'Ach, jij met je samenzweringstheorieën.' Maar in het pamflet staat waar rundvlees werkelijk vandaan komt.

Ik bedoel maar.' Ze ziet ongetwijfeld de discussiërende koeien voor zich en lacht smakelijk. 'Er is een georganiseerde revolutie vanuit rechts aan de gang. Dat is gewoon zo. Het heeft de vorm aangenomen van de Washington Consensus: privatisering, minder regelgeving, minder belasting, ieder individu zoekt het zelf maar uit.'
De Washington Consensus is een begrip waarover in de loop der jaren een hoop verwarring is ontstaan. In 1990 presenteerde econoom John Williamson een rapport waarin hij de term lanceerde. Onder de Washington Consensus verstond hij de tien politieke hervormingsmaatregelen die volgens de algemeen heersende opvattingen -- de consensus -- van 'officieel Washington' goed zouden zijn voor Latijns-Amerikaanse landen. De tien maatregelen waren: fiscale controle, een verschuiving van de publieke uitgaven naar gebieden die economisch lonend zijn en het vermogen vergroten om de verdeling van inkomsten te verbeteren (zoals basisonderwijs, infrastructuur, eerste gezondheidszorg), belastinghervormingen, vrije rente, een competitieve wisselkoers, vrije handel, vrije buitenlandse investeringen, privatisering, deregulering (om grenzen aan import en export op te heffen), en het veiligstellen van eigendomsrecht. Tegenwoordig wordt onder de Washington Consensus meer en meer het complete ideeëngoed van de neoliberale globalisering verstaan, inclusief alle nog niet gerealiseerde uitwassen.
Maude haalt fel uit naar de gevolgen van de consensus: 'De nationale bronnen -- energie, mijnbouw, water -- worden aan internationale bedrijven overgedragen, want iedereen laat zich meeslepen in de race om de beste omstandigheden voor deze bedrijven te creëren. Iedereen onttrekt zich massaal aan het engagement voor een rechtvaardige wereld. De wenselijkheid van internationale gezondheidszorg en andere basisbehoeften wordt in de internationale documenten niet eens meer genoemd. Ik zag het gebeuren, en in mijn land hebben we ons suf gestreden tegen de gevolgen. Inmiddels hebben we een aantal grote zaken in ons eigen land gewonnen,' zegt Maude tevreden en ze telt af op haar vingers: 'We hebben een fusie van onze grote banken tegengehouden. We hebben onze regering gedwongen om de gezondheidszorg níét te ontmantelen. En we hebben in Canada weten te voorkomen dat Monsanto het Bovine-groeihormoon zou patenteren.'
In de Verenigde Staten daarentegen werkt Monsanto, een bedrijf in voedselbiotechnologie, al meer dan tien jaar met Bovine. Dit hormoon verkopen ze aan boeren die het iedere twee weken in hun koeien moeten spuiten om de melkproductie te bevorderen. Onderzoek heeft aangetoond dat de koeien er korter door leven en een verhoogde kans hebben op uierinfecties. Bovendien produceert de koe door Bovine een nieuw hormoon dat mensen via de melk binnenkrijgen. Dat hormoon vergroot aantoonbaar de kans op kanker, met name prostaatkanker.
'We hebben veel zaken verloren,' moet Maude constateren, 'maar we hebben ook gewonnen. We hebben inmiddels de harten en gedachten van veel mensen in Canada gestolen. Peilingen wijzen uit dat de bevolking zich dicht verbonden voelt met deze "andere visie" op Canada: het land als vredesbewaker, niet als oorlogsvoerder. Canada als een land dat gelooft in rechtvaardigheid en medemenselijkheid. Wíj hebben daaraan vastgehouden, recht tegen de ideologie van de Washington Consensus in.
We zijn buren van de Verenigde Staten. We delen de langste onverdedigde grens ter wereld met de enige echte supermacht. We besteden een hoop van onze tijd aan de strijd in het anders zijn. Aan het bestrijden van mensen die zeggen: "Jullie zijn allemaal Amerikanen." "Nee," zeggen wij. "Dat zijn we niet. Wij zijn Canadezen. Wij zijn anders."'

Kwaad bloed
Maudes successen hebben een onvermijdelijke schaduwzijde. Juist doordat ze mensen aan haar kant weet te krijgen, de pers keer op keer haalt en feiten boven tafel haalt die daar volgens velen beter onder hadden kunnen blijven, vormt ze een bedreiging voor machtige lieden. Dat deze lieden, met name zakenmannen, haar liever zien gaan dan komen, voelt Maude steeds duidelijker. Er wordt druk op haar uitgeoefend om van het toneel te verdwijnen.
'O ja… Jazeker,' Maude knikt heftig. 'Daar is geen twijfel over mogelijk. In de jaren tachtig debatteerde ik bijvoorbeeld met het hoofd van The Canadian Council of Chief Executives over de Vrijhandel. Die man, met de illustere naam Thomas d'Aquino, flirtte destijds met me en zei dingen als: "Oh Maude, je bent zo goed, waarom kom je niet aan onze kant." Tegenwoordig wil hij niet meer met me debatteren, of hij is uitgesproken kwaadaardig tijdens het gesprek. Zijn houding is veranderd doordat we mensen zoals hij in diskrediet hebben gebracht. Wij hebben hen gebrandmerkt. Wij hebben duidelijk gemaakt dat ze zich niets aantrekken van de dorpen en de steden, ook al gaan hun kinderen naar school met onze kinderen, ademen ze dezelfde lucht in en drinken ze hetzelfde water. Ze bekommeren zich alleen om het mondiale bedrijfsleven en dat is iets totaal anders dan het lokale bedrijfsleven.'
Ze gaat rechtop zitten en praat bijna verdedigend, alsof ze verkeerd zou kunnen worden geïnterpreteerd: 'Het is echt niet zo dat ik alle bedrijfsleven laak. Het zijn de grote multinationals die ik aanpak. Zij dringen een land binnen en nemen het alles af wat het bezit: water, olie, diamanten, menselijke bronnen. Ze pakken alles, verwerken het op de goedkoopste wijze en verkopen het zo duur mogelijk aan je terug. En als ze klaar zijn, verdwijnen ze en trekken ze verder. Het is uiterst belangrijk dat iedereen weet wie ze zijn en met welke bedoeling ze binnenkomen. Eigenlijk hebben wij de bedrijfsbonzen ingesmeerd met pek en veren.
Ik voel de haat waarmee ze over mij in de media spreken. Om je een voorbeeld te geven: de Canadian Broadcasting Corporation was bezig met een groot stuk over de waterprivatisering. Ze belden me en zeiden: "We móéten je spreken, want iedere keer als we praten met de Wereldbank of met welke van de grote bedrijven dan ook, of het nu Suez is of Vivendi, krijgen we van iedere directeur te horen: 'Vervloekt zij Maude Barlow.' Ze haten je."' Maude lacht zachtjes en grijnst een beetje trots.
'Vorig jaar in maart liep ik in Kyoto met een Japanse journalist door de hal van het World Water Forum. Hij vroeg: "Waarom zijn al deze mensen bang voor je?" Ik antwoordde: "Omdat we ze niet hun gang laten gaan. Iedereen hier is het met elkaar eens dat de waterprivatisering zal doorgaan. Maar ík ben hier ook, en ik spreek via de media, ik speech op conferenties, ik mobiliseer jongeren, we hebben een paar keer het podium overgenomen en we hebben veel meer media-aandacht gekregen dan de bedrijven zelf."
Tot de afgelopen jaren overheerste de ideologie van het zakenleven. De bedrijven hadden hun praatje klaar: de markten draaien goed door vrije handel en open investeringen, grote bedrijven zorgen voor meer werkgelegenheid, enzovoort. Maar het is niet waar. En nu begint de wereld dat in te zien. Mensen zoals ik zeggen: het heeft altijd gedraaid om winnaars en verliezers. De economische globalisering is van begin af aan in gang gezet om voor een kleine elite grote winst te maken. Het heeft nooit gedraaid om gelijke kansen. Nooit.
Ik denk dat ze mensen zoals ik haten omdat wij hardop zeggen dat zij alleen maar uit zijn op macht. En door het internet en de media is het mogelijk dat we een groot publiek bereiken. Maar ook dat wordt steeds moeilijker. Er zijn journalisten die letterlijk tegen me zeggen: "Maude, het heeft geen zin om jou in mijn stuk op te nemen, want de redacteuren halen je er toch uit." En dat gebeurt inmiddels over de hele wereld: we komen het allemaal tegen, in al onze landen. Het wordt steeds moeilijker om in de algemene pers terecht te komen.'

Een revolutie tegen het Wereldkoningshuis
Maar wanneer media steeds ontoegankelijker worden en de mensen die de dienst uitmaken niet willen praten, hoe kun je onwetendheid dan bestrijden? Iedereen met status kan zich tegenwoordig expert noemen en wordt wél gehoord. Onze eigen kroonprins Willem-Alexander is bijvoorbeeld expert op het gebied van waterbeheer. Na zijn voorzitterschap van het tweede World Water Forum in Den Haag in 2000 ontpopte hij zich als een fervent woordvoerder van de 'watersector'. In de Volkskrant verdedigde hij aan de vooravond van het derde Water Forum in Kyoto de waterprivatisering: 'Ik heb projecten bezocht, zoals in de favelas in Rio, die heel succesvol zijn. Waar de mensen zelfs trots zijn een rekening voor water te ontvangen, omdat het voor de eerste keer is dat ze erkend worden door de overheid. Ze waren altijd illegaal, ze hoorden er niet en bestonden officieel niet. En nu krijgen ze op hun adres een rekening. Dat betekent dat hun titel op dat adres erkenning krijgt.'
Maude spuugt bijna vuur als ze deze argumentatie aanhoort. 'Een rekening! Ik weet niet hoe je door moet dringen tot de Prins van Oranje. Hij leeft in zo'n uitzonderlijke wereld. Hij heeft nooit ergens voor hoeven betalen. Zo is zijn leven nou eenmaal. Hij heeft er geen idee hoe het is om als boer in Bolivia te moeten leven en er opeens achter te komen dat de prijs van water zo hoog is geworden dat je het gewoon niet kunt betalen. Of dat bedrijven langskomen en je aanmanen voor water dat je zelf in het reservoir op je dak hebt opgevangen -- dit verzin ik niet! Of hoe een arm persoon in Zuid-Afrika zich voelt die voor de eerste keer water door een leiding bij zich thuis aangeleverd krijgt. Je hebt geen opleiding, je hebt geen gezondheidszorg, maar nu krijg je eindelijk stromend water -- maar tussen de leiding en de kraan zit wel een ultramoderne watermeter en de enige manier om water te krijgen is door te betalen. Je moet de elektronische sleutel op laten laden, hem in de watermeter steken en dan kun je de kraan opendraaien. En iedere druppel wordt in rekening gebracht. Je drinkt een glas en je komt erachter: dit kan niet, ik heb geen geld. De elektriciteit van je sleutel is opgebruikt en er komt geen water meer uit de kraan, dus je moet terug naar de smalle rivier waar de cholerawaarschuwingstekens op de oever staan, en dat water geef je aan je kinderen te drinken.
Ik noem mensen als Prins Willem-Alexander The New Global Royalty, het Nieuwe Wereldkoningshuis. Het zijn staatshoofden, academici, sommige journalisten en leiders uit het bedrijfsleven die samenkomen in exclusieve vakantieoorden. Jetsetters die met elkaar telefoneren en elkaar dit soort verhalen vertellen. "Zo zit de wereld in elkaar," zeggen ze. De Prins van Oranje zou eens wat tijd moeten doorbrengen in de townships van Zuid-Afrika. Hij zou eens uit zijn prinselijke omgeving moeten stappen en moeten kijken hoe het leven is voor de meeste mensen op deze aardbol. Maar hij hoeft dat niet te doen. Ik noem dat: het Voorrecht om Niet te Weten.'
Maude zakt terug in haar stoel en zucht: 'Ik heb lak aan de Prins van Oranje. Ik probeer zijn mening niet te veranderen. Sommige mensen proberen dat wel. Zij vinden dat het belangrijk is om tot dat soort figuren door te dringen. Ik niet, ik geef niets om hem, noch om die kleine elite.' Direct veert ze weer op: 'Wat ík wil, is met dit geweldige debat doordringen tot de overgrote meerderheid van de wereldbevolking. Ik wil de gevoelens en het gedachtegoed van die meerderheid van de bevolking veranderen. De mensen moeten zich verzetten. De Prins van Oranje zal alleen maar luisteren als er verzet opklinkt, wanneer mensen van over de hele wereld protesteren -- en dat gebeurt. In de strijd om water roept iedereen: "Schop de bedrijven onze gemeenschap uit!"
Ze luisteren alleen als er genoeg van ons spreken. Dat is het punt, ze hebben geen enkele reden om naar mij alleen te luisteren. Maar ze zúllen luisteren als er zoals in Cochabamba, Brazilië, een opstand ontstaat. Ze zúllen luisteren als mensen een referendum krijgen, zoals in Uruguay, waar negentig procent van de bevolking zich tegen de waterprivatisering heeft uitgesproken. Ze zúllen luisteren als, zoals in Atlanta, Georgia, in de Verenigde Staten het water bruin uit de kraan komt lopen. Daar kreeg het bedrijf te verstaan dat het zijn biezen moest pakken en terug moest gaan naar waar het vandaan kwam.
Wat belangrijk is, is dat de Wereldbank van mensen van over de hele wereld te horen krijgt dat privatisering van deze zaken onacceptabel is. Dat ze, áls ze geld pompen in watervoorzieningen, dat niet moeten doen om winst te behalen, maar het geld moeten investeren in publieke instituten die schoon water leveren als een fundamenteel recht en een fundamentele dienst. Dat is de actie die wij in gang proberen te zetten: duidelijk maken wat we niet willen, en wat we willen dat ervoor in de plaats komt.'

Het afwegen van risico's
Felle debatten, sneren in de pers, het is logisch dat Maude niet met open armen wordt verwelkomd. Maar heeft de weerstand ook wel eens grimmiger vormen aangenomen?
'Ik ben nooit rechtstreeks bedreigd door een persoon of door een bedrijf, maar ik weet -- en ik ben heus niet paranoïde of zo, ik leef mijn leven heel vrij -- ik weet dat de inzet erg hoog is. Dat besef ik terdege. Ik nam bijvoorbeeld deel aan een antiprivatiseringsdemonstratie in Johannesburg in Zuid-Afrika, bij de World Summit for a Sustainable World Development. Daar werd door de politie op ons geschoten. Een vrouw naast me, een Canadese, werd geraakt door een cluster… hoe heet zo'n ding. Het explodeerde vlakbij haar been en ze was ernstig gewond; haar been was verschrikkelijk verbrand. Ik heb me dus wel degelijk in situaties bevonden waarbij ik wist dat het om leven of dood ging.'
Maude doet verslag van het voorval met een onvoorstelbare kalmte. Ze is nooit bang voor haar eigen leven. Haar sereniteit komt voort uit een vaste overtuiging. 'Ik heb het idee dat mijn werk helemaal voor me is uitgestippeld en ik volg dat pad. Iedere dag neem ik een nieuwe stap op die tocht en ik denk er verder niet over na. Ik ben trouwens wel plaatsvervangend bang -- bang voor anderen. Voor ons in de eerste wereld is het bij lange na niet zo gevaarlijk om te demonstreren als voor de mensen in Latijns-Amerika en Afrika, in delen van Oost-Europa of China. Wij hebben nog steeds een zekere immuniteit. Iemand als ik staat bovendien zo in de schijnwerpers dat als ik naar China ga om ergens mijn mening over te verkondigen, ze zich wel móéten gedragen.
Ik ging naar Doha, in Qatar, voor de demonstratie tegen de Wereldhandelsorganisatie. Er stonden daar twintigduizend gewapende beveiligingsagenten tegenover vijfenzeventig of tachtig activisten uit de hele wereld. We namen daar een hoop risico: tijdens de eerste voltallige vergadering zijn we naar binnen gegaan met tape over onze monden. We waren er volledig op voorbereid om in de gevangenis gegooid te worden.
Later vertelden een beveiligingsbeambte dat ze voortdurend probeerden de juiste balans te vinden: "Als jullie dat hadden gedaan op de dag vóór of een dag na de bijeenkomst, dan hadden we jullie in de gevangenis gesmeten en de sleutel weggegooid. Maar we beseffen dat er bij een Wereldhandelstop ook bepaalde protesten horen, dus we laten jullie zover gaan, maar overschrijd de grenzen niet." Er kwamen zelfs bewakers die aangaven wanneer het tijd was om te stoppen. Ze werkten praktisch met ons samen.'
Of het zin heeft om verder te gaan met een demonstratie dan door wetgeving, beveiligingsagenten of andere ordehandhavers is toegestaan, is een afweging die iedere keer opnieuw moet worden gemaakt, legt Maude uit. 'Ik ben absoluut bereid om de gevangenis in te gaan, maar je moet wel iedere keer opnieuw beslissen of de beweging daarmee geholpen wordt. Als ik bijvoorbeeld gearresteerd zou worden in de Verenigde Staten, dan zou ik nooit meer het land in mogen, terwijl ik er zo veel werk verricht: ik werk met wateractivisten, met strijders voor sociale gerechtigheid. Ik breng veel tijd door in het hol van de leeuw, om het zo maar te zeggen. Als ik het zover laat komen dat ik word opgepakt, is het me dan waard dat ik de rest van mijn leven niet meer in Californië over de watercrisis kan spreken? Dat ik niet meer naar de Wereldbankdemonstratie in Washington kan gaan? Er komt een tijd dat ik zal zeggen: "Ja, dit is het me waard." Maar tot nu toe was mijn burgerlijke ongehoorzaamheid altijd vredelievend. Ik heb van mijn leven nog geen steen geworpen.'
Maude mag dan geen stenen gegooid hebben, maar ze heeft wel een keer een vandalistische actie goedgekeurd. In Québec in 2001 vond ze dat de actievoerders het volste recht hadden om een opgeworpen muur neer te halen -- zonder goedkeuring van de politie. 'Jazeker,' zegt ze fel. 'Ik vond dat die muur een provocatief symbool was, en dat het goed was om hem af te breken. Alles wat persoonlijk eigendom is moet onaangetast blijven, maar een symbool dat mensen weghoudt van hun democratisch recht om ergens aan deel te nemen, een symbool dat alleen maar voor die dag en dat doel is opgericht en naderhand weer wordt weggehaald, dat mag je afbreken. Het is niet zo dat je blijvend eigendom vernietigt. Waar ik het níét mee eens was, was het feit dat mensen stenen naar de politie gooiden.'

Het verhaal van Lee
De muur van Québec was niet het enige door autoriteiten opgeworpen obstakel dat tijdens een demonstratie werd afgebroken, vertelt Maude. 'Tijdens de vergadering van de Wereldhandelsorganisatie in Cancún, in september 2003, was er een enorme barricade opgeworpen. Deze afscheiding was midden op de snelweg geplaatst die de stad Cancún verbond met het vakantieoord waar de ontmoeting werd gehouden.
Op de eerste dag van de vergadering klom een Koreaanse boer boven op deze wegversperring. Zijn naam was Lee Kyung Hae. Hij was zijn boerderij verloren door het agricultuurbeleid van de Wereldhandelsorganisatie. Zijn traditionele boerderij, de hele vallei met rijstvelden, werd weggevaagd om plaats te maken voor recreatieoorden, winkelcentra en wat dies meer zij. Lee werkte sindsdien als adviseur voor de boerenweduwen wier echtgenoten uit wanhoop om hun situatie zelfmoord hadden gepleegd.
Toen Lee bovenop de barricade stond, draaide hij zich om naar de plek waar de Wereldhandelsorganisatie vergaderde. Hij droeg een karton bij zich waarop was geschreven: "WTO! Kills. FARMERS" -- de Wereldhandelsorganisatie vermoordt boeren.
Hij sloeg het karton open, pakte een mes en stak zichzelf in zijn hart. Hij wankelde naar voren en naar achteren, viel van de barricade en stierf. We zagen het allemaal gebeuren.'

Op Maude Barlows gezicht vechten uitdrukkingen van verdriet, machteloosheid en woede om voorrang bij de herinnering. In Cancún, Mexico, waar de vijfde topconferentie van de Wereldhandelsorganisatie werd gehouden, besloot Lee Kyung Hae te sterven om de aandacht te vestigen op de wanpraktijken die onder het vaandel van de Vrije Handel worden bedreven.
'We hadden op de plek waar Lee gevallen was, een grafteken voor hem opgericht,' vertelt Maude. 'En onze groepen gingen onderhandelen met de politie. Vijf dagen later bereikten we een overeenkomst. De barricade was een symbool van het gebrek aan democratie. De politie stond ons toe om die naar beneden te halen, op enkele voorwaarden: als vrouwen deze taak op zich zouden nemen en als ze daarna zouden gaan zitten - en als er geen stenen zouden worden gegooid en er geen andere vorm van agressie tegenover de politie zou plaatsvinden.
Het was een kans die we met beide handen aangrepen. We kwamen met alleen maar vrouwen naar de barricade. Het was waanzinnig heet. We stonden tegenover, en daar maak ik geen grappen over, wel tíén rijen rellenpolitie, met knuppels, honden en andere bepakking. Maar we pakten onze combinatietangen en knipten de afrastering meter voor meter kapot. Ten slotte pakten de Koreanen een enorm touw en haalden de barricade naar beneden. Ik was bang dat een paar van de agressieve jongeren de boel zouden verstoren. Ook al hadden wij afgesproken dat de demonstratie vreedzaam zou verlopen, de jongeren van het Black Bloc, de stoere lui, wilden wel actievoeren.'
Het Black Bloc is een beweging die zichzelf eerder een tactiek dan een groepering noemt. Het is een wisselende verzameling militante anarchisten die zich voor verschillende acties steeds opnieuw organiseert. Zwart is de kleur van de anarchie. Vaak dragen de deelnemers aan een Black Bloc zwarte kleding om hun gedachtegoed ook door hun uiterlijke verschijning te benadrukken. In Cancún bestond het gelegenheids-Bloc uit Mexicaanse studenten, Koreanen, Europeanen en een aantal activisten uit de Verenigde Staten.
'We hadden het Bloc gezegd dat ze zich op de vlakte moesten houden,' zegt Maude. 'En ze luisterden: ze voerden nu geen actie, maar beschermden de vrouwen. Ze escorteerden ons en brachten ons water terwijl wij de bedrading en kettingen doorknipten. Niet alleen wij waren nerveus, maar ook de politie: zij stonden tegenover zo'n achtduizend demonstranten, voornamelijk ontheemde boeren. De muur viel. De politie stond aan de ene kant met hun geweren en honden, en wij stonden aan de andere kant. Een Zuid-Koreaanse boer gaf het teken en achtduizend mensen gingen zitten. Er werd niet één steen gegooid. Er gebeurde helemaal niets. De politie was stomverbaasd. Het was een machtig, een prachtig ogenblik -- en een stijlvol eerbetoon aan Lee Kyung Hae.'

De rebelse moeder
Opvallend is Maudes volledige respect voor de ordehandhavers tijdens de demonstraties: voor de mobiele eenheid, de politieagenten, de beveiligingsbeambten, voor al diegenen die in de ogen van een buitenstaander lijnrecht tegenover de demonstranten lijken te staan.
'Ik ben absoluut niet anti-politie,' vertelt ze. 'Het zijn mensen die hun werk doen. Het is totaal verkeerd om de politie te demoniseren, want zij zijn vaak degenen die het vuile werk moeten opknappen. Als je bijvoorbeeld naar Washington gaat en je ziet al die blanke hoogopgeleide jongeren die de politie -- die merendeels zwart is, uit arme families komt of van minderbedeelde Spaanse afkomst is -- uitmaken voor alles wat lelijk is, dan hoor je te zeggen: "Wacht even jongens, dit gaat helemaal verkeerd. Als je meent dat dit onze beweging helpt, denk dan alsjeblieft nog een keer na."
Maudes begrip voor de geüniformeerde jongens is niet geheel objectief. 'Ik heb een zoon die politieagent is in Ottawa. Anderhalf jaar geleden kwam de G20 naar Ottawa, en er was een grote demonstratie gepland. Onze lokale televisiezender deed een bijzonder grappig item over mij, de demonstrant, en mijn zoon, de agent. Ze interviewden hem en vroegen: "Wat gebeurt er als je je moeder moet arresteren?" Hij zei: "Dan loop ik naar haar toe en zeg: Weet je nog mam, toen je mijn zakgeld niet wilde verhogen?"' Maude schiet in de lach bij de herinnering.
'We hebben een groot wederzijds respect,' vervolgt ze. 'En ik heb nog een zoon… Mijn oudste was vredesbewaker van de Verenigde Naties, hij is in Bosnië geweest, in Afghanistan en in Israël, in het Midden-Oosten. Hij is nu een gespecialiseerd Midden-Oostenadviseur voor het ministerie van Defensie in Canada. Dus je kunt je voorstellen dat we met z'n drieën heel interessante discussies voeren!' Ze giechelt vrolijk.
'Mijn jongens zijn conservatiever dan ik ben, maar tegelijkertijd geloven ze heilig in dienstverlening voor de maatschappij. Ze werken allebei voor hun land: Charley, de oudste, gelooft in vredesbewaking, en Bill, de jongste, gelooft in politie die in dienst staat van de gemeenschap. Dus wat ze doen is in zekere zin vergelijkbaar. Op hun eigen grappige manier zien ze geen tegenstelling tussen hun werk en wat ik doe. Bill gelooft heilig in het democratische recht om te protesteren. Hij weet ook dat als iedereen zou denken zoals ik, er voor hem geen enkel gevaar zou zijn. Maar hij weet dat niet iedereen is zoals ik. Hij zegt: "Denk je eens in hoe het is om aan de andere kant te staan. Je ziet een menigte van tachtigduizend man" -- want zo groot was de demonstratie bij Seattle -- "en je weet niet wie er gewelddadig is en wie niet." Hij heeft me geholpen te begrijpen hoe het voor de politie is: jonge mensen, vaak nog bijna kinderen, in uniformen aan de andere kant van de barricade.
Soms gaat het mis. Er zijn helaas ook plaatsen geweest waar de politie zich wreed heeft misdragen. In Miami waren ze verschrikkelijk,' Maude rilt nog bij de gedachte, 'afschuwelijk wreed. In Göteborg tijdens de bijeenkomst van de Europese Unie deden sommige agenten ook afschuwelijke dingen. Ze traden heel provocerend op. Maar aan de andere kant was de politie in Cancún, in Mexico fantastisch. Niet één traangasgranaat, niet één persoon kreeg klappen. Ze waren geweldig.
In Cancún heb ik trouwens ook op een gegeven moment aan de kant van de politie gestaan. Ik was als waarnemer bij de Wereldhandelstop geweest en ik was niet op tijd terug om nog door de omheining te kunnen. Die was al gesloten. Het was de slechtste dag van de top. Ik zag stenen over de muur komen en ik zag hoe politieagenten gewond raakten. Nu maakte ik eens een demonstratie mee vanaf de andere kant van de barricade en ik was bang. Toch namen de agenten geen wraak, ze gooiden niets terug. Ik denk dat we allemaal geleerd hebben -- en je leert iedere demonstratie bij -- dat als we ons op de juiste manier gedragen, er bij protestacties een rol voor beide partijen is weggelegd. De demonstranten hebben het recht om daar te zijn, maar de politie moet er ook zijn. Het is net een moraliteit, een zinnenspel.
Eén keer zijn we doorgedrongen tot het conferentiecentrum. Dat was in Seattle. De jongeren kwamen op de eerste dag van de Wereldhandelstop in alle vroegte naar het conferentiecentrum, omsingelden het en sloten de toegangen af. Ze wisten de opening van de top tegen te houden. Dat was ééns maar nooit meer, ze zullen nooit toestaan dat zoiets nog een keer gebeurt. Seattle was de demonstratie waar iedereen bij wilde zijn geweest, want nooit meer zullen we zo dichtbij kunnen komen. Seattle was als dat grote rockconcert in de jaren zestig: Woodstock! Zelfs mensen die er niet waren, zeggen ze dat ze erbij zijn geweest. Nu zeggen de mensen uit onze beweging op dezelfde manier: "Ik was in Seattle."
Inmiddels weten we dat we nooit meer zover zullen doordringen als toen, dus maken we vooral een statement. En het gaat erom hoe we dat doen. Als we geweld gebruiken, komt dat uiteindelijk bij ons terug.'

De juiste belichting
Maudes leven is niet puur en alleen actievoeren. 'Ik heb een heerlijk privé-leven,' zegt ze zelf. 'We vormen een hechte familie.' Die familie is zelfs een van haar drijfveren in haar strijd voor een rechtvaardigere wereld: 'Ik doe het denk ik voor een deel voor mezelf, omdat ik niet kan slapen als ik niets doe met de woede die in me zit. Maar ik doe het ook uit solidariteit: ik wil niet zeggen dat ik het vóór mensen uit arme landen doe, ik doe het mét hen.
Bovendien wil ik dat mijn twee kleindochters in een betere wereld opgroeien. Begrijp me niet verkeerd: zij zullen alles krijgen wat ze nodig hebben, mijn kinderen zullen voor ze zorgen, ze zullen naar goede scholen gaan, enzovoort. Maar ik wil niet dat ze in een wereld opgroeien waarin ze deze mogelijkheden hebben omdat iemand het voor ze kan betálen, terwijl de mensen van de straat en in de rest van de wereld niet dezelfde kansen krijgen.
Ik herinner me nog,' zegt Maude en grinnikt zacht, 'hoe ik, toen ze pas geboren waren, hun kleine knuistjes pakte,' ze grijpt in de lucht alsof ze een heel klein handje vastpakt en omhoog steekt, 'en zei: "Power to the babies, power to the babies." Alsof ik ze mee zou nemen bij een demonstratie. Mijn kinderen zagen me en zeiden,' ze zet een zware mannenstem op en bast liefhebbend maar belerend: "Moeder!"'
Hoe hecht haar familie ook is, toch begeeft Maude zich, zoals ze eerder toegaf, soms in situaties waarvan ze wéét dat het levensgevaarlijk kan worden. Dat zal toch reacties van haar naasten opleveren. Hebben haar familieleden Maude nooit gevraagd te stoppen met haar acties? Schoorvoetend geeft ze toe: 'Eigenlijk wel. Mijn kinderen hebben het wel eens gevraagd. Mijn echtgenoot is heel sereen, ik denk dat hij ervan overtuigd is dat de dingen met mij wel goed komen. Hij zegt: "Het is mijn taak in het leven om voor je te zorgen, dus als je thuiskomt zorg ik voor je." Maar mijn kinderen zijn soms erg nerveus. Net als mijn moeder. Die drie, mijn twee jongens en mijn moeder, hebben vaak gezegd: "Maak alsjeblieft die reis niet."
Maar ik móét gaan. Ik leg dat ook uit: ik heb het gevoel dat je, als je je hard maakt voor deze kwesties, een verantwoordelijkheid hebt om het gevaar in de ogen te kijken en jezelf in situaties te plaatsen waarin de mensen voor wie jij je uitspreekt zich elke dag bevinden. Ik haal gewoon diep adem en ik doe het. En ik weet ook dat als bekende mensen, met name vrouwen, ergens naartoe gaan, ze alleen al helpen door de spotlights op die situatie te richten. Het helpt de lokale bevolking te beschermen: dát is de reden waarom ze je daar willen hebben. Ze zijn veiliger als de hele wereld toekijkt. Dat is de reden waarom activisten als Vandana Shiva en ikzelf naar bepaalde protesten en gemeenschappen toegaan.
Met mijn internationale werkzaamheden zou ik in een vliegtuig kunnen leven. Maar je moet ook thuis zijn en thuis werken, anders ben je een huichelaar. Als je je alleen maar in de buitenwereld begeeft en je doet je werk thuis niet, dan bouw je niets op. Je moet een balans zien te vinden tussen je privé-leven -- je persoonlijke leven dat je fysiek, mentaal en spiritueel energie geeft --, datgene wat je in je eigen land tot stand moet brengen, en je werk internationaal. Dat probeer ik in mijn leven te doen.
Het is me opgevallen dat sommige vrouwen die balans niet voldoende vinden. Hun leven bestaat alleen nog maar uit hun werk, en dan krijgen ze uiteindelijk een burn-out. Dat houd je niet vol. Je móét tijd voor je privé-leven vinden, voor de andere kant van jezelf. Ik probeer meer tijd in mijn leven vrij te maken voor mijn familie en mijn dierbare vrienden, en ik probeer meer tijd voor mezelf te vinden: om te joggen, om boeken te lezen, om naar mijn cottage af te reizen en te gaan wandelen. Mijn grootste probleem is dat ik overal voor word gevraagd en ik zeg waarschijnlijk vaker ja dan ik zou moeten.' Maar ze kijkt stralend terwijl ze dit zegt -- ze geniet duidelijk van haar grootste probleem.


Maude Barlow (Toronto, 1947) is activist, beleidscriticus en auteur. Ze is voorzitter van The Council of Canadians, Canada's grootste niet-gouvernementele watchdog-organisatie. Daarnaast is ze directeur van het International Forum on Globalization en oprichter van het Blue Planet Project dat zich inzet tegen de waterprivatisering. Maude publiceerde talloze artikelen en essays, en veertien boeken waaronder -- in samenwerking met Tony Clarke -- Global Showdown: How the New Activists Are Fighting Global Corporate Rule (2001) en Blue Gold: The Battle against Corporate Theft of the World's Water (2002), dat in 2003 vertaald is als Blauw goud: De strijd tegen de privatisering van water door multinationals.

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2004

Dit gesprek is gepubliceerd in Vrouwen die de wereld veranderen.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 633 0