Als je jezelf herhaaldelijk kwetsbaar hebt opgesteld
om contact te kunnen leggen met de bronnen van de macht, met de mensen die
de dingen laten gebeuren; als je je nek keer op keer hebt uitgestoken om
dat te bereiken; als je verschrikkelijk hard hebt gewerkt om duidelijk te
maken dat er meer humanitaire wijzen zijn om dingen te doen; en als jouw
voorstellen keer op keer worden afgewezen, en je wordt afgewimpeld als een
vreemd, irrationeel persoon -- dan kun je verbitterd raken.
Het kan iedereen overkomen. Neem een kind: een kind probeert zijn ouders
te plezieren, maar wanneer het iedere keer als het dat probeert een klap
krijgt, wordt het bitter. Dat kan de basis zijn voor van crimineel gedrag.
Zelf doe ik mijn uiterste best om niet verbitterd te raken, maar als je
mijn artikelen bekijkt, dan merk je wel dat ik geneigd ben een soort sarcastisch-ironische
stijl te gebruiken die sommige mensen als aanstootgevend zien.
Soms komen lezers naar me toe en vragen: 'Waarom druk je je gevoelens over
je werk niet uit in de vorm van open vragen, zodat mensen zelf tot hun antwoorden
kunnen komen?' Dan denk ik: Ach ja, waarom doe ik dat eigenlijk niet? Maar
de waarheid is: ik ben kwaad. Ik ben verschrikkelijk kwaad.
Zuid-Afrika, jaren veertig
Margaret Legum zit voor het raam van Olive 'n Oil, een biologisch café
niet ver van haar huis in Muizenberg, Kaapstad. Uit een grote theepot schenkt
ze geurige Earl Grey terwijl ze begint met het vertellen van haar levensgeschiedenis.
'Ik groeide op als blank kind in Johannesburg in de jaren dertig en veertig.
Mijn vader was een succesvolle aannemer, civiel ingenieur. Hij werd behoorlijk
rijk toen ik een jaar of vijftien was.
Mijn moeder heeft nooit geloofd dat ze hoefde te werken. Vrouwen werkten
in die tijd wel, maar mijn moeder hield er merkwaardige gedachten op na:
op een of andere manier vond ze het ondermijnend voor de man als een vrouw
geld in het huishouden bracht. Ze geloofde dat het verkeerd was dat vrouwen
werkten om de kost te verdienen, maar dat het juist goed was als ze zich
bezighielden met vrijwilligerswerk. Daar geloofde ze zelfs zo sterk in dat
mijn zussen en ik praktisch zonder moeder zijn opgegroeid.
Mijn moeder hield zich bezig met politieke aangelegenheden, ze was een socialiste.
Ze las veel over het Europees democratisch socialisme. Socialisten werden
in die tijd in Zuid-Afrika gezien als merkwaardige wezens, zeker door blanken.
Maar voor mijn moeder was de Arbeiderspartij de graadmeter voor haar waardesysteem:
mensen zouden gelijk moeten zijn.' De Socialistische Arbeiderspartij was
in 1910 in Johannesburg opgericht uit protest tegen het racisme en de wreedheden
die gepleegd werden uit naam van het Zuid-Afrikaanse kapitalisme. 'Mijn
zussen en ik werden opgevoed in het besef dat je mensen niet slecht mag
behandelen. Onze moeder was bijvoorbeeld altijd heel duidelijk dat we onze
spullen niet op de grond lieten slingeren voor de bedienden, maar dat we
zelf onze rotzooi op moesten ruimen.
De Afrikanen werden in het Zuid-Afrika van toen extreem slecht behandeld,
we zagen het allemaal gebeuren. De politie viel altijd zwarte mensen lastig,
liet hen stoppen met hun bezigheden, sloeg hen zelfs. In onze achtertuin
waar de vertrekken voor de bedienden waren, klonk af en toe een verschrikkelijk
geschreeuw. De politie viel dan de bediendevertrekken binnen -- ze vroegen
ons niet eens om toestemming -- en als ze zagen dat onze meid haar echtgenoot
bij zich had, arresteerden ze hem.
Ik weet nog dat mijn moeder een keer naar buiten rende en riep: "Dit
is privé eigendom. Ga hier onmiddellijk vandaan. Ik heb deze vrouw
toestemming gegeven om haar echtgenoot bij zich te hebben. Het is haar echtgenoot!
Dit is niet een of ander bordeel!" Een van de agenten schreeuwde tegen
mijn moeder: "Wil je soms een lokatie in je achtertuin?" Een lokatie
was een woonbuurt voor de gekleurde bevolking. Die agent bedoelde dus: "Ze
fokken als konijnen als je ze ook maar enigszins de kans geeft." Ik
herinner me mijn moeders woede nog levendig. Mijn vader probeerde haar altijd
te sussen: "Niets van aantrekken, lieverd. Hou er maar mee op."
Ze waren totaal verschillend. Mijn moeder was fel en strijdbaar, mijn vader
zachtaardig en diplomatiek.
Mijn moeder werd verliefd op een andere man die in het parlement zat voor
de Arbeiderspartij. Toen gingen mijn ouders uit elkaar, en mijn zussen en
ik verhuisden met mijn moeder naar de Kaap. En vervolgens stierf mijn moeders
nieuwe liefde, vlak na de scheiding. Het was een treurige tijd, want mijn
moeder was ontroostbaar en het was te laat om het huwelijk met mijn vader
te redden.'
Actief antiapartheid
'Hier, in de Kaap, ging ik naar school. Ik kreeg al snel de bijnaam kafferboetie.
Dat was de naam die blanken gaven aan andere blanken die zich inzetten voor
het welzijn van zwarte mensen: zij waren de boeties, de "kleine broertjes"
van de kaffers. Kaffer is een scheldwoord.
In de jaren vijftig ging ik naar de universiteit: Rhodes University op de
Oostkaap. Ik koos economie als hoofdvak. Die keuze werd beïnvloed door
moeder, zij zei regelmatig: "Alles is terug te voeren op economie.
Ik ben altijd in het nadeel geweest omdat ik niet genoeg van economie begrijp.
Ik weet er wel íéts van," zei ze, ze las veel, "maar
ik heb er geen opleiding in, daarom moet jij een graad in de economie halen."
Ze had gelijk. Politiek gaat niet alleen over wat er omgaat in de hoofden
van mensen, over hun waardeoordelen. Als je niet weet hoe je dingen economisch
moet laten werken, heeft het geen zin om veranderingen te proberen aan te
brengen.
Ik was lid van een studentenvereniging die zich inzette tegen de zittende
regering. We waren antiapartheid op allerlei manieren en streden tegen alle
instanties en autoriteiten die aparte regels maakten voor zwarte mensen.
We onderhielden contact met Fort Hare, de zwarte universiteit die ook op
de Oostkaap stond. Daar ontmoette ik voor het eerst Afrikanen die dezelfde
intellectuele interesses hadden als ik en met wie ik gesprekken op mijn
eigen niveau kon voeren. Nu klinkt zoiets afschuwelijk, maar je moet je
die tijd voor ogen houden. Waar kon een blank meisje als ik eerder Afrikanen
ontmoeten die geen bedienden waren? Mijn moeder had inmiddels vrienden leren
kennen in het ANC die bij ons aan huis kwamen.'
Het ANC was in 1912 opgericht met het doel alle Afrikanen als één
volk te verenigen en hun rechten en vrijheden te verdedigen. In de jaren
vijftig was de partij uitgegroeid tot een massabeweging die in verzet kwam
tegen alle vormen van apartheid. 'Het was tamelijk ongebruikelijk om Afrikanen
bij je thuis te eten te ontvangen,' herinnert Margaret zich. 'Het was illegaal
om ze een glas wijn aan te bieden -- je mocht Afrikanen geen alcohol geven.
Ik ben heel blij met de invloed die mijn moeder op me heeft gehad. Ze was
emotioneel gezien een vrij onvolwassen vrouw, maar voor haar politieke interesse
ben ik buitengewoon dankbaar. Dat is uniek geweest.
Als je nadenkt over hoe mensen gevormd worden
' Margaret denkt even
na. 'Ik geloof dat mensen van nature weten dat we allemaal aan elkaar verwant
zijn. Alle grote religies onderwijzen dat we een grote familie zijn: we
zijn allemaal deel van wat je "god" zou kunnen noemen. Wanneer
ouders tegenover hun kinderen die wetenschap bevestigen -- dat die vrouw
in de straat je zuster is, en de vogel in de boom je neefje of zoiets --
dan onthouden ze dat voor de rest van hun leven. Maar wat ik een afschuwelijke
gedachte vind, is dat wij in de westerse, zogenaamd geciviliseerde wereld
een nieuwe generatie ouders kweken die dat níét weten. Bij
wie dat besef is uitgewist. Als zij kinderen krijgen, groeien die op met
het advies: "Wees voorzichtig. Vertrouw niemand. Verdedig jezelf. Wees
strijdvaardig. Sla om je heen." Dat is wat ik zo waardeer in mijn moeder.
Zij bevestigde in mij die wetenschap van verwantschap.'
Vrije meningsuiting
'Nadat ik met goede cijfers was afgestudeerd aan Rhodes, vertrok ik naar
Cambridge -- dat das iets wat mensen uit mijn klasse en met mijn huidskleur
nou eenmaal deden. Als je het goed had gedaan tijdens je studie en je ouders
het zich konden veroorloven, dan ging je naar Cambridge of Oxford om een
extra graad te halen.
In Engeland begon ik me te realiseren dat Europa aan de wieg stond van het
racisme. Ik had altijd gedacht dat wij -- de Afrikaners, de blanke Zuid-Afrikanen
-- ermee begonnen waren. Maar álle Europeanen, inclusief Nederlanders
en Zweden, hadden in die tijd, eind jaren vijftig, een fundamenteel geloof
in de superioriteit van de blanke mens. In Engeland riep de bevolking om
het hardst over Zuid-Afrika: "Moet je dat zien, is dat niet verschrikkelijk!
Wat een racisme!" Maar als je aan ze vroeg of ze het goed zouden vinden
dat een van hun kinderen trouwde met een zwart persoon, dan gingen ze bijna
over hun nek.
Het racisme zit zo diep geworteld: het vormt de basis van de geschiedenis
die we onderwezen krijgen. Kijk maar hoe we de wereldgeschiedenis voorgeschoteld
krijgen: als we leren over de Griekse beschaving wordt er met geen woord
gesproken over het feit dat de Grieken hun beschaving vanuit de Nijlvallei
kregen, waar mensen donkerder zijn.
Ik haalde in Cambridge een extra graad in economie en keerde terug naar
Rhodes om daar les te geven in politiek en economie. In Zuid-Afrika was
het nog steeds verschrikkelijk. Er was nog steeds apartheid. Ik kreeg een
kleine beurs om onderzoek te doen naar boerenarbeid voor mijn Mastersgraad.
Toen ik zag hoe de blanke boeren hun bedienden behandelden, werd ik alleen
maar gesterkt in mijn politieke overtuiging. Het was afstotend. In 1960
trouwde ik tijdens een verblijf in Engeland met Colin Legum. Hij was correspondent
voor het Britse Gemenebest voor The Observer. Zelf schreef ik in die tijd
af en toe voor de Fabian Society.'
De Fabian Society is een linksgeoriënteerde denktank voor de ontwikkeling
van nieuwe politieke ideeën en beleidshervormingen.
'In 1962 kregen we ons eerste kind en rond dezelfde tijd realiseerden we
ons dat we eigenlijk nooit op papier zetten wat we werkelijk dachten. We
vermeden harde woorden over Zuid-Afrika omdat we wisten dat we, als we voor
onze werkelijke mening uit zouden komen, nooit terug zouden kunnen keren.
Als ik bijvoorbeeld een lezing over Zuid-Afrika hield, wist ik dat de ambassade
te horen zou krijgen wat ik zei, en zij konden altijd mijn paspoort intrekken.
Als we Zuid-Afrika niet meer konden bezoeken, zou Colin minder effectief
kunnen werken als correspondent -- en al mijn familie woonde daar. Toch
kwamen we op een punt waarvan we wisten: dit is geen manier van leven.
We vonden beiden dat er een einde aan moest komen. We besloten te zeggen
wat we werkelijk van de Zuid-Afrikaanse politiek vonden en wat er zou moeten
gebeuren om het regime aan te pakken. Het resultaat was South Africa: Crisis
for the West, het eerste boek over Zuid-Afrika -- en daar ben ik nog steeds
trots op -- dat opriep tot sancties. Oproepen tot sancties, tot het laten
instorten van de economie van een land, is hoogverraad. En op hoogverraad
staat in Zuid-Afrika,' Margaret maakt een beweging alsof een strop om haar
hals wordt strakgetrokken, 'de doodstraf. In 1963 kregen we de brief van
de regering die we al verwachtten: "Jullie zijn niet meer welkom in
Zuid-Afrika."'
Alles waard
'Daar zaten we dan in Engeland, in gedwongen ballingschap. Om je eerlijk
te zegen was het in zekere zin een opluchting. Het was zo afschuwelijk om
in die periode in Zuid-Afrika te zijn. Je kon als blanke naar het strand
gaan, tennissen, wat dan ook. Je kon een tamelijk gewoon leven leiden. Dus
tijdens onze bezoeken vanuit Engeland organiseerden familie en vrienden
tuinfeesten en mooie etentjes voor ons. Er liepen bewakers rond het huis,
de tuin was omheind
Alles leek in orde maar we wisten nog steeds
wat er buiten het hek gebeurde.
Het is als een lichtflits in een donkere kamer. Je doet een lamp aan, kijkt
rond, en doet hem weer uit. Je vergeet nooit meer wat je in dat licht gezien
hebt. Als je het eenmaal hebt gezien, kun je het niet meer vergeten.
Mijn moeder was woedend over het boek dat we geschreven hadden en weigerde
het te lezen. Ze zei: "Sancties? Weet jij eigenlijk wel, my dear, wie
de eersten zijn die onder deze sancties zullen lijden? Niet jij in Londen,
niet de Zuid-Afrikaanse regeringsambtenaren, maar de zwarten die geen baan
kunnen krijgen -- omdat jij aan mensen hebt gevraagd om hun geld weg te
houden."
Daar had ze natuurlijk gelijk in. Economische sancties worden het eerste
gevoeld door het meest kwetsbare deel van de bevolking. Ik kon alleen maar
antwoorden dat de enige manier waarop dingen kunnen veranderen, is wanneer
de regering wordt verzwakt. En de enige manier waarop de regering wordt
verzwakt, is wanneer deze de bronnen niet meer krijgt die ze nodig heeft
om zichzelf in stand te houden: financiële middelen, wapens, al dat
soort dingen.
Mijn moeder had ook gelijk toen ze zei dat de Zuid-Afrikaanse regering dan
wel haar eigen industrie zou ontwikkelen. Wij hebben nu de beste wapenindustrie
van de wereld. Ze had op alle fronten gelijk. Het wás ook verschrikkelijk:
zij zat hier in huis terwijl mensen haar om eten smeekten. Ten slotte zei
ze: "En jij komt niet meer terug." Wat betekende: "Ik zie
jou en je kinderen niet meer." Ook dat was absoluut waar. Ik kon helemaal
begrijpen waarom ze zo kwaad was, maar ik wist ook -- dat is het mooie van
de wereld, er zijn altijd twee waarheden en die zijn tegengesteld -- dat
ik óók gelijk had.
Toen ik na de afschaffing van de apartheid in 1991 voor het eerst terugkwam
in Zuid-Afrika, sprak ik met een parlementslid van het ANC, een blanke man
die altijd nauw bij de strijd betrokken was. Hij zei: "Vergis je niet:
het waren de sancties die een einde aan de apartheid maakten. Wat het ANC
deed hielp zeker, maar wat de doorslag gaf was dat de bankpresident naar
president De Klerk toe moest gaan met de mededeling: 'Ik kan er niets meer
aan doen: volgend jaar zijn we failliet, want de banken willen onze leningen
niet verlengen.'"
Dus mijn moeder had gelijk én wij hadden gelijk. En als we hadden
afgewacht -- als er geen sancties hadden plaatsgevonden --, dan was er nu
waarschijnlijk nog steeds apartheid en was er nog veel meer bloed vergoten.'
Strijd tegen racisme
'Dertig jaar lang moest ik wegblijven uit Zuid-Afrika. Colin was als buitenlandcorrespondent
veel op reis. Ik had geen familie in Engeland en had geen hulp in de huishouding.
Ik weet niet hoe alleenstaande ouders het voor elkaar krijgen om iedere
dag naar hun werk te gaan én op hun kinderen te letten. Zelf kon
ik niet werken, behalve af en toe wat schrijven, tot de jongste ongeveer
acht jaar oud was. Op dat moment ging ik onder meer aan de slag bij de Voluntary
Service Oversees, de VSO.
Een van de dingen die de VSO deed, was Britse jongeren voorbereiden om in
een derdewereldland te werken. Ik was daar zeer in geïnteresseerd en
ging naar een van de trainingen die gegeven werden. Om een of andere reden
kwam de trainer niet opdagen. De organisator raakte helemaal in paniek en
ik zei: "Laten we even rustig nadenken." En om een lang verhaal
kort te maken: in anderhalf uur maakte ik een ontwerp voor zo'n training.
Ik vond het geweldig om na te denken hoe je een groep mensen een ervaring
kunt bezorgen die ze bijblijft, en ik bleek er talent voor te hebben. Het
kleine ontwerp dat ik in anderhalf uur bedacht, wordt nog steeds gebruikt.'
Margaret lacht en schudt ongelovig met haar hoofd.
'Het hoofd van de trainers was een Afrikaan -- moet je je voorstellen: we
spreken over een organisatie die met de derde wereld samenwerkt en er was
maar één zwarte medewerker in de eerste vier hiërarchisch
verantwoordelijke lagen . Deze man zei: "We doen iets verkeerd. Als
wij jongeren op uitwisseling naar deze landen sturen, dan moeten ze niet
bestuderen hoe de omstandigheden daar zijn, maar hoe het hier is."'
Margaret tikt op haar voorhoofd om te illustreren wat de man bedoelde. '"In
feite zou tenminste een deel van de opleiding moeten gaan over wat zich
in het menselijk gedachtegoed bevindt. En wat zit daar? Racisme, in de basis:
een gevoel dat mensen in de derde wereld zielig zijn, arm, zwak en nergens
toe in staat, en daarbij ook nog gewelddadig, dom, gevaarlijk, enzovoort."
Daarom werd er een nieuwe cursus ontwikkeld, Post Selection, een driedaagse
workshop waarin mensen ontdekken en leren wat racisme inhoudt, die was ontworpen
door de Britse Indiër Ashok Ohri. Het onderwerp hield me zo bezig dat
ik de VSO verliet om freelance trainer te worden. Ik noemde de cursus: "Understanding
Racism and Developing Good Practice" en gaf de cursus: eerst mét
Ashok -- ik werd een tijd lang zijn leerling -- en daarna alleen.'
De schaduwzijde van het wonder
'Na de omwenteling in Zuid-Afrika konden we eindelijk terugkeren naar het
land waar we zo graag wilden zijn. Ik startte hier, samen met een Afrikaanse
vriend van Ashok, een kleine organisatie: het Centre for Anti-Racism and
Anti-Sexism, CARAS Trust, van waaruit we trainingen gaven over racisme en
gender-problematiek.
In de tussentijd voltrok zich een fantastisch politiek wonder. Mandela en
De Klerk sloegen de handen ineen, in 1993 kregen ze de Nobelprijs voor de
vrede, mensen streden gezamenlijk voor een betere omgeving, zwarte en witte
scholen sportten samen, verschrikkelijke tegenslagen werden eendrachtig
weggewerkt. Het was duidelijk dat mensen zich begonnen te bevrijden van
driehonderd jaar racisme.
Maar er was ook een schaduwzijde: de Wereldbank en het Intermonetair Fonds,
de Britten en de Amerikanen, kwamen ons nu vertellen hoe wij onze economie
moesten opbouwen volgens hun verstikkende plannen. In Engeland had ik me
als econome eigenlijk bijzonder weinig van de economie aangetrokken, zozeer
was ik in de rassenkwestie verwikkeld. Maar nadat Margaret Thatcher in 1979
tot premier van Engeland was gekozen, was het steeds duidelijker geworden
dat zij met haar hele filosofie over het loskoppelen van kapitaal en handel
de Britse economie volkomen kapotmaakte.
De mensen aan de top, de mensen met spaargeld, erfenissen en goederen, deden
het geweldig. In hun wildste dromen hadden ze zich nooit kunnen voorstellen
dat je twintig tot dertig procent per jaar zou kunnen verdienen door te
beleggen, door je geld in een bank te stoppen -- niet door het in een fabriek
te investeren die mensen aan werk helpt, nee, door het aan een beleggingsdeskundige
te geven. Enorme sommen rente kwamen bij deze mensen terug. Dus toen Thatcher
werd gevraagd: "Hoe zit het met de werkeloosheid?" zei ze' --
Margaret Legum steekt haar neus in de lucht en geeft een nuffige imitatie
ten beste --: '"Je maakt geen omelet zonder eieren te breken."
Maar ondertussen zag je in de jaren tachtig overal om ons heen woningbouwprojecten
instorten, kinderen met gaten in hun tanden die niet naar school gingen,
die scheurbuik en tuberculose kregen. De media vertelden ons dat het de
schuld was van immigranten die deze afschuwelijke ziekten importeerden.
Nou, excuse me, maar dat was absoluut niet waar. Het was pure ondervoeding.
Natuurlijk moet ik toegeven dat Margaret Thatcher geweldig materiaal had
om mee te werken. Als gevolg van de oliecrisis was er een hele reeks problemen
in de totale westerse economie ontstaan. Alles ging slecht, en toen kwam
de chirurg die zei: "Laten we de verrotting wegsnijden, dan houden
we het gezonde deel over." En dat werkte. Veel mensen uit de arbeidersklasse
begonnen op de Conservatieve Partij te stemmen omdat ze hun huurhuizen voor
een schijntje mochten kopen. Die mensen konden hun woning voor een hoger
bedrag met goede winst doorverkopen, maar dat ging wel ten kosten van de
reserve voorraad woningen voor volkshuisvesting.
Staatsondernemingen als de spoorwegen werden geprivatiseerd met de motivatie:
regeringen zijn corrupt en ondoelmatig, maar wanneer je een spoorwegonderneming
in privé-handen legt zullen de mensen die de leiding hebben door
een streven naar winst worden gemotiveerd, waardoor er efficiënter
en productiever zal worden gewerkt. En je weet wat de gevolgen zijn. Ik
kan me mijn schok nog herinneren toen ik een trein wilde halen nadat de
eerste privatisering was doorgevoerd. Bij de ingangen van de eersteklasrijtuigen
stond een portier die de deur openhield: "Goedendag mevrouw, hoe gaat
het met u, mevrouw. Goede reis, mevrouw." Maar als je niet eersteklas
reisde
' Margaret gebaart verveeld met haar hand naar achteren: '"Zoek
het maar uit."' Je kunt erom lachen, maar het komt erop neer dat ze
de dingen waar ze winst uit haalden zo goed mogelijk deden en de rest lieten
sloffen.
Diezelfde bedrijven die de schade in Engeland hadden aangericht, kwamen
in de jaren negentig naar Zuid-Afrika en begonnen daar de vakbonden aan
te vallen die zich tegen de privatiseringen keerden. De totale verkiezingsstrijd
werd op deze thematiek gericht: "Wie bestuurt dit land, degenen die
democratisch gekozen zijn of de vakbonden?"'
Noodgedwongen globalisering
'Waarom bevinden we ons in deze situatie?' Margaret gaat achteruit zitten
en tikt zich op de borst: 'Stel je voor: ik ben het ANC en wij hebben de
verkiezingen gewonnen. We gaan dit land met vierenveertig miljoen inwoners
besturen. Sommigen van ons hebben een opleiding gevolgd aan een Engelse
universiteit, zoals Thabo Mbeki die zijn Mastersgraad in economie heeft
behaald. Sommigen van ons hebben andere studies voltooid, maar niemand heeft
enige ervaring in het besturen van een land. Zeg nou zelf, waar zouden we
die ervaring vandaan moeten hebben? Sommigen van ons gaven leiding aan een
afdeling binnen het ANC. Maar een groot land besturen, dat helemaal hervormd
moet worden, is niet iets dat je zomaar doet.
Hoe run je een economie? Laten we ons daar even op toespitsen. Wie vragen
we daarvoor? Tijdens overleg is iedereen het eens: We verwerpen de globalisering.
"Dat is best," antwoord ik. "Maar wat dóén
we? Laat me zien wat werkt. Geef me advies." Dan zegt iemand: "By
the way
De hele wereld doet mee aan deze globalisering. Je kunt eigenlijk
geen kant op. De Sovjet-Unie bestaat niet meer, die kunnen we niet meer
tot leven wekken. Je krijgt niemand tegenwoordig enthousiast voor een economie
die is gericht op lokale gemeenschappen. Scandinavië heeft zich voor
de globalisering opengesteld, de Europese Democratische Arbeiderspartij
is opgestapt, de socialisten zijn verslagen, overal, zonder uitzondering."
"Oké," zeg ik als ANC. "Dan weet ik wat we doen. We
gaan naar onze vrienden, de Anglo-Amerikanen die hier grote ondernemingen
hebben opgericht en ons in de strijd hebben gesteund. Laten we een conferentie
beleggen."' Margaret valt uit haar rol en zucht. 'En die conferentie
kómt er. Het bedrijfsleven gaat praten met het ANC. Er wordt in die
tijd niets over geschreven in de pers, maar er bestaat een boek dat deze
ontmoetingen tot in de details beschrijft.
Het bedrijfsleven zegt: "Wij willen jullie best steunen in het omvormen
van de economie, maar dan moeten jullie de economie voor ons openstellen.
Wij vinden dat we veel te lang aan regels gebonden zijn geweest in deze
kleine economie, terwijl wij grote wereldspelers zijn." Ik vraag dan
natuurlijk: "Wat betekent dat voor Zuid-Afrika?" "Hoe bedoelt
u, wat betekent dat? We brengen kapitaal binnen uit de rest van de wereld.
Zodra jullie je hiervoor openstellen zullen jullie zo'n geweldige basis
zijn voor investeringen dat jullie de mensen nog zullen moeten tegenhouden!"
"Echt waar?"' Met open mond veinst Margaret naïeve verbazing.
'"Dan zullen we u nu vertellen hoe we dat gaan aanpakken." En
de Wereldbank betaalt, op verzoek van het bedrijfsleven, cursussen voor
een flink aantal ANC-leden. Ze gaan naar Washington en krijgen een intensieve
stoomcursus economie. En nou mag jij drie keer raden wat voor een soort
economie ze onderwezen krijgen...'
Margaret zucht opnieuw en ontspant zich in haar stoel. 'Nou weet ik persoonlijk
niet hoe het anders had moeten gaan als ik op die plaats had gezeten. En
ik heb nota bene vier economische graden. Als iemand tegen mij had gezegd:
"Neem jij Zuid-Afrika over," zou ik dan die kans dan hebben aangegrepen?
Had ik het aangedurfd stelling te nemen en te zeggen: "Nee, we doen
dit zelf, we gaan ons op onze eigen mensen richten. We gaan ons op onze
eigen economie richten. We houden de grenzen dicht voor handel terwijl we
onze economie opbouwen." Want dat is wat we hadden moeten doen. We
hadden moeten zeggen: "We houden ons geld in ons eigen land. Je mag
hier geld verdienen, maar je mag het niet het land uit nemen: je hebt het
hier verdiend, geef het dan ook hier uit."
Maar als ik die houding zou aannemen, dan zouden de Wereldbank en het IMF
zeggen: "Weet je eigenlijk wel hoeveel buitenlandse tegoeden je nog
hebt op de monetaire bank? Hoeveel geld je hebt in buitenlandse valuta?
Je hebt nog genoeg voor drie maanden. In drie maanden is alles op en ben
je failliet. En dit is natuurlijk geen dreigement, maar we zóúden
de stop er vandaag nog uit kunnen trekken." Waar het op neerkomt,'
concludeert Margaret, 'is dat ik wel kritiek heb op de regering, maar dat
ik ook kan begrijpen waarom de dingen zo zijn gelopen. Regeringsambtenaren
en partijleden zijn zich er inmiddels volledig van bewust dat hun aanpak
niet heeft gewerkt. Je hoort de minister van Financiën vragen: "We
hebben alles gedaan wat jullie van ons vroegen. Dus waar blijven de buitenlandse
investeringen die jullie ons beloofd hebben?" Maar dan komen er weer
verhalen over dat we niet genoeg aan aids hebben gedaan, of dat we meer
zouden moeten doen in Zimbabwe. Dat is onzin! De waarheid is dat niemand
hier in de markt investeert omdat er domweg geen markt ís: het merendeel
van onze bevolking heeft geen geld om uit te geven. Dat is een enorm probleem.
Daarnaast hebben we ook nog vakbonden die enige macht bezitten, die niet
zullen toestaan dat hun leden voor gebakken lucht moeten betalen. En het
derde is -- en daar wordt te weinig rekening mee gehouden -- dat Zuid-Afrika
nog steeds een racistisch land is. Onderhuids is er nog een hoop racisme
aanwezig. De regering zal er nog lang aan moeten werken voordat dat verdwenen
is.
Het advies dat we van buitenaf krijgen, is dat we onze economie niet moeten
proberen in te perken of te beheersen, maar de markt alles moeten laten
bepalen. Maar het wordt hoog tijd dat we onze economie zélf beginnen
te managen.'
Reële economie
'Het was in de vroege jaren tachtig dat ik me begon te realiseren dat het
keynesiaanse gedachtegoed, waarvan we dachten dat het tot het eind der tijden
gebruikt zou worden, verpletterd was.'
John Maynard Keynes had zijn economische theorieën in het midden van
de jaren dertig ontwikkeld, tijdens de Grote Depressie. Hij pleitte ervoor
dat overheden drastisch in moesten grijpen in de economie. Wanneer de economie
de vrije loop werd gelaten, wat toen gebruikelijk was, zou volgens Keynes
de werkeloosheid blijven bestaan en zou de economie geen kans hebben om
aan te trekken. Door investeringen in grote publieke projecten zou de werkgelegenheid
aantrekken en de draagkracht van het volk worden vergroot. Ook al was er
een overheidstekort, bepleitte Keynes, toch moesten die investeringen worden
gedaan om de economie een rechtvaardige kans te geven om weer op te bloeien.
De theorieën van Keynes werden in meer of mindere mate in alle westerse
economieën toegepast -- totdat in de jaren tachtig, in het machtstijdperk
van Reagan en Thatcher, de 'ieder-voor-zich'-mentaliteit zijn opmars maakte.
'Iedere paar jaar,' vervolgt Margaret: 'kwamen vertegenwoordigers van de
rijkste industriële landen ter wereld, de G7, bij elkaar, voor een
economische topvergadering. Ze ontmoetten elkaar in de hoofdsteden van de
wereld, prezen elkaar de hemel in, aten en dronken -- very Thatcher. In
1984 zou de top plaatsvinden in Londen. Voordat het zover was, kwamen topeconomen
bij elkaar en organiseerden The Other Economic Summit, TOES. Zij zeiden:
we hoeven niet te werk te gaan op de manier die de G7 ons voorspiegelt.
Er zijn andere manieren, andere economische oplossingen. TOES belegde een
bijeenkomst op hetzelfde moment en in dezelfde plaats als de G7. Deze alternatieve
top was een succes, en de initiatiefnemers richtten daarop de New Economics
Foundation, de NEF, in Londen op.'
In 1986 werd de NEF werkelijkheid: een onafhankelijke denktank om real economics
te promoten. Reële economie die rekening houdt met sociale rechtvaardigheid,
het behoud van natuurlijke bronnen en een gelijke verdeling van winsten
en verliezen. De NEF combineert analyse en debat met werkelijke uitvoering
van hun theorieën door economische projecten op te zetten met de hulp
van de plaatselijke bevolking.
'Het zou eens duidelijk moeten worden,' zegt Margaret fel, 'wat een bron
van inspiratie de NEF vormt voor mensen van over de hele wereld! Zodra ik
van het project hoorde sloot ik me erbij aan. De NEF bleef alternatieve
economische topvergaderingen organiseren op momenten dat de G7 en later
de G8 bijeenkwamen. Een van die alternatieve bijeenkomsten vond vlak voor
het millennium plaats in Duitsland. Ik was erbij en hoorde al die fantastische
mensen spreken: vrouwen als Susan George en Vandana Shiva, en mannen als
James Robertson -- medeoprichter van TOES en de NEF. Alle aanwezigen waren
het erover eens dat de neoliberale economie die nu bedreven wordt niet duurzaam
is. Het was geweldig en het bleef in mijn hoofd rondzingen: It Doesn't Have
to Be Like This. Ik kwam terug in Zuid-Afrika en zette met gelijkgestemden
een netwerk op: het South African New Economics Network, het SANE.'
Het SANE is in eigen woorden 'een vrije verzameling individuen en organisaties
die de centrale positie erkennen die de economie in onze hedendaagse maatschappij
inneemt, en die zich zorgen maken over de sociale en ecologische gevolgen
van de conventionele economie die momenteel wordt gepredikt en in praktijk
gebracht'. Net als de NEF, stelt het SANE kwesties aan de kaak, draagt het
alternatieve mogelijkheden aan en zet het (lokale) projecten op om te laten
zien dat een alternatieve economie haalbaar is.
'Dit was nog niet genoeg,' zegt Margaret, 'Dus ik verzamelde al mijn moed
en belde de universiteit van Kaapstad waar ieder jaar een zomerschool wordt
gehouden, en ik zei: "Ik wil graag een reeks lezingen geven onder de
noemer New Economics." Ze vroegen: "Wat is in vredesnaam New Economics?",
dus ik schreef een opzet voor een aantal lezingen: Wat is er mis met de
huidige economie? Hoe staan de zaken ervoor? Wat kunnen we eraan doen?
De universiteit besloot de lezingenreeks open te stellen voor inschrijving
om te kijken of er genoeg interesse was. En die was er: twee weken voor
ik begon werd de inschrijving gesloten omdat we tot aan de nok toe vol zaten.
En toen moest ik wel: vijf uur spreken over wat er mis is in de hedendaagse
economie en wat we eraan kunnen doen. Toen ik mijn lezingen geschreven had,
lag daar eigenlijk een boek. Ik hoefde het alleen nog in hoofdstukken in
te delen. Dat werd It Doesn't Have to Be Like This.'
Toegespitst op de Zuid-Afrikaanse situatie biedt It Doesn't Have to Be Like
This -- Global Economics: a New Way Forward aannemelijke alternatieven voor
de neoliberale globalisering die de kloof tussen arm en rijk alleen maar
dieper maakt. Margaret pleit onder meer voor zelfvoorzienendheid binnen
gemeenschappen en een Basic Income Grant, de BIG: een kleine maandelijkse
toelage voor de hele bevolking die de armsten meer onafhankelijkheid verschaft,
waardoor zij bijvoorbeeld makkelijker kunnen solliciteren en noodzakelijke
bestaansmiddelen kunnen kopen -- grondslagen voor het aantrekken van de
economie. Wanneer de BIG binnen de eigen gemeenschap wordt uitgegeven en
het geld daar ook blijft circuleren, groeit het economisch vermogen van
de gemeenschap vanzelf.
Karma
'Ik ben nu zeventig jaar,' zegt Margaret, 'en ik zou graag willen begrijpen
waarom ik niet achterover kan leunen en kan genieten. Ik denk dat het terug
te voeren is op wat ik in het begin van ons gesprek zei: ik weet dat ik
deel uitmaak van de wereld. Zolang ik weet dat ergens op de wereld kinderen
huilen om brood en moeders niet weten hoe ze aan die vraag moeten beantwoorden,
kan ik niet stoppen met mijn werk. Ik zou zo graag willen dat anderen, jonge
mensen, mijn ideeën oppakken. Ik wil niets liever dan mijn ervaringen
en kennis op hen overdragen. Ik hoop dat er door wat ik in mijn leven heb
meegemaakt en waarvoor ik mij heb ingezet, een verandering in gang wordt
gezet. Ik sta daar natuurlijk niet alleen in, ik ben één van
de velen die de loop der gebeurtenissen probeert te veranderen.
Er is één ding dat ik in mijn leven nog graag wil meemaken:
de volgende fase die noodzakelijk is in de gevaarlijke ontwikkeling die
onze wereld op dit ogenblik doormaakt. Er moet gepraat worden, we moeten
naar elkaar luisteren. Ik geef toe,' lacht Margaret, 'dat ik zelf niet goed
ben in overleg. Ik schrijf tegen het machtsmisbruik dat overal om ons heen
plaatsvindt. Ik spreek me heel krachtig uit -- in artikelen, lezingen en
essays -- tegen alles wat er misgaat. Ik heb er moeite mee te zeggen: "Laten
we eens om tafel gaan zitten en dit rustig bepraten: jullie vertellen wat
jullie vinden en ik zeg wat ik daarvan vind." En toch is dat waar het
op aankomt.
De machtige lieden zitten in Davos, praten met elkaar en feliciteren elkaar.
In Porto Alegre komt de tegenbeweging bijeen om plannen te smeden. Maar
eigenlijk zou er een dialoog moeten plaatsvinden. Dat weet ik. Een aantal
van mijn dierbaarste vrienden en collega's zitten in de Movement for Dialogue
om toe te werken naar zulke bijeenkomsten. En ik wil er graag deel van uitmaken
wanneer het zover is. Ik zal buitengewoon gelukkig zijn als ik er op dat
moment nog ben. Het bestrijden van het machtsmisbruik is in mijn hele leven
toch mijn grootste motivatie geweest.'
Margaret is even stil. 'Misschien is dit bestaan niet het enige. Soms denk
ik dat we meer dan één leven hebben en dat ik in een vorig
bestaan macht heb misbruikt. Mijn gevoel is namelijk zo sterk dat het bijna
is alsof ik door een karmische behoefte gedreven word om het machtsmisbruik
in de wereld te stoppen. Zo persoonlijk is mijn strijd.'
Margaret Legum (Johannesburg, 1933) is politiek econoom en journalist.
Ze studeerde aan Rhodes University en Cambridge. Ze is oprichter van de
Zuid-Afrikaanse CARAS-Trust, die training geeft op het gebied van racisme
en gender-problematiek, en is medestichter van het SANE, het South African
New Economics Network, een onafhankelijk onderdeel van de New Economics
Foundation. Margaret geeft lezingen en colleges over hoe alternatieve economieën
bij kunnen dragen aan een sociaal rechtvaardiger maatschappij. Ze publiceert
artikelen en essays in uiteenlopende kranten en tijdschriften. In boekvorm
verschenen South Africa: Crisis for the West (met Colin Legum, 1962) en
It Doesn't Have to Be Like This -- Global Economics: a New Way Forward (2002).

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2004
Dit gesprek is gepubliceerd in Vrouwen die de wereld veranderen.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 633 0
![]()