Weapons of Mass Instruction
Een gesprek met Anita Roddick
- Groot-Brittannië -

uit: Jesse Goossens, Vrouwen die de wereld veranderen

 

Een van de belangrijkste dingen die je overkomen als je ouder wordt, is dat je een ongelofelijke kans krijgt: afscheid nemen van een ouder. In dat stadium ben ik op het ogenblik met mijn moeder. Ze is aan het verdwijnen, maar doet dat op zo'n bijzondere, wonderlijke en kleurrijke wijze dat ik weet dat ik ook op zo'n manier het leven wil verlaten.
Afgelopen zaterdag vroeg ik haar: 'Mam, hoe zou je willen sterven?' Ze zei: 'Trek me mijn rode chiffonjurk aan, zodat ik naar de hemel kan zweven. Draai "Corleone's Theme" uit The Godfather. Lees een gedicht voor. Neem mijn as -- ik wil niet in een graf, want daar kan ik niet ademen -- en stop het in vuurwerk. Organiseer de mooiste vuurwerkshow die je kunt bedenken en zorg ervoor dat de raketten mijn naam schrijven, GILDA, als ze de lucht in schieten.' Dit zijn we nu aan het regelen. Het is zo'n groot geschenk, om iets te mogen ontwerpen zoals zij het zou willen.
Ik hoop dat de mensen die na mijn dood achterblijven zullen zeggen: 'Ze heeft het beste uit zichzelf gehaald.' Ik heb écht het beste gedaan wat ik kon, in mijn huwelijk, in mijn vriendschappen, in mijn activisme. Ik heb het nooit, nooit laten lopen. Dat is mijn koppigheid: vast blijven houden en door blijven gaan.

In het wachthoekje van Anita Roddick Publications in Chichester liggen de publicaties van en over de naamgeefster van de uitgeverij als leesvoer op tafel. Twee van de boeken zijn bestemd voor kinderen. Geïllustreerd met vrolijk gekleurde tekeningen wordt het wonderlijke leven verteld van het eigenwijze Italiaanse meisje Anita Perella dat een van de belangrijkste zakenvrouwen ter wereld zou worden. Er staan ook foto's in van de echte Anita, en schoonheidstips, en er wordt aandacht besteed aan hoe kinderen zelf kunnen beginnen de wereld te veranderen.
De muren van het kantoor van de kinderboekheldin zijn behangen met oude actieposters van The Body Shop. Overal staan ordners, archiefdozen en kratten met knipsels, en er liggen tijdschriften en brochures: papieren getuigenissen van een kwarteeuw activisme.

Een explosief mengsel
'Ik ben een activist in hart en ziel,' zegt Anita Roddick geregeld in boeken en interviews. Volgens haarzelf is dat de drijvende kracht achter al haar activiteiten. Anita knikt gedecideerd als ze haar statement terughoort. 'Dat ben ik absoluut! Ik denk dat er enkele momenten in je leven zijn die bepalend zijn voor je vorming als activist. Eén daarvan is een buitenbeentje zijn. Wij waren de eerste Italiaanse immigranten in Littlehampton, een klein dorpje net buiten Chichester. We roken anders en zagen er anders uit. Als je jezelf als kind al als buitenbeentje beschouwt, dan dans je niet in hetzelfde ritme als de rest. De menigte bevindt zich aan de ene kant en jij aan de andere. Als je ergens geen deel van uitmaakt, zul je altijd tornen aan wat er je gezegd wordt.
Mijn moeder vocht een persoonlijke vete uit met de plaatselijke priester. Hij had geweigerd om mijn vader een katholieke begrafenis te geven, en daarom gooide ze emmers met dweilwater naar hem als hij langskwam. Ze wreef knoflook in de zomen van onze kleding -- we waren met vier kinderen -- en ze stuurde ons naar de mis om de kerk leeg te stinken. Ze háátte die priester. Zij heeft me geleerd om woedend te zijn. Als je zo'n uitdagende moeder hebt als ik, word je vanzelf vrij van angst. Ik denk dat dat een karakteristiek is van een activist.
Op de tweede plaats had ik fantastische onderwijzeressen. Er was een non, Zuster Onbevlekte Ontvangenis, die haar leerlingen de kracht van taal bijbracht -- al realiseerde ik me op dat ogenblik nog niet dat ze daarmee bezig was. Onze taak op vrijdag bijvoorbeeld was het voorbereiden van een kloosterkamer op de komst van de "Ridders van de Straat". Als kinderen -- we waren toen een jaar of elf -- vonden we dat geweldig romantische mensen, zoals de Ridders van de Ronde Tafel van Koning Arthur. Het waren zwervers, daklozen, maar juist door de manier waarop ze werden omschreven, hebben wij hen nooit gezien als mensen die angst zouden kunnen inboezemen. Als er tegen ons was gezegd: "Zorg voor de zwervers" of "Pas op de landlopers", dan was dat misschien anders geweest. Maar nee, dit waren de "Ridders van de Straat". Zo creëren woorden je wereldbeeld.
Die non bracht me een verlangen naar goedheid bij. Ik leerde van haar om vriendelijke daden te verrichten voor de zwakkeren in onze samenleving, om actie te ondernemen. Zij gaf mij een volledige opleiding in medeleven. Ik was ook dol op Jeanne d'Arc: zij was de tegendraadse heilige, weigerde zich aan te passen. Zelf had ik van dat afschuwelijk krullende haar, en zij had prachtig steil haar. Ik denk dat ieder meisje dat katholiek is opgevoed, Jeanne d'Arc geweldig vond. Ze tartte het systeem, absoluut.
Mijn leraren moedigden me voortdurend aan. Ze hebben nooit geprobeerd mijn energie in te tomen, maar ze stuurden me in de richting van sociale rechtvaardigheid. De boeken die ze mij als twaalfjarige lieten lezen, maakten deel uit van de literatuur over de sociale rechten in de jaren dertig, over rebellen en opstandelingen, zoals John Steinbecks De druiven der gramschap.
Uiteindelijk kwam het natuurlijk allemaal voort uit de mentaliteit waarmee ik naar school kwam. Mijn moeder vertelt graag hoe ik als kind een keer thuiskwam zonder kleren, alleen gekleed in mijn hemd en onderbroek, omdat ik alles had weggegeven aan de arme Ierse kinderen die verderop in de straat woonden. Er is me nooit verteld dat ik zulke dingen niet mocht doen, integendeel, dat gedrag werd juist aangemoedigd.'

Woedend
'Er zijn twee gebeurtenissen in mijn leven die ik zelf zie als het beginpunt van mijn activisme, twee voorvallen die binnen één week plaatsvonden: mijn vader stierf, en ik zag voor het eerst beelden van de holocaust. Ik was toen tien jaar oud en hield zielsveel van mijn vader. Hij stierf onverwacht aan een hartaanval in het café dat hij runde. In diezelfde week kreeg ik een paperbackuitgave over de holocaust onder ogen. Er stonden foto's in van de concentratiekampen en de massagraven. Ik werd woedend, woest vanwege al het onrecht in de wereld. Mijn moeder vertelt dat ik sinds die week altijd in demonstraties heb meegelopen en campagne voerde voor van alles en nog wat. Ik schreef bijvoorbeeld naar het plaatselijke parlementslid waarom we geen rolschaatsbaan konden krijgen.
De geografie van ons geheugen wordt gevormd door de ervaringen die we opdoen en de mensen die indruk op ons hebben gemaakt. Ik denk dat in mijn jeugd deze gebeurtenissen de schillen van een ui vormen: de dood van mijn vader, het boek over de holocaust, Zuster Onbevlekte Ontvangenis, de woede van mijn moeder en de schrijvers die ik las. Zij hebben me, laag voor laag, gemaakt tot wie ik ben.
Uiteindelijk ben ik activist omdat het me het gevoel geeft dat ik leef. Ik kan niet stilzitten. Ik kan niet gewoon rijk zijn en uitbundig leven. Er zijn zo veel dingen die ik niet kan, omdat het niet juist voelt om zo te zijn… Ik weet niet wat het is. Activisme maakt dat ik leef, dat is mijn antwoord.'

Op zoek naar vrijheid
Anita benadrukt herhaaldelijk dat ze niet stil kan zitten. Al tijdens haar studie -- ze is opgeleid tot lerares Engels en geschiedenis -- was dat duidelijk. Ze bezocht Israël, Parijs, Griekenland en werkte zelfs een poosje voor de Verenigde Naties in Wenen voordat ze terugkeerde naar Littlehampton. Daar ontmoette ze Gordon Roddick -- haar latere echtgenoot en zakenpartner -- en binnen vier dagen woonden de twee samen.
'Ik voelde dat het kleine middenstandersstadje waarin ik geboren was niet mijn plek was. Ieder jaar, alle vijftien zomers dat ik in mijn moeders café werkte, verlangde ik ernaar om weg te gaan. Het is niet zo dat ik het vervelend vond om in het café te werken, het was een coole plek: we hadden de eerste jukebox, verkeringen bloeiden op in dat café en er werden huwelijken gesmeed. Maar iedere keer als ik op het strand zat, of aan een rivier, of als ik een vliegtuig zag overkomen, dan wilde ik weg, ontsnappen. Mijn hart ging uit naar reizen. In de jaren vijftig kon je zoiets als middenstanderskind absoluut vergeten. Maar in de jaren zestig ging ik studeren en kon ik als student goedkoop reizen.'
Vanwaar die drang tot reizen? Wat hoopte Anita te vinden? Ze is lang stil. 'Wat hoopte ik te vinden…?' Dan begint ze aarzelend te praten. 'Ik kom uit een andere generatie dan jij. Mijn generatie leefde volgens het stramien: de man is de broodwinner en de vrouw staat achter hem. Als vrouw behoorde je je passief op te stellen en niet te werken. Bovenal werd er van je verwacht dat je jong zou trouwen: in de jaren zestig was je oud als je trouwde op je eenentwintigste. Maar ik moest aan al deze dingen absoluut niet denken: dat wilde ik van mijn leven niet!
Ik werd gedreven door -- en misschien is dit wel de kern -- een niet-aflatende nieuwsgierigheid. Ik wist niet eens waar ik naar op zoek ging, en óf ik wel naar iets op zoek ging. Ik wist alleen dat ik weg moest gaan. Ik hunkerde naar nieuwe verhalen. Tijdens mijn studie won ik een beurs om naar Israël te gaan. Ik had daar een schitterende tijd. De ervaringen die ik in de kibboets opdeed, sterkten me nog meer in mijn hang naar vrijheid.
Ik ben op mijn best als ik me tussen nomaden bevind. Als ik met hen rondtrek -- of het nou op paarden is of op bloody kamelen --, als we slapen op de grond en opstaan bij zonsopgang, dan ben ik puur mezelf. Dat is tegelijkertijd ook een heel ongemakkelijk gevoel, want zo leef ik meestal niet: ik ben moeder en grootmoeder en woon in een mooi huis. Maar diep in mij zit een permanente drang om weg te gaan. Ik moet kunnen ademen. Het nomadische bestaan is een oerbehoefte en ligt in mijn bestaan verankerd -- het is vastgelegd in mijn genen door duizenden jaren voorouders.
Vorig jaar heeft het door mijn hoofd gespeeld om alles te sluiten en alleen nog maar te reizen, mezelf door reizen te onderwijzen. De wereld is een universiteit zonder muren. Mijn huidige leven vind ik heerlijk, maar ik zou graag minder voor The Body Shop gaan werken. Ik denk dat ik daar volgend jaar aan toe ben. Ik heb nog steeds veel invloed op de mentaliteit van The Body Shop, op de motivering van de werknemers (zo bezocht ik afgelopen week winkels in Denemarken, België en Noorwegen, dat was heel inspirerend), maar als het gaat om marketing heb ik niet veel invloed meer. Ik denk dat ik me uit de marketing terugtrek. Ik zal dan minder tijd met The Body Shop doorbrengen en me aan andere projecten, andere verhalen gaan wijden.'

Save Our Souls
Alles wat Anita vertelt, schrijft en doet, komt steeds weer terug op 'verhalen'. Dat lijkt het hart te vormen van haar queeste: het zoeken naar oude en nieuwe verhalen en het vertellen van die verhalen -- in haar lessen als docente, via de acties van The Body Shop en nu, sinds ze een eigen uitgeverij heeft, via de boeken die ze publiceert. 'In iedere stam ter wereld,' beaamt Anita, 'in iedere inheemse groepering die ik heb bezocht, vormt het vertellen van verhalen de basis van educatie. Daarnaast is "vertellen" volgens mij de bron van de ontwikkeling van de menselijke geest. Mythes en legendes doen ons groeien. Als je de potentie verliest om verhalen te vertellen, verlies je de essentie van wie je bent.'
Anita spreekt over het verhalen vertellen, storytelling, als over een uitstervende traditie. 'Ja, het is absoluut aan het verdwijnen. Vroeger werden er als iedereen gezamenlijk om de tafel zat altijd verhalen verteld. Nu zit de familie rond de televisie met een tv-diner, ze zijn op vakantie of spelen computerspelletjes. We ritualiseren het bereiden van de maaltijd niet meer, wat juist een uitgangspunt is van de Slow Food-beweging.
Thuis hebben we het dekken van de tafel geritualiseerd, dat doe ik met mijn kleindochters. Het moet een feest zijn voor het oog. Vervolgens is er het ritueel van "het vieren van de maaltijd". Dat is een vorm van gebed, niet letterlijk: "Dank u god voor deze maaltijd", maar bijvoorbeeld: "Dankjewel Gordon dat je zo'n verrukkelijke lasagne voor ons hebt klaargemaakt" en "Dankjewel Nini" -- dat ben ik -- "dat je de rotzooi achteraf opruimt." We maken er iets vrolijks van.
Een ander ritueel is dat van het verhalen horen. We hebben een regel in de familie dat niemand een ander mag onderbreken als hij aan het woord is. In ons gezin wil iedereen het hoogste woord voeren: we praten luid, discussiëren fel en vallen voortdurend anderen in de rede, zodat niemand ooit kan uitpraten. De kleinere kinderen krijgen daardoor nooit de kans om zich te laten horen.
Naar elkaars verhalen luisteren heeft met onderlinge verbondenheid te maken -- en daarom is het zo'n essentieel onderdeel van een wereld waarin we elkaar respecteren en leren begrijpen. We zijn met elkaar verbonden en zouden dat moeten ritualiseren door mondelinge overlevering. Kennis wordt door verhalen overgedragen, essentiële kennis over de wereld om ons heen. Iedere keer als een mens sterft, gaat er een hele bibliotheek aan informatie verloren. We hebben gewoon niet genoeg hersens in onze maatschappij om ons te realiseren dat we de fantastische verhalen verliezen van de mensen die nu tachtig of negentig zijn en een goed geheugen hebben.'

Onderwijs in de winkels
Als lerares Engels en geschiedenis was Anita naar het schijnt zeer geliefd. Haar lessen waren iedere keer weer een verrassing. Als ze doceerde over de Middeleeuwen draaide ze Gregoriaanse muziek, bij de behandeling van de Eerste Wereldoorlog droeg ze poëzie voor van de War Poets. Toch besloot ze te stoppen in het onderwijs. Waarom? 'Het was een dilemma. Om carrière te kunnen maken in het onderwijs, had ik minder moeten gaan lesgeven om meer bestuurlijke werkzaamheden te verrichten. En als ik schoolhoofd had willen worden, had ik zelfs helemaal moest stoppen met lesgeven.'
Maar was onderwijzen alleen dan niet genoeg?
'Nee.' Daarin is Anita duidelijk. 'Hoewel, dat klopt niet helemaal, want ik had de beste tijd in The Body Shop juist toen ik dáár lesgaf, toen ik campagne voerde. Ik had tweeduizend winkels over de hele wereld waar ik een idee naar voren kon brengen, waar ik educatief materiaal aan mijn werknemers kon sturen dat daarna aan het publiek werd overgedragen. Ik verkocht niet alleen maar een commercieel product. Vanaf de eerste dag was educatief activisme de drijvende kracht achter The Body Shop. Op het moment dat het bedrijf winst begon te maken en we er dus geld voor kregen, begonnen we campagne te voeren. De eerste campagne die we voerden was in samenwerking met Greenpeace. We hadden een ingrediënt ontdekt, jojoba, dat exact dezelfde chemische samenstelling bevat als spermaceet.'
Spermaceet, ook wel bekend als walschot, is een vette olie die in een reservoir in het hoofd van de potvis zit. Een potvis kan duiken doordat hij koud water naar binnen zuigt dat de spermaceet afkoelt en verzwaart. Om weer boven te komen hoeft de potvis alleen maar de warme adem die in zijn longen zit opgeslagen, uit te ademen waardoor de spermaceet opwarmt, uitzet en de potvis naar het wateroppervlak drijft. In de kop van één volwassen potvis zit maar liefst vier ton spermaceet. Er werd jacht gemaakt op de potvis voor deze olie, die wordt gebruikt als insecticide, als smeerolie voor horloges en andere fijne apparatuur, voor het zacht maken van leer en voor het vervaardigen van kaarsen en zeep.
'Met Greenpeace zetten we de Save the Whales-campagne op. We lieten zien dat er een alternatief was voor de spermaceet: jojoba, de verzachter die we in crèmes verwerkten. Jojoba is een traditioneel ingrediënt van de Indianen uit de Sonora-woestijn. Dat maakte de actie extra mooi: we combineerden kennis uit het verleden met een relevant hedendaags onderwerp. De Body Shop-winkels functioneerden als actiestations waar leden voor Greenpeace werden geworven en tegenstanders van de potvisjacht hun protest konden achterlaten.'
Anita staat op en haalt een archiefdoos tevoorschijn. Als ze hem op tafel opent, glijdt er een zee aan brochures uit. 'Dit was onze eerste Amnesty-campagne. Amnesty International gaf ons de namen van vijfendertig gewetensgevangenen en wij besloten voor hun vrijheid te gaan vechten. Opnieuw werden de winkels omgetoverd tot actiestations, waar mensen brieven konden schrijven met het verzoek deze gevangenen vrij te laten. Na negen maanden actievoeren hadden zeventien van deze politieke gevangenen hun vrijheid teruggekregen. Het was ongelofelijk, en het had een enorme impact op The Body Shop zelf.'
Later zou The Body Shop deelnemen aan de Amnesty-actie Make Your Mark ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De Dalai Lama gaf in eigen persoon het startschot voor de actie die overal ter wereld mensen in beweging zou brengen. Maar liefst drie miljoen klanten uit vierendertig verschillende landen ondertekenden de gelofte: 'Ik zal alles doen wat in mijn macht ligt om ervoor te zorgen dat de rechten die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, verwerkelijkt worden in de hele wereld.'

De aanval op bedrijven
Zolang Anita Roddick zich bezighield met mensenrechten, dierenbescherming (The Body Shop is tegen dierproeven) en een beter milieu, werd ze over het algemeen gezien als de Koningin van de Rechtvaardige Handel. Maar daar kwam verandering in toen haar acties radicaler werden en ze zich tegen de gevolgen van de globalisering begon te richten.
'Op de toename van de macht van multinationals reageerde The Body Shop direct met de stelling dat het laatste woord over de economie bij de plaatselijke bevolking moet liggen. Er is geen democratie zonder economische democratie. Er is geen vrijheid zonder economische vrijheid. We richtten onze aandacht op het behoud van de lokale gemeenschap. Hoe ga je om met een zwakke en breekbare gemeenschap? Hoe doe je daar zaken mee? Met name kleinschalige familieboeren vormen een uitstervende diersoort. Het was een uitdaging om met hen samen te werken, om ingrediënten te vinden die we konden gebruiken en die we voor een fatsoenlijk bedrag van hen kochten. Het zijn de zwakste gemeenschappen waar iedereen alles steeds goedkoper wil hebben.Wij wilden een voorbeeld stellen hoe je een gemeenschap in stand kunt helpen houden.'
De activistische multinational The Body Shop ging verder dan alleen maar het zoeken naar rechtvaardigere productiemethodes. Het bedrijf stelde niet alleen een voorbeeld, maar ging ook in de aanval. Bijvoorbeeld tegen de wanpraktijken van Shell in Nigeria. 'Dat was dapper,' vindt Anita. 'Of dom. We gingen lijnrecht in tegen de gulden regel die in de geschiedenis van het zakenleven altijd heeft gegolden: daag nooit, maar dan ook nooit een ander bedrijf uit, behalve om een marktaandeel te behouden of te veroveren.'

Dapper noch dom
Vijf jaar lang, in het midden van de jaren negentig, streed The Body Shop -- in samenwerking met andere niet-gouvernementele organisaties (NGO's) -- tegen de manier waarop Shell zakendeed in Nigeria. De oliewinning van Shell ruïneerde het land in de Ogoni-regio. Pijpleidingen liepen dwars door de dorpen, lekten olie in de kostbare landbouwgrond en in het water waardoor vissen naar olie stonken. De uitstoot van de schoorstenen vervuilde de lucht, ondermijnde de gezondheid van de omwonenden en vernietigde de biodiversiteit. De Ogoni die in opstand kwamen tegen Shell, werden hard teruggeslagen door de regering met wapens die door Shell zelf waren verstrekt. In 1996 gaf het bedrijf tegenover The London Observer toe de wapens te hebben aangeleverd 'om de politie te helpen de olie-installaties te beschermen'. Er werden onder de Ogoni talloze arrestaties verricht.
The Body Shop hing protestposters op in alle winkels, organiseerde demonstraties, bepleitte de zaak van de Ogoni voor de pers en lobbyde bij politici -- maar in eerste instantie zonder resultaat. Het dieptepunt van de Ogoni-strijd was de terechtstelling van de schrijver-activist en ongekroonde leider van het gevecht tegen Shell, Ken Saro-Wiwa, en acht andere Ogoni. Maar de Ogoni 19-campagne die daarop volgde, had wel succes. Klanten en werknemers van The Body Shop schreven honderdduizenden brieven en kaarten naar Shell en de regering van Nigeria. In 1998 werden alle, inmiddels twintig, activisten die nog vastzaten vrijgelaten. Shell veranderde zijn beleid en maakte bekend dat het bedrijf de gemeenschappen waarin het werkte in het vervolg meer bij zijn projecten zou betrekken en zaken zou doen op basis van een duurzame ontwikkeling.
'Bij nader inzien,' recapituleert Anita, 'was het gewoon het juiste om te doen, dapper noch dom. The Body Shop staat in het middelpunt van het bedrijfsleven en is rijker, machtiger en creatiever dan iedere andere sociale groepering. We hoeven niet op iedere cent te letten. We kunnen onszelf steeds opnieuw uitvinden, in een nanoseconde -- en dat is iets dat de kerk of het politieke systeem niet kan. Als we zo machtig zijn, móéten we een morele integriteit uitstralen.
We leven in een slaveneconomie. Ik weet zeker dat Susan George hetzelfde zal zeggen: "We zitten op de ruggen van slaven." Al die luxeartikelen die we zo goedkoop mogelijk willen aanschaffen, zijn geproduceerd door slaven. En het kan ons niets schelen. We zouden een ban moeten opleggen,' zegt Anita fel. 'We zouden alle producten in de ban moeten doen die bijdragen aan de milieuvervuiling, die roofbouw plegen op de omgeving of die geproduceerd zijn door kinderarbeid of in sweatshops. We zouden met z'n allen moeten beslissen dat dat bij onze leefregels hoort: "Je mag in dit land maar één echtgenoot hebben. Je rijdt aan de linkerkant van de weg. En je mag ons land niet vergiftigen met dit soort foute producten." Daarnaast moeten we behoorlijke lonen uitkeren aan de arbeiders, overal ter wereld. We moeten de échte prijs voor producten gaan betalen.'
Anita zucht in de wetenschap hoeveel er nog moet gebeuren voordat ook maar een klein deel van haar plannen zal zijn verwezenlijkt. 'De consumenten weten gewoon te weinig over wat er mis is in de handel. Ze hebben de klok misschien wel in de verte horen luiden: een artikeltje hier gelezen, en twee jaar later een stukje daar. Maar dat dringt niet door. Het belangrijkste van alles wat ik doe is: informatie verzamelen en begrijpelijk maken voor een groot publiek. Ik neem grote, veelomvattende, ingewikkelde onderwerpen en zorg ervoor dat mensen -- doordat ze een origineel ontwerp voorgeschoteld krijgen -- die onderwerpen gaan begrijpen en beseffen dat ze er zelf iets aan kunnen doen.
Persoonlijk breng ik de problematiek in de openbaarheid met de hulp van beeldende kunst en illustraties. Ik heb gekozen voor een traditionele manier van promotie: grafische vormgeving en tekeningen. Eigenlijk is dat zo verouderd dat tegenwoordig niemand het meer doet. Maar juist daardoor valt het op en spreekt het aan.'
Anita bladert door de stapels promotiemateriaal die op de tafel liggen -- haar levensgeschiedenis in druk.
'Ik word heus niet iedere ochtend wakker met de gedachte: wat voor een goede daden zal ik vandaag nou weer eens verrichten,' zegt ze. 'Maar ik ben er wel van overtuigd dat de herinnering aan mij bewaard zal blijven door de mensen die van me houden en die ik heb helpen vormen. Door de mensen die van me houden om het werk dat ik heb verricht. Inmiddels heb ik negen pleegkinderen in Ogoni-land. Alle meisjes die geboren zijn na de vrijlating van de Ogoni 20, zijn Anita Roddick genoemd. En de jongens heten Gordon Roddick.'
Plotseling giechelt ze als een jong meisje. 'In Ghana overkwam me iets totaal anders. Daar hadden we een groot handelsproject voor de gemeenschap opgericht. Toen het eerste geld binnenkwam wilde de bevolking ons bedanken. We fantaseerden hoe ze dat zouden doen: misschien werden we wel benoemd tot een Ghanees opperhoofd! We werden feestelijk ontvangen. Ze namen ons mee en wezen: "Kijk, we hebben jullie vernoemd."
Oh, shit! dacht ik. Letterlijk. Ik ben de naam van een plee. Alle wc's en latrines heten daar Anita Roddick. De Ghanezen waren blij dat ze voortaan naar een wc konden in plaats van in het veld te moeten hurken. Ze drukten hun dank uit door dit luxeartikel een blijvende naam te geven -- mijn naam. Als je nu in die gemeenschap mijn naam noemt, dan wijzen ze naar het toilet. Zo zie je: je kunt niet verwaand zijn.'

Onder vuur
Hoge bomen vangen veel wind, wie bij de weg timmert lijdt veel aanstoots, zoals Vondel dichtte -- het zijn gemeenplaatsen die aangeven dat Anita, op het moment dat ze besloot haar nek uit te steken, alleen maar hoefde te wachten tot iemand haar als doelwit zou kiezen.
'En toch heb ik daar geen moment aan gedacht,' zegt Anita oprecht. 'Achteraf is dat ontzettend dom van me geweest. Ik dacht altijd dat als je aan de kant van de engelen streed, aan de kant van wat moreel juist is om te doen -- rechtvaardige handel, goede arbeidsomstandigheden, mensenrechten, wat dan ook --, dat je dan schouderklopjes zou krijgen.' Ze lacht smakelijk om haar eigen naïviteit. 'Vergeet het maar. In plaats daarvan kregen we aanvallen te verduren vanuit de media, de Britse media met name. Die staan aan niemands zijde -- ze handelen vanuit hypocrisie. Ze zijn bezeten van het idee om dit eigenzinnige bedrijfje te gronde te richten. Het enige waarvoor zij zich interesseren, is marketing om hun eigen verkoopcijfers omhoog te krikken. Alle kritiek komt vanuit de algemene media en wordt aangestuurd door financiële journalisten.
Er is één stalker in het bijzonder, Jon Entine, die er tot op de dag van vandaag mee bezig is ons zwart te maken. Het begon allemaal toen we een zaak uitvochten tegen Channel Four bij het Hooggerechtshof in Londen. Ik kwam net terug van wat waarschijnlijk het gevaarlijkste avontuur was dat ik ooit heb ondernomen: ik had in Sarawak met het Penan-volk een menselijke muur gevormd om het regenwoud te beschermen tegen de kap door bedrijven als The Mitsubishi Companies, een van de grootste tropisch-hardhoutimporteurs van Japan. Ik wist niet eens of ik wel levend uit deze situatie zou komen. En toen ik afgepeigerd en onder de vlooien- en tekenbeten aankwam op het vliegveld, was Gordon er om me af te halen. Hij zei: "Dit geloof je nooit!"'
In het begin van 1992 verleenden Anita en Gordon Roddick alle medewerking aan een groepje documentairemakers die een portret wilden schetsen van een sociaal betrokken handelsbedrijf. Anita en Gordon werden geïnterviewd en verschaften talloze brochures, rapporten en interne video's. Maar ze kwamen bedrogen uit. Het eindresultaat was een televisieverslag dat The Body Shop afschilderde als een hardvochtig bedrijf dat zijn zogenaamd betrokken campagnes alleen gebruikte als publieksmisleiding om meer winst te behalen.
'Als er een stuk wordt uitgebracht dat ons zwart probeert te maken, proberen we er normaal gesproken geen aandacht aan te besteden en onverstoorbaar door te gaan,' vertelt Anita. 'Maar deze keer waren we zo woedend dat we ogenblikkelijk besloten de zaak aanhangig te maken, ook al raadde iedereen het ons ten stelligste af. We zijn naar de rechter gestapt en hebben gewonnen.
Voorzover ik weet, kregen we vanaf dat moment Jon Entine op onze nek. The Body Shop was zijn exclusieve sensatieverhaal. In 1994 wilde hij een artikel over ons laten publiceren in Vanity Fair. Wij hebben dat weten te voorkomen omdat het wemelde van de onjuistheden. Maar hij blijft bezig, wij zijn zijn broodwinning. Hij richt zich niet op Dupont, Cargill of Monsanto, wat veel makkelijker zou zijn omdat die sociaal onrechtvaardig bezig zijn.' Ze lacht bitter en trekt daarna een strak gezicht. 'Eigenlijk maakt het me woedend. Ik weet nog dat ik naar Amerika verhuisde en dat hij daar bij mijn nieuwe huis aan het eind van de weg stond. Iedere manifestatie waar ik heen ging, iedere lezing die ik gaf, hij was er iedere keer bij.'
Stalken is genoeg reden om iemand aan te klagen. Toch deed Anita dat niet. Ze zucht diep. 'Tja, waarom klaagde ik hem niet aan? Als er in je leven iets beschadigd is door een wrede daad, dan kan dat je helemaal verteren. Dan ben je niet meer vrij. Je moet in staat zijn om eraan voorbij te gaan, om met positieve energie door te gaan. Jon Entine is gewoon te klein: klein, harig en lelijk… Hij is het niet waard. Ik denk dat de mensen die je respecteren je overeind houden. Voor mij zijn dat de NGO's, Greenpeace, Amnesty, Ralph Nader en een paar anderen.
Ik weet nog dat ik me beklaagde bij Ralph: "Weet je wat me is overkomen?" Hij zei tegen me: "Word toch eens volwassen. Je steekt je hoofd uit boven het maaiveld en dus zul je klappen krijgen. Ik ben eerlijk gezegd verbaasd dat het niet al veel eerder is gebeurd." En natuurlijk,' Anita is nu heel scherp, 'natuurlijk staat Jon Entine niet alleen. Er is een hele neokoloniale beweging, een neoliberale beweging. Er moet wel een enorme samenzwering bestaan -- kijk maar naar Bush, die categorisch het Amerikaanse bedrijfsleven bevoordeelt.
Het dilemma is: wie bezit de media en zendt de boodschappen naar buiten? De Britse media zijn verschrikkelijk cynisch. Er zijn kranten waar ik van mijn leven niet meer tegen zal praten. Ik heb tegen bepaalde journalisten gezegd: "Jullie verwarren cynisme met inzicht. Jullie denken dat de antwoorden liggen in een cynische reactie. Maar ik zie cynisme als een gebrek aan morele moed." De media worden steeds meer beheerst door rechtsgeoriënteerde personen en organisaties. Dan redeneer ik: wat bezitten ze niet? Het Net! Het internet wordt niet door rechts gecontroleerd. Voor mij is het internet de reddende engel. Zo kun je de waarheid te weten komen zonder dat je afhankelijk bent van de dagelijkse sensatiebladen. Daar kun je medeactivisten vinden.'

Uitgeschakeld?
De Ogoni-campagne was de eerste campagne van The Body Shop die rechtstreeks tegen de globalisering gericht was. Anita Roddick noemt zichzelf ronduit een antiglobaliseringsactivist, maar deze houding wordt haar binnen het bedrijf niet in dank afgenomen. Het heeft er in feite voor gezorgd dat ze zich in 2002 genoodzaakt voelde een stap terug te doen in haar eigen bedrijf.
'In het begin was het ongelofelijk pijnlijk. Nu niet meer, maar in het begin wel. Ik zal je vertellen hoe het is gegaan. De aandelen van The Body Shop deden het niet al te best meer. De verkoop daalde en er werd gesuggereerd dat de oorzaak bij mij lag. Om te beginnen was ik het oudste lid van het bedrijf. Ik was zestig en alle anderen waren vijfendertig. Niet dat míj dat iets kon schelen, maar toch… Ik was er absoluut nog niet aan toe om te stoppen -- ik had zelfs juist een "creatieve broeikas" opgericht waar nieuwe ideeën uit voortkwamen.
Op de tweede plaats werd ik radicaler. Ik wilde bijvoorbeeld dat iedere winkel over de hele wereld die verbonden was aan de Wereldhandelsorganisatie, een petitie zou indienen bij de eigen regering met allerlei vragen: wie vertegenwoordigt de handel, waar liggen de belangen en waar gaat het geld heen? Zoals bekend handelen afgevaardigden van de Wereldhandelsorganisatie bijna altijd in het geheim. Het zijn over het algemeen mensen die banden hebben met grote, multinationale bedrijven. Er is geen democratisch proces. Ik wilde de Wereldhandelsorganisatie transparant maken.
Maar het bestuur keurde mijn plan af. Ze zeiden dat niemand geïnteresseerd zou zijn. Dat kwetste me. Ik had nog nooit werkelijk een bedrijf gerund: ik was binnen The Body Shop alleen verantwoordelijk voor de ideeën en de marketing. Ik ben nooit zakelijk directeur geweest. Ik hield me niet bezig met de verkoop, maar waakte over de normen die we hanteerden. Ik heb ook nooit enige vorm van autoriteit gehad, behalve op het gebied van de producten, de uitstraling, de stijl en het imago.
Het bestuur vond dat het tijd was voor nieuw personeel. De mensen die de winkels runden waren inderdaad niet erg goed: het waren fantastische personen, maar geen goede managers. Daarom zocht het bestuur een nieuwe zakelijk leider die de veranderingen in The Body Shop vorm moest gaan geven. Dat was echt de nekslag. De man die ze aanstelden was…' Anita zoekt met een verwrongen gezicht naar de juiste woorden om de man te beschrijven. Ze zucht. 'Hij was zo erg. Op de eerste plaats was deze man nog nooit in een Body Shop geweest. Ten tweede droeg hij zo'n zijden sjaaltje in de open boord van mijn overhemd.' Ze giechelt. 'Hij had absoluut geen smaak. Ten derde bracht hij de meest afschuwelijke marketingmensen in het bedrijf, bijvoorbeeld een man die trots was op zijn slangenleren laarzen -- ik dacht echt dat ik over mijn nek zou gaan. We hebben talloze marketingmensen versleten.
Hoe dan ook: deze nieuwelingen konden zich niet vinden in de koers die The Body Shop voer en wilden dat alles ter discussie gesteld zou worden. Ze vonden dat we "volwassen moesten worden". Het probleem was dat de directeuren zeiden dat ik er niet tussen mocht komen, dat ik de nieuwe zakelijk leider zijn werk moest laten doen. Dus ik stond erbij en keek toe.'
Dat klinkt niet als de strijdbare Anita Roddick die de Body Shop-campagnes heeft bedacht. Waarom luisterde ze naar de directeuren en sloeg ze niet met haar vuist op tafel?
'Waarom luisterde ik?' Het lijkt alsof Anita zich er achteraf over verwondert. 'Omdat…' Ze aarzelt. 'Ik was eigenlijk ook wel nieuwsgierig wat er zou gebeuren. Ik dacht: ik zie wel hoe het uitpakt. Geduld was het enige dat ik had, dus daar liet ik me door leiden. Het was uiteindelijk nog steeds mijn bedrijf. Alles wat ik had bedacht draaide nog: de campagnes, de ideeën, die verdwenen niet.
Maar toen wilde deze man van mij af. Daar stond ik -- de oprichter, eigenaar en inspirator -- en hij wilde me niet gebruiken. Dat was waarschijnlijk het pijnlijkste. Ook het sluiten van de "creatieve broeikas" waar al die nieuwe ideeën vandaan kwamen was buitengewoon pijnlijk. Op dat moment' -- opeens bruist Anita weer van levenslust, springt op en graait in een van de bakken met tijdschriften om een maandblad te pakken -- 'heeft een Nederlander mijn leven gered: Jurriaan Kamp van Ode. Hij schreef een artikel in een van de eerste tijdschriften en had een groot statement in het midden van de pagina afgedrukt, dat luidde: "We zullen niet worden herinnerd door hoe we zakendoen, maar door wat we betekenen in de burgermaatschappij." Dat was een openbaring voor me.
'Natuurlijk.' Ze slaat zichzelf tegen het hoofd dat ze daar zelf niet opgekomen was. 'Het leven heeft niets met handel te maken. Het draait om wat je zelf kunt bijdragen aan de maatschappij -- dat was precies wat ik altijd met The Body Shop probeerde te doen.
Vanaf dat moment was alles veel makkelijker voor me. Willen ze niet naar me luisteren? Zal me een zorg zijn, dan doe ik het gewoon ergens anders. En toen ging alles alleen maar beter.'

Fulltime-activist
'Nu wijd ik me volledig aan activisme. Mijn hele kantoor hier ís activisme. Ik geef het activisme vorm in de boeken die ik schrijf.' Na verschillende biografieën verscheen in 2001 Anita's boek Take It Personally, vertaald als Trek het je aan: Wat je weten moet over globalisering. Voor dit kleurrijke en beeldend geïllustreerde boek schreven mensen als Naomi Klein, Ralph Nader, Susan George, Aung San Suu Kyi en Vandana Shiva korte aansprekende stukken over verschillende aspecten van de globalisering. Bij ieder hoofdstuk staan tips hoe de lezer zelf actie kan ondernemen.
Sinds 2003 geeft Anita zelf boeken uit met haar eigen uitgeverij: Anita Roddick Publications. Al deze boeken beogen in Anita's woorden 'weapons of mass instruction' te zijn, massavoorlichtingswapens. 'Ik geef twee of drie boeken per jaar uit. Daarnaast laat ik twee websites draaien, www.anitaroddick.com en www.takeitpersonally.org, die helemaal gewijd zijn aan activisme. Ik werk aan een aantal documentaires. En ik ben mijn geld aan het weggeven -- dat vind ik heerlijk. Zo ben ik bezig voor Amnesty International: we geven een miljoen pond, in aandelen, aan Amnesty voor een deel van hun nieuwe hoofdkantoor. Ik financier het activistencentrum, The Anita Roddick Centre of Activism, met een auditorium waar jonge kinderen wordt geleerd hoe ze een steentje kunnen bijdragen in de maatschappij, hoe ze activist kunnen worden en hoe ze op hun eigen school Amnesty-centra kunnen oprichten. Het wordt heel spannend.
Activisme,' legt Anita uit, en opeens is te zien hoe ze vroeger voor de klas gestaan heeft: sterk, fel, duidelijk en helder, 'is voor mij kennis verzamelen en tot actie overgaan. Je kunt je voor van alles en nog wat inzetten. Je kunt een activist zijn die bloemen beschermt. Je kunt een activist zijn die bronnen beschermt. Ik bescherm de mens.
Voor mij gaat het om sociale rechtvaardigheid, handelsrecht en mensenrechten, de grote begrippen. De kern is sociale rechtvaardigheid: mee kunnen voelen met de toestand waarin mensen zich bevinden. Kennis hebben en zo woedend worden dat je activistisch wordt. Ik gebruik mijn hersens en laat mijn stem horen.
Ik denk dat dat iets is dat met leeftijd komt. Hoe ouder ik word, hoe groter mijn behoefte is om gehoord te worden. Dat zit in onze natuur: vrouwen die ouder worden, worden radicaler. We hebben het kinderen krijgen achter de rug en hebben meer tijd. Een oudere vrouw is niet te stoppen. Ze is welsprekend. Ze wil gehoord worden in de politiek en in de maatschappij.
De manier waarop vrouwen in onze cultuur opgroeien, is een opleiding in onbaatzuchtigheid. Ons hele leven wordt ons voorgehouden dat we aan ánderen moeten denken. We denken thuis aan onze ouders, aan de kinderen, aan onze echtgenoten, pas in de laatste plaats denken we aan onszelf.
Deze cultuur heeft ons -- ik heb het nu over mijn generatie, ik weet niet hoe dat met jouw generatie zit -- verhinderd om na te denken over wat we zélf waard zijn, wat onze kracht en onze kennis is. Pas als we ouder worden, gaan we ons bewust afvragen wat we met de resterende twintig of dertig jaar van ons leven moeten doen. Dan pas raken we scherper gefocust. Dat is eigenlijk te laat. Ik doe er dan ook alles aan om de potentie van mijn kinderen zich op de juiste manier te laten ontwikkelen. Het is heel belangrijk dat ze zich realiseren waar ze toe in staat zijn. Ik wil niet dat ze later ook maar één moment hoeven te denken: had ik maar een andere keuze gemaakt. Zelf heb ik goddank nooit de ballast van verkeerde beslissingen hoeven te dragen.'

Politieke gevangenen
'Er is nog steeds één ding in mijn leven dat ik absoluut wil bereiken. Ik wil de twee mannen voor wie ik me al jarenlang heb ingezet, vrij krijgen: de Angola 2. Herman Wallace en Albert Woodfox zitten al drieëndertig jaar in eenzame opsluiting in de Louisiana State Prison in Angola, New Orleans. Hun cel is twee bij drie meter groot en ze mogen maar één uur per dag luchten. Ze zitten vast voor de moord op een gevangenisbewaker: een misdaad die ze niet gepleegd hebben.'
Op 17 april 1972 werd de bewaker Brent Miller doodgestoken in een slaapzaal van de gevangenis. Wallace en Woodfox werden vrij snel als daders aangemerkt. Beide mannen -- die elkaar pas in de gevangenis voor het eerst hadden ontmoet -- zaten vast voor een gewapende overval en waren eind jaren zestig veroordeeld tot respectievelijk vijftig en vijfenvijftig jaar dwangarbeid. Tijdens hun detentie hadden de mannen een afdeling van de Black Panther-partij opgericht en vochten ze voor betere omstandigheden in de gevangenis, die ook een slavenplantage was en waar racisme nog steeds hoogtij vierde. Wallace en Woodfox werden van de moord beschuldigd en veroordeeld tot levenslang zonder kans op vervroegde vrijlating.
Inmiddels is duidelijk dat de getuigenissen waardoor ze veroordeeld konden worden, vals waren. Een medegevangene, die het jaar erop zelf werd doodgestoken, had meerdere malen bekend dat hij de moordenaar van Miller was. Bloedspatten die op de plaats van de moord gevonden waren, werden niet verder onderzocht toen bleek dat ze niet toebehoorden aan Wallace of Woodfox. Hoewel het bewijs van hun onschuld overweldigend is, wordt ieder verzoek van Wallace en Woodfox om hun zaken te heropenen, afgewezen.
'Ik heb hen leren kennen via een vriend van me,' vertelt Anita. 'Deze vriend woonde bij een advocaat die aan de zaak van Wallace en Woodfox werkte. Ik ga tegenwoordig elke zes maanden naar Angola om hen te ontmoeten. En als je hen ziet… Ze zijn vrij, daar is geen twijfel over mogelijk. Ze zijn niet eens meer kwaad over het onrecht dat hen is aangedaan. Ze zijn de meest wijze mannen die ik ken. Inmiddels worden ze in de gevangenis bijna als God gezien door alle ervaring die ze hebben.'
In A Revolution in Kindness, een boek waarin Anita Roddick uitspraken, essays en anekdotes verzamelde van onder meer activisten, politici en kunstenaars, beschrijft Herman Wallace hoe hij opgesloten zat in het extra beveiligde strafkamp in de gevangenis. Alle mannen die daar vastzaten waren uiterst agressief en vijandig tegen elkaar. Daar kwam verandering in toen Wallace een schaaktoernooi organiseerde: eenieder maakte zijn eigen papieren schaakbord, en vanuit de cellen riepen de gevangenen elkaar de zetten toe. Van een broeinest van haat werd het strafkamp een rustige plek waar sommige gevangenen zelfs bevriend raakten. Het voorval is exemplarisch voor de houding die Wallace en Woodfox al meer dan dertig jaar aannemen.
'Hen wil ik vrij krijgen,' zegt Anita. 'Ik ga gewoon door met waar ik al jarenlang mee bezig ben. Ik zorg ervoor dat ze goede advocaten krijgen. Ik blijf ze moed inpraten. Ik geef bekendheid aan hun zaak. Ik besteed er aandacht aan op mijn website. En ik houd niet op tot ze vrij zijn.'

Levensgeluk
'Wanneer ben ik gelukkig, echt heel, heel gelukkig?' Anita's stem wordt zacht en in haar ogen weerspiegelt een herinnering. 'Ik heb een citaat opgeschreven,' zegt ze. En ze citeert een passage uit I Sing the Body Electric, een gedicht van Walt Whitman:

I have perceiv'd that to be with those I like is enough,
To stop in company with the rest at evening is enough,
To be surrounded by beautiful, curious, breathing, laughing flesh is enough,
To pass among them or touch any one, or rest my arm ever so lightly
round his or her neck for a moment -- what is this, then?
I do not ask any more delight -- I swim in it, as in a sea.

'Dat is geluk voor mij. Ik vind het heerlijk om thuis, in de tuin, een etentje te organiseren voor mijn vrienden of mijn familie. De zon gaat onder, we drinken heerlijke wijn. Ik loop mijn gasten voorbij en raak even hun schouder aan. Er hangt dat onverbrekelijke gevoel van verbondenheid dat ontstaat door het vertrouwen van vriendschap en liefde. Dat is geweldig. Ik ben gelukkig als ik weet dat het goed gaat met mijn familie, dat mijn kinderen en de mensen die ik liefheb gezond zijn. Het is een gevoel van veiligheid, een huiselijk gevoel van familiegeluk.
Tegelijkertijd verlang ik, zoals gezegd, naar een nomadenbestaan. Ik verlang naar een leven dat bestaat uit reizen, leren, je ontwikkelen. Ik vind het heerlijk om kennis te vergaren. Zo heb ik bijvoorbeeld een reis door Bangladesh gemaakt. Het is een hel daar, maar het is onvergetelijk om de sloppenwijken te bezoeken: dat zorgt ervoor dat je anders gaat dénken. Ik heb het geld en de middelen om er iets aan te doen. Het is wat ik al eerder zei: alles wat ik weet, wat ik kan en wat ik heb, zet ik om in actie. Dan ben ik op mijn best -- als ik kan zeggen: "Hier gaan we iets aan doen." Het leven is niet gecompliceerder dan liefde en activisme.'


Anita Roddick (Littlehampton, 1942) is oprichter van The Body Shop, het bedrijf waarmee ze over de hele wereld actie heeft gevoerd tegen onrecht. Ze is voorzitter van de Ruckus Society -- een geweldloze-actieorganisatie tegen gewetenloze handel -- en zakenambassadeur voor Groot-Brittannië. Daarnaast is ze betrokken bij de International Trade Justice-campagne. Met haar uitgeverij, Anita Roddick Publications, brengt ze boeken op de markt die haar gedrevenheid voor sociale gerechtigheid weerspiegelen. Titels uit haar fonds zijn Take It Personally (2001), vertaald als Trek het je aan: Wat je weten moet over globalisering (2003); Brave Hearts, Rebel Spirits: A Spiritual Activists Handbook (2003); en Troubled Water: Saints, Sinners, Truths and Lies about the Global Water Crisis (2004).

copyright: Jesse Goossens / Lemniscaat, 2004

Dit gesprek is gepubliceerd in Vrouwen die de wereld veranderen.
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 633 0