
Lemniscaat, 2005
ISBN: 90 5637 749 3
Ieder kind heeft het recht om te spelen.
Het lijkt zo vanzelfsprekend. Toch zijn er op de wereld meer dan zevenhonderdmiljoen kinderen die niet eens weten wat spelen is. Zevenhonderdmiljoen! Dat is bijna een kwart van alle kinderen!
Johann Olav Koss, drievoudig wereldkampioen schaatsen en winnaar van viermaal Olympisch goud, wil mogelijk maken dat iedereen, overal, de kans krijgt om te spelen juist ook de kinderen die door oorlog, natuurrampen, geweld of hongersnood alles zijn kwijtgeraakt. Daarom besloot hij zijn carrière als topsporter in te ruilen voor een nieuw bestaan. Hij startte de organisatie Right To Play, het Recht om te Spelen.
Dit boek vertelt het verhaal van Right To Play.
Ik neem je mee op een avontuurlijke reis over
de wereld. Al lezend bezoek je scholen in Rwanda, projecten in Israël,
vluchtelingenkampen in Palestina, sloppenwijken in Mali, en een vergadering
op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York. Je maakt kennis
met kindsoldaten die zijn teruggekeerd uit de oorlog, kinderen die zichzelf
moeten zien te redden in de straten van Afrika, en jongens die voetballen
met een T-shirt als bal omdat ze niets anders hebben.
Je ontmoet atleten uit alle windstreken die je vertellen waarom ze zo graag sporten, en beroemde ambassadeurs van Right To Play die duidelijk maken waarom zij deze organisatie met hart en ziel steunen.
En uiteraard zul je zien hoe kinderen overal ter wereld spelen en sporten. Door sport leren ze wat het is om samen te werken en om leiding te geven. Ze worden er gezond en sterk door en beginnen zichzelf en anderen te respecteren. Maar ze krijgen vooral plezier in hun leven.
Op het omslag van dit boek staat het symbool van Right To Play: een rode bal.
Iedereen die een bal ziet, denkt direct aan sport en spel. Op de bal staan de woorden: Look After Yourself, Look After One Another. Dat betekent: Zorg voor jezelf, zorg voor elkaar.
Door dit symbool wordt in één keer duidelijk wat Right To Play voor ogen staat: een wereld waarin iedereen voor elkaar zorgt. En dat willen ze bereiken door middel van sport en spel.
Hoe werkt dat in de praktijk? Eigenlijk is het heel eenvoudig. De Verenigde Naties vertellen Right To Play in welke vluchtelingenkampen en rampgebieden hun hulp hard nodig is. Right To Play stuurt dan vrijwilligers naar die landen. De vrijwilligers zoeken samenwerking met plaatselijke organisaties en beginnen jongeren uit de omgeving op te leiden tot coach. Deze nieuwe coaches leren hoe je met heel weinig materiaal geweldige activiteiten kunt organiseren. Hoe je zowel jongens als meisjes kunt laten sporten, hoe je kinderen met een handicap mee kunt laten doen en hoe je via sport en spel ook dingen kunt leren: over gezonde voeding bijvoorbeeld, over hygiëne, over ziekten als malaria en hiv/aids en over de gevaren van tabak of drank.
De coaches gaan vervolgens zelf met kinderen aan de slag. En als hun project eenmaal goed draait, kunnen de vrijwilligers van Right To Play naar huis, terwijl de kinderen in dat gebied blijven sporten en spelen.
Zoals je in dit boek zult lezen, heeft dit eenvoudige idee grote gevolgen: kinderen worden gezonder en gelukkiger. De coaches krijgen een nieuw doel in hun leven. De sfeer in de dorpen en vluchtelingenkampen verbetert, en er worden ook voortbordurend op het idee van Right To Play andere activiteiten georganiseerd: voor de ouders van de kinderen, bijvoorbeeld.
Maar ik loop veel te veel op de zaken vooruit. Je kunt het beter zelf meemaken, dat is veel leuker. Dus lees met plezier, kijk je ogen uit en speel met je vrienden.
Zorg voor jezelf en zorg voor elkaar!
Jesse






![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
-- U.S.A. -- |
--Sierra Leone -- |
-- Ghana -- |
![]() |
![]() |
![]() |
-- Oeganda -- |
-- Brazilië -- |
![]() |
![]() |
