Azië op goed geluk

Fragment:

Amsterdam - Singapore

Als ik vanuit de slurf de Boeing 747 binnenstap die ons naar Singapore zal brengen, steekt de eerste twijfel de kop op.
Wat doe ik hier?
‘Kunnen we nog terug?’ vraag ik aan Jochem.
Hij grinnikt en schuift het gordijntje naar de tweede klas opzij.
‘Terug? Je bent op weg naar Australië. Je mag er zeven weken tussen uit, en dan wil jij terug?’
Hoewel ik een raamplaats heb gereserveerd, blijkt het nummer op mijn ticket bij een zetel in de middenrij te horen. Ik wring me in de kleine stoel. Hij is duidelijk gemaakt op maat van smalle Aziaten en niet geschikt voor de brede heupen en lange benen van een Hollandse meid van één meter tachtig.
Terwijl ik me in een enigszins comfortabele positie probeer te manoeuvreren, blijft het toestel voller stromen. Mensen jutten elkaar op door te lopen, terwijl ze veel te volle handbagage in de beperkte opbergruimte proberen te stouwen. De stemming is geagiteerd. In het gangpad vormt zich een file. Ellebogen, billen, en boezems strijken langs mijn gezicht en duwen tegen mijn schouders, hoever ik ook probeer weg te duiken. Twee rijen voor me begint een baby te huilen.
‘Hoeveel mensen kunnen er in dit ding?’
Jochem hoort me niet, maar bestudeert het video-aanbod in de vliegtuiggids.
Een man in de stoel voor me, maakt het zich gemakkelijk. Hij schuift zijn rugleuning naar achteren, tegen mijn knieën. Mijn uitzicht op het filmscherm voorin het vliegtuig wordt nu voor het grootste deel in beslag genomen door zijn hoofd.
Om me heen neemt iedereen een professionele reishouding aan. Laptops worden open geklapt, koptelefoons opgezet en de kranten die door de stewardessen in sarong worden uitgedeeld, vinden gretig aftrek. Naast ons is een ouder echtpaar komen zitten. De vrouw vouwt zorgvuldig de eerste bladzijde van een boek open. De titel verraadt haar bestemming: Australië op blote voeten. Ik kijk ingespannen naar de instructievideo, check mijn reddingsvest en probeer te ontdekken waar de dichtstbijzijnde nooduitgang is.
Met het moment dat het vliegtuig naar de startbaan taxiet, trekt een ijzige kalmte door mijn ledematen. Er is geen weg meer terug.
De motor begint te stampen. Het vliegtuig meerdert vaart. Ik voel hoe ik tegen de rugleuning wordt gedrukt. Het gebonk van de wielen stopt. We zijn los.

Ik haal opgelucht adem. Waar maak ik me eigenlijk druk om? Ik vlieg toch zeker niet voor het eerst? Ik ben wel wat gewend!
De eerste keer dat ik een vliegtuig in stapte, was er vier uur vertraging. Pas toen we vertrokken waren en tien kilometer boven Nederland vlogen, kregen we te horen wat er mis was. Ze kregen een deur van de bagageruimte niet dicht.
Een maand daarna vloog ik van China naar Hong Kong. De cabine zat veel te vol. Alle stoelen waren bezet en omdat het bagageruim te weinig plaats bood, waren het gangpad en de ruimtes voor de nooduitgangen volgepakt met dozen, zakken en tassen. Vlak voor de landing viel de luchtdrukcontrole uit. Het werd steeds heter in het toestel. Met het stijgen van de temperatuur groeide de paniek om me heen, maar zelfs toen de brandmelder aansloeg en de sproei-installatie de reizigers doorweekte, vond ik de situatie alleen maar grappig.
Mijn benen begonnen pas te trillen toen ik, veilig op de grond, op de luchthaven de T-shirts zag hangen met de tekst I survived China Airlines
Mijn voorlaatste vlucht belandde in een onweersstorm. Ik was juist op het toilet. Mijn broek haastig op sjorrend, volgde ik de instructies van de piloot:
‘Iedereen dient onmiddellijk naar zijn plaats terug te keren. Maak uw riemen vast. In geval van een noodlanding maken wij u erop attent dat...’
Thuis deden deze verhalen het goed bij een glas wijn, en verder maakte ik me er niet druk over. Ik was immers ongeschonden uit al die situaties gekomen. Vliegen is nog steeds het meest veilige vervoer ter wereld. Toch?
Ja, maar áls het misgaat...

Ik heb de gedachte nog niet voltooid of het vliegtuig maakt een vrije val. Mijn maag zit in mijn keel. Boven mijn hoofd luidt een helder belletje. Het maak-uw-riemen-vast lampje flitst aan.
Jochem voelt me verstijven en knijpt in mijn hand.
‘Rustig maar,’ fluistert hij. ‘Dit hoort er allemaal bij.’
Het vliegtuig schokt en beeft. De wolken spelen pingpong met ons. De intercom ruist en de piloot begint te spreken. Zijn Engels is onverstaanbaar.
‘Dames en heren’. Brabbel, brabbel.
Een nieuwe schok beweegt de cabine heftig heen en weer. Sinds wanneer schudt een vliegtuig van links naar rechts in plaats van op en neer?
‘Verdachte omstandigheden’ stookt de stem van de piloot mijn onrust op. De rest van zijn verhaal blijft onbegrijpelijk.
Onder de passagiers begint een lichte onrust te ontstaan. Er wordt hevig gespeculeerd over de oorzaak van deze woelige vlucht. De piloot mengt zich er onverwacht duidelijk tussen:
‘...verdacht. Wil de bemanning zich onmiddellijk naar de cockpit begeven?’
Een bonkende hoofdpijn komt op en maakt helder denken onmogelijk. Zelfs het vijfentwintig kanalen tellende televisieschermpje in de rugleuning voor me kan me geen afleiding bieden. Om de haverklap valt de video uit om na enkele minuten weer van voor af aan te beginnen.

*

Eindelijk mogen we onze riemen losmaken. Een golf van opluchting maakt de atmosfeer een stuk lichter. De delicate stewardessen laten zich weer zien, glimlachend. Ze serveren het diner alsof er niets gebeurd is. Plastic barbecuebordjes met mini-porties rijst, kip en groenten worden rondgedeeld.
Mijn uitklaptafeltje wordt juist tegen mijn buik geklemd als alles hevig begint te trillen. De rode lamp flitst aan. De stewardessen haasten zich naar achteren. Naast me blijft de metalen etenskar staan en blokkeert zo de enige vluchtroute.
Dan gebeurt er iets met me. Ik kan er opeens niet meer tegen. Het lage plafond, de krappe stoelen, de stalen kar, het hoofd voor me, alles lijkt op me af te komen. Ik krijg het gloeiend heet. Terwijl het vliegtuig danst door de lucht, slaat mijn hoofd op hol. Het fasten-your-seatbelts teken lijkt wel een knipperlicht.
We vliegen van turbulentie naar luchtzak.
Hoe kunnen die dames zo blijven glimlachen? Zien ze dan niet dat we straks zullen neerstorten? Ik heb het benauwd. Ik wil geen eten, alleen aspirines. Ik wil eruit. De ganglampen doven. Mensen slapen. Zij wel! Voor mij duurt iedere minuut een eeuwigheid.
Jochem staart naast me naar het scherm waarop een vliegtuigje de route Amsterdam-Singapore af legt. Tergend langzaam.
Mag ik dekens alstublieft? Zo koud. Wat ruikt hier zo akelig?

*

Als mijn hoofd weer helder wordt, zijn we tien uur onderweg. Ik zit in een klamme vliegtuigstoel. Mijn kleding is doorweekt van het angstzweet. Ik stink een uur in de wind. Ik schaam me tegenover mijn mede-passagiers en haal een eau de cologne-doekje uit mijn tas om de ergste geur te verdoezelen.
Dit is gekkenwerk. Waarom doe ik mezelf dit aan?
Een jaar lang heb ik naar deze reis toegewerkt en geleefd. Ik ga Australië doorkruisen per trein om stof te verzamelen voor een reisboek. Een mogelijkheid waarvan ik alleen dacht te kunnen dromen tot het aanbod van de uitgever kwam: een voorschot voor de vliegreis en een sponsor voor de trein
Maar hier had ik niet op gerekend. Acute vliegangst! Dit kan ik niet. Moet ik nog eens urenlang in een vliegtuig van Singapore naar Australië en dan over een paar weken dezelfde hellevaart weer terug? Nee. Dan maar geen klassieke treinreizen, geen Indian Pacific of Ghan, geen wombats, kangoeroes of eindeloze woestijnen. Al moet ik de sponsor en de uitgever tot de laatste cent terug betalen: niets is deze doodsangst waard. De tussenlanding zal mijn eindstop zijn.
Ik heb één nieuwe gouden regel: Nooit Meer Vliegen.
Jochem moet het wel met me eens zijn. Het is duidelijk: dit kan niet meer. Maar dan zal het vervolg hiervan een merkwaardige onderneming worden. We hebben geen visa, geen inentingen en net genoeg geld om in Australië van rond te komen, twee rugzakken met louter zomerkleding en Australische reisgidsen en over vijftig dagen al begint mijn nieuwe baan in Nederland. Vreemde condities voor een onverwachte uitdaging: over land terug naar Amsterdam.

Jesse Goossens, Azië op goed geluk

Eerste druk:

Uitgeverij Bzztôh, ’s-Gravenhage, 1997
ISBN: 90 5501 402 8

Tweede druk: onder de titel Een reis door Azië op goed geluk:

Voila-reeks, Uitgeverij Bzztôh, ’s-Gravenhage, 2002
ISBN: 90 5795 171 1

 

home